Indexbeleggen is verkooptruc

Lezers tobben met de (toekomstige) rendementen op hun aandelenportefeuille. Wat is een goed rendement? Hoe beoordeel je de resultaten van de professionele beheerder van jouw vermogen? Mensen kiezen graag een beursindex als maatstaf, bijvoorbeeld de AEX, of de CBS-herbeleggingsindex. Wanneer hun resultaten bij de index achterblijven, voelen ze zich vaak genomen. Niet alleen amateur beleggers reageren zo, zelfs pensioenfondsen neigen er toe.

Het gevolg is dat voorzichtige zelfbeleggers en beheerders bij de keuze van hun aandelen naar de fondsensamenstelling van de index toe kruipen, wat de beurs omzet oplevert. Als de beurs de samenstelling van de index(en) van tijd tot tijd wijzigt – wat ze doen – genereert dat extra kopen en verkopen. In theorie kan je de index iedere dag opnieuw samenstellen, bijvoorbeeld uit de tien sterkste stijgers van de voorgaande dag. Zo geredeneerd is indexbeleggen een uitgelezen manier om iedereen in beweging te houden. Een trucje om de verkoop te stimuleren, want de AEX-beurs is geen wetenschappelijk instituut, noch een motor van de economie, maar een puur commercieel bedrijf waar geld verdiend moet worden.

Een lezer vertrouwt begin 1998 een miljoen toe aan een vermogensbeheerder, om te beleggen in aandelen. Een bescherming tegen koersdaling acht men onnodig, want het gaat om een lange termijn belegging. Het geld wordt individueel beheerd, wat volgens de beheerder het best rendeert. Naar schatting zo'n 10 procent per jaar voor de lange termijn. Daar stemt zijn cliënt mee in.

Over het eerste halfjaar van 1998 levert dat 20 procent op, de beurs vliegt naar een record. Daarna komt de klad er flink in, het tweede halfjaar gaan de koersen onderuit. Per saldo bedraagt het jaarrendement ruim 5 procent.

Dat valt de lezer tegen, vergeleken met de indexen. De CBS herbeleggingindex maakt 22 procent, de AEX 30 procent en Nederlandse beleggingsfondsen stijgen met gemiddeld 23 procent. De eerste helft van dit jaar maakt de beheerder 1 procent, de CBS index 8 procent en de AEX 4 procent. Tijd voor een gesprek.

De vermogensbeheerder zegt dit: `Gezien de sterke schommelingen op de beurs, waarbij de fluctuaties in index vaak worden veroorzaakt door een handvol aandelen, is een miljoen te weinig voor individueel beheer, een ruime spreiding over veel bedrijven en veel kopen en verkopen. Een bedrag van 1 miljoen Euro volstaat wel voor maatwerk.'

De briefschrijver staat paf: begin 1998 is een miljoen gulden nog voldoende voor maatwerk en nu moet hij ineens 2,2 miljoen neertellen. Hij vertrouwt de professionele beheerders niet meer, net als een andere briefschrijver. Wie heeft er gelijk? De beheerder, hoewel het lijkt alsof hij zijn cliënt bij het eerste gesprek over de streep wil trekken door al met 1 miljoen haute-finance te beloven.

Beide lezers klampen zich vast in de AEX als maat van alle prestaties. Dat komt doordat die graadmeter jarenlang is gestegen. Daarmee suggereert de effectenwereld, en een deel van de pers doet daar trouw aan mee, dat de beurs alsmaar stijgt. Niets is minder waar: het zijn maar een paar fondsen die de AEX trekken. Die onvoorspelbare kopgroep wisselt nogal eens van samenstelling. Een vermogensbeheerder kan dus twee dingen doen: beleggen in de (toekomstige) koplopers, wat moeilijk is en transactiekosten vergt, of het beheerde vermogen verdelen over alle indexfondsen (spreiden) en zo de index volgen, wat de positie sterk versnippert.

Als je echt de AEX-index wilt volgen (die geen rekening houdt met dividenden en kosten), moet je geld in een beleggingsfonds stoppen dat die index volgt; bijvoorbeeld het Amsterdam AEX Index Fund. Dan heb je geen beheerder nodig. Een beleggingsfonds lijkt trouwens op een collectieve vermogensbeheerder.

Hoe zullen indexvolgers reageren als de index een paar jaar achtereen daalt, wat ze niet gewend zijn? Dan gaat het AEX Index Fund automatisch naar beneden en klinkt wellicht de roep om een individuele vermogensbeheerder.

Wat is wijs? Je moet niet dwangmatig een index volgen, maar vaststellen welk gemiddeld jaarrendement je nodig denkt te hebben om je financiële doelen te bereiken. Zo zet je een bestek uit en dat geeft rust. Die doelen, en alles wat er mee verband houdt, staan in een financieel plan, waar een beleggingsplan uit volgt. Aandelen zijn niet alleen zaligmakend. Zo bieden obligaties in het nieuwe belastingsysteem straks netto meer rendement dan nu.

De beste procedure voor beide briefschrijvers, en andere tobbers, lijkt deze. Maak eerst een degelijk financieel plan. Daaruit volgen onder meer een fiscaal plan (IB 2001!), een nalatenschapsplan, een verzekeringsplan (pensioenen en lijfrentepolissen) en een beleggingsplan. Dat laatste is een afgeleide van je persoonlijke doelstellingen, een middel om een doel te bereiken, terwijl beide lezers de volgorde omdraaien en het middel als doel zien, wat ze graag zien op de beurs. Ze fixeren zich te veel op die beleggingen.

Door de juiste procedure te volgen, samen met een adviseur, kom je vanzelf toe aan allerlei vragen en antwoorden. Daardoor neemt de beursangst af. Tot slot dit. Wie zijn geldzaken niet actief kan en wil beheren, roept het ongeluk over zich af en valt vroeg of laat in handen van een financiële kwakzalver. Dus: aan de slag.