Hollands Dagboek: Antonino Gianquinto

Antonino Gianquinto (38) studeerde Griekse literatuur en klassieke filologie aan de universiteit van Padua. Dit schooljaar kreeg hij een deeltijdaanstelling aan het Erasmiaans gymnasium in Rotterdam waar hij in het Engels Grieks doceert. Een groot tekort aan leraren klassieke talen dwingt gymnasia classici in het buitenland te werven. Gianquinto woont met zijn vrouw Susanne en twee kinderen in Amsterdam.

Donderdag 30 september

De godin van het toeval, Tuchè, heeft ons, leraar en leerlingen, bij elkaar gebracht om ook over haar te praten. Maar vandaag gaat het over de Muzen: beminnelijke schepselen uit mythische verhalen, inspiratiebronnen van de dichtkunst en van elke menselijke intellectuele inspanning.

`Op de berg Helicon', vertelt de dichter Hesiodus, `kreeg ik door hun stem koninklijke macht en wijsheid'. Hesiodus en de berg Helicon, de Muzen en het Museum. De latere schrijver Athenaeus verhaalt dat de originele manuscripten van Hesiodus werden bewaard in een Mouseion, dat juist op de betoverde berg Helicon gelegen was.

Hippocrene, de bron waar dichters aan plachten te drinken, ligt vlak onder diezelfde bergtop. Het verband tussen de Muzen, het Museum (in Alexandrië) en de bestudering van de oudheid: de alliantie van archeologie, antieke letterkunde, en kunstgeschiedenis.

Tot slot nog een paar woorden over de geheime droom der filologie, de wetenschap waarin ik mij aan het bekwamen ben. Denk aan de Theogonie, het werk van Hesiodus over het ontstaan der goden, en aan de kleine schare manuscripten die ons daarover vertellen. Ontdoe ze, omwille van jullie jeugdige hang naar het spirituele, van hun grafische verschijning: zie hier het archetype, de eerste geschreven vorm van poezië, ontdaan van de onkunde van latere schrijvers.

Geniet nu van de paradox: open dat manuscript (jullie manuscript), en neem de vrijheid om in je stem, die leest, de stem te laten doorklinken van de dichter, die dicteert. Geen onzuivere tekens meer, en geen geschreven woorden, maar iets wat lijkt op de platonische droom van het communiceren der zielen: de volmaakte overdracht. Maar wees voorzichtig, de filologie is een lange inwijding zonder extase. Je bent een echte filoloog, als je droomt en dit alles met eerbiedige schroom doet. Tot morgen.

Vrijdag

Dagboek van zeven dagen geleden. Giulio Andreotti, christen-democraat, hoofdrolspeler in het leven van mijn land vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot na de val van de Muur, ontelbare keren minister-president, vriend van het Vaticaan. Ervan beschuldigd gedurende twintig jaar het criminele potentieel van de mafia te hebben vergroot en zijn eigen partijvleugel in dienst daarvan te hebben gesteld. Ervan beschuldigd zijn eigen persoonlijke macht te hebben vermengd met de criminele macht van Cosa Nostra, door de mafia toe te staan uit te groeien tot een staat binnen de staat. Giulio Andreotti is vandaag door de rechtbank in Perugia vrijgesproken.

De aanklacht luidde dat hij in 1979 de moord zou hebben beraamd op Mino Pecorelli, journalist en afperser, vermoord op een avond in maart, omdat hij zich van te dichtbij had bemoeid met de schrikbarende verstrengeling tussen politieke macht, geheime diensten, vrijmetselarij, terrorisme en mafia.

Zaterdag

Geheimzinnig zijn de wetten, die het geheugen hanteert om een keuze te maken uit de beelden die ons dagelijks worden aangeboden; terwijl het de meeste voor altijd in vergetelheid doet geraken, duidt het de uitverkorene aan met een heimelijke aanraking, en omhult ze met een laagje fosfor.

Zondag

Socrates, zoon van Sophroniscus en Phenaretes, Athener uit het dorp Alopece, ervan beschuldigd dat hij niet geloofde in de goden van de stad, en dat hij de jeugd op het verkeerde pad bracht. De eerste, zoals Cicero dat stelde, die de filosofie dichter bij de mensen bracht. Ter dood veroordeeld in het jaar 399 v.Chr.

`Het was toeval', schrijft Plato. De dag voor zijn berechting werd het schip klaargemaakt, dat de Atheners naar Delos sturen. (...) Dit is het schip dat ooit Theseus naar Kreta bracht, samen met de zeven paren jongelingen: hij redde hen en zichzelf. En zij beloofden toen aan Apollo, zo wordt verteld, dat zij elk jaar een processie naar Delos zouden sturen als zij gered zouden worden; en zo geschiedt dat sindsdien, ook nu nog. Nadat de processie is begonnen, is het gebruikelijk dat de stad haar reinheid bewaart: geen terechtstellingen, dus, voordat het schip is teruggekeerd uit Delos. (...) Om deze reden verbleef Socrates lange tijd in de gevangenis, tussen zijn veroordeling en de terechtstelling.'

Het voorval van het schip van Delos, vertraagd door sterke winden of juist door windstilte, wordt voor Plato de omlijsting, een uitgerekte tijdspanne, om te discussiëren over het individu, het leven en de dood; over trouw blijven aan jezelf (in de Apologie), over gehoorzaamheid aan de wetten (in de Kritoon), en over de onsterfelijkheid van de ziel (in de Phaidoon). Vorm en intellect kwamen van Anaxagoras, maar beide waren reeds aanwezig bij Parmenides. Hun aanwezigheid moest slechts bewezen worden, en daarvoor gaf Socrates zijn leven. Waarom zou ik dan niet aan mijn leerlingen vertellen dat dit jaar 1999 niet alleen het jaar is van Poesjkin, Balzac en Hugo Claus?

Maandag

Vanochtend was er een televisieploeg op school. Vorige week donderdag wist ik nog aan een radio-interview te ontkomen, maar vandaag kon ik mij er niet aan onttrekken. Een aardige journaliste en twee opnametechnici. Ze wilden graag opnames van een les maken: uit schuldgevoel dat ik het Nederlands nog niet machtig ben, heb ik maar toegestemd. Het is voor mij echter onbegrijpelijk dat niemand mij die ene belangrijke vraag stelt: hoe ik in staat ben om effectief te communiceren met mijn 162 leerlingen.

Wanneer zal het ophouden, dit gevoel gehandicapt te zijn door mijn taalachterstand? Hoe kan ik mijn beminnelijke collega, de egyptoloog, geruststellen? Ik heb mijn eigen innerlijke beeld gevormd van Nederland, maar wanneer zal ik dat aan de werkelijkheid kunnen toetsen? En hoe is die werkelijkheid, hier om mij heen in Amsterdam? Ik vraag mij dat vaak af, bijvoorbeeld als ik de spanning voel waarmee men in Nederland de gebeurtenissen op Timor en in Jakarta volgt. Maar raken die gebeurtenissen ook daadwerkelijk de mensen om mij heen in de trein, de vroege lezers van Spits en Metro?

Vandaag heeft het weer geregend, zoals zo vaak, en langs de paden in het park stijgt de geur op van gras en natte bladeren. Die geur brengt mij terug naar mijn jeugd, naar het platteland, waar we de zomers doorbrachten. Om vijf uur 's middags gingen wij melk halen, met een pannetje, een onvergetelijke gebeurtenis. Ik keek dan naar de boeren, die in een vrachtwagentje vol met glimmende containers de pas gemolken melk brachten. Hier kochten we ook de verse ricottakaas, en mijn oma klutste dat 's ochtends voor ons met een beetje suiker, soms vermengd met cacaopoeder en in rum gedrenkte rozijnen. Op tafel lagen altijd witte druiven en pruimen; en in de tuin kan ik mij de fruitbomen herinneren, met appels, peren, perziken, vijgen en noten. En dan de gefrituurde courgettebloemen, zoet of gezouten. Op zondag aten we kalfsvlees, met aardappelen en pudding. En niet te vergeten de `gazzosa', een kleurloze limonade met prik: ik dronk het vermengd met een beetje wijn.

Dinsdag

Parijs gisteren. Werkgevers en vakbonden houden tegelijkertijd een betoging om verschillende redenen. Ik lees dat de menigte van bijna 30.000 kleine ondernemers die deelnemen aan een betoging tegen de 35-urige werkweek op de been is gebracht door een baron. Het lijkt alsof de straten van deze stad hun uitzonderlijke vermogen tot het uiten van de waarheid nog altijd in zich hebben.

Verder lees ik dat in Italië de Franstalige versie van een bijzonder waardevol boek uit 1903 opnieuw wordt gepubliceerd: The Arctic home in the Vedas, being also new key to the interpretation of many Vedic texts and legends (Origine Polaire de la tradition vedique), een werk van Lokamanja Bal Gangadhar Tilak, Deze Indiase geleerde met zijn ascetische blik spande zich in om aan te tonen dat onze gezamenlijke Indo-europese voorouders de vroegere bewoners van India en Europa, uit een bepaald gebied vlakbij de noordpool afkomstig waren.

Geologie en traditie bevestigen dat het begin van het postglaciale tijdperk en de Indo-europese emigratie uit de streken rondom de noordpool niet verder teruggaat dan het jaar 8.000 voor Christus, zo stelt Tilak. Dezelfde opvatting werd overigens ook gedeeld door Jean Sylvain Bailly, een astronoom aan het hof van Lodewijk, die in 1793 met de guillotine werd onthoofd. Hij geloofde echter dat die oorspronkelijke streek met het milde klimaat – volgens Tilak was dit Thule waar onze voorouders door sneeuw en ijs werden verjaagd en dat volgens een vertelling van Tacitus door de vloot van Agricola is waargenomen bij de Shetland-eilanden – eigenlijk niet Thule was, maar Atlantis.

Bailly redeneerde dat de sterrenbeelden die worden beschreven in oude boeken uit India alleen konden worden gezien door volkeren die in vroegere eeuwen uiterst noordelijk leefden. Maar het boek van Tilak bevat behalve rook ook vuur. De mooiste gedeelten zijn gewijd aan een beschrijving van de dageraad van toen: ,,Het was onmogelijk voor de Indiase priesters om de pracht van de dageraad zoals die in de Rig-Veda is omschreven te begrijpen of om hiervan alleen maar een voorstelling te maken. De vluchtige dageraad die zij kenden, is namelijk niet te vergelijken met de dageraad op de noordpool, die als enige model staat voor de vedische lofzang.'

Zal ik ooit de gelegenheid krijgen om dit alles aan mijn jonge Nederlandse leerlingen te vertellen? Zal het mij ooit lukken hun voor te bereiden op het fatale verschijnen van de rozevingerige dageraad van Homerus?

Woensdag 6 oktober

Dag van afscheid. Van jullie, beste lezers, en van het dagboek dat voor mij zo ongebruikelijk is; een lagere vorm van briefwisseling. Ik denk weer aan het voorval met het schip van Delos en aan de fantastische opvolging van de Apologie (de magische dag van vertrek van het gekroonde schip naar het eiland van Apollo), de Kritoon en de Phaidoon: de kooi waarin het Westen als een enorme hamster zijn wonderbaarlijke evolutie realiseert. En ik denk weer aan het toeval dat ons bij elkaar heeft gebracht. Aan het toeval dat mij vorig jaar naar Amsterdam heeft gebracht en aan het toeval dat mij hier dit jaar opnieuw naar toe heeft gevoerd. Aan het telefoontje van A. op 16 juli, mijn verjaardag, en aan de duizend-en-een toevalligheden die van mij een komisch bijgelovig wezen hebben gemaakt. Ik draag drie kleine stenen bij me, obsidiaan, amethist en maansteen. En dat alleen omdat deze stenen, op die gelukkige dag, klingelden in mijn zak. Ze achterlaten leek mij verkeerd.

Herodotus, een geschiedkundige, zegt dat de mens geheel toevallig is ontstaan. Maar wat is toeval? Dat wat eenieder overkomt, id quod cuique evenit. Maar dat, vertelde een onderwijzer, moet worden opgevat als iets wat jouw overkomt, want alleen dat maakt van toeval een gebeurtenis.

Voor Homerus bijvoorbeeld komt een gebeurtenis (tuchè) alleen van goden en de tuchè is dus altijd tuchè toon theoon, tuchè van de goden. Het is Euripides, de meest tragische onder de treurspeldichters, die de gebeurtenis van zijn goddelijke oorsprong zal losmaken. Of de tuchè of de goden, zegt een vreselijke versregel van hem. Nu ik naar mezelf kijk en terugkijk op dit uitzonderlijke avontuur, denk ik opnieuw aan dat verschrikkelijke alternatief. Buiten de trein die mij naar huis brengt, zie ik het Nederlandse landschap gedwee aan mij voorbij trekken. Opgelucht zeg ik tegen mezelf dat ik vroeg of laat wel weer een doel zal tegenkomen: waarom zou iemand moeite doen om in het toeval de intrige te zien, de fijne grondslag van het noodlot.

Wanneer zal het ophouden, dit gevoel gehandicapt te zijn door mijn taalachterstand?

Vertaling: Danila Haverkamp