Happy Hour in Berlijn

Voor de hereniging was Prenzlauer Berg een oase van onrust in de ordelijke DDR, met kunstenaars en schrijvers, dissidenten en spionnen. Na 1989 is het nog steeds de opwindendste wijk van Berlijn, maar om een andere reden. Yuppen, filmsterren en andere Neuberliner hebben de oude arbeidersbuurt ontdekt.

Als op een vrijdagavond in Torpedokäfer, een bruin café in de Oost-Berlijnse wijk Prenzlauer Berg, een groepje schrijvers bij elkaar zit, valt opeens het gesprek stil. Iedereen fluistert, over de tafels buigen de hoofden zich naar elkaar toe.

,,Daar loopt hij, zie je hem?''

,,Die doet toch niemand meer kwaad.''

De blikken richten zich op een modieus geklede man met kort geschoren donker haar en een snelle zwarte bril. ,,Dat is Sascha Anderson'', zegt Petra Schramm, schilderes en vroeger assistente van de schrijfster Christa Wolf.

Het debat gaat verder. Tien jaar na de val van de Muur dragen de oprichters van Sklaven hun literaire blad in de Prenzlberg ten grave. Vroeger waren zij dissident. Nu zijn zij moegestreden.

Voor de Wende die een einde maakte aan de deling tussen Oost- en West-Duitsland, was Sascha Anderson de spiritus rector van Prenzlauer Berg. Destijds gold de inmiddels 45-jarige schrijver als de `ster' van de kunstenaarsgemeenschap in het oosten. Anderson wist jonge DDR-kunstenaars uit hun bezette huizen naar bijeenkomsten te lokken waar gedichten werden voorgelezen en over de filosoof Jean-François Lyotard werd gedebatteerd.

Net als Yasser Arafat koesterde hij een baard van enkele dagen, droeg hij een lange jas, een ronde stalen bril en blond stekeltjeshaar. Hij was `einfach cool', zegt Schramm.

Over de onderdrukking in de DDR sprak hij niet. Kunstenaars dienden zich buiten de politiek te houden; distantie was de hoogste vorm van protest, vond Anderson. Niemand wist wie hij werkelijk was.

Groot was de ontgoocheling toen protestzanger Wolf Biermann in 1991, twee jaar na de Val van de Muur, verkondigde dat Sascha Arschloch een medewerker van het ministerie van staatsveiligheid (Stasi) was geweest. Anderson bleek een van de handlangers van Erich Mielke te zijn geweest, de gevreesde Stasi-chef. Jarenlang had hij zijn literaire vrienden geschaduwd, bespitzelt en aan het regime verraden. Sindsdien viel een schaduw over de avant-gardistische kunstenaarsgroep van Prenzlauer Berg, die nooit helemaal is verdwenen.

Nu is de Prenzlberg de meest veranderlijke wijk van Berlijn. Een golf jonge mensen uit alle hoeken van Duitsland heeft er een kleine revolutie teweeggebracht. Sinds de betonnen Muur is verdwenen, waarachter de wijk in de dagen van de Koude Oorlog verstopt lag, is de helft van de inwoners vernieuwd.

Gezinnen trekken weg, mannen in strak zwart stappen nonchalant uit hun Jaguar. Druk telefonerend manoeuvreren jonge vrouwen in cabrio's door de straten. Cafés, restaurants en galeries schieten als paddenstoelen uit de grond. Toscaans eten, Happy Hour in de cocktailbar en antiekwinkels waar 's avonds de deur nog open staat, geven de vroegere arbeidersbuurt een internationale flair.

Bij Bambus Dreams kun je trendy meubels uit het Verre Oosten kopen, waarvan de Oost-Berlijners vroeger alleen maar konden dromen. De jacht op appartementen drijft de prijzen op. Vooral dakwoningen onder de hemel van Berlijn zijn heiss begehrt. Een penthouse aan de Kollwitzplatz voor 7.000 mark per maand staat nog geen maand leeg.

`Het hart van de Prenzlberg tikt op de Kollwitzplatz' zingt Wolf Biermann. Hij woont tegenwoordig in Hamburg. Maar hij zingt over Berlijn. Of pappa spion was of dissident, in Prenzlberg, zingt Biermann, is alles mogelijk. Op de Kollwitzplatz spelen de kinderen onbekommerd verder.

Het populaire plein, genoemd naar de beeldhouwster en verzetsstrijdster Käthe Kollwitz, trekt steeds meer beroemdheden uit het Duitse culturele en politieke leven aan. De actrice Franka Potente (van de ook in Nederland vertoonde bioscoopfilm Lola rennt) woont er, net als Maria Schrader en Wolfgang Thierse, de Ossie met de rode baard, die president van de Bondsdag is. Rondom het plein, dat in geen enkele reisgids ontbreekt, zijn de afgelopen jaren meer dan honderd cafés en restaurants ontstaan.

,,Tijdens het communistische bewind was Prenzlauer Berg een mythe. In de ordelijke wereld van de DDR, was de Prenzlberg ongeordend'', zegt Wolfgang Thierse, de SPD-politicus. De Bondsdagpresident geldt als een prominente `Prenzlberger', hij woont al ruim dertig jaar aan de Kollwitzplatz. ,,De Prenzlauer Berg was niet slechts een woonomgeving, het was een levensinstelling, een eigen filosofie. Dat is het nog steeds'', vindt Thierse, die met opgerolde hemdsmouwen in zijn bureau zit.

Achter de door kogels doorzeefde façade van nummer 7 aan de Diedenhoferstrasse schuilt zijn kantoor, waar Thierse nog altijd spreekuur voor de bewoners houdt. Hij kijkt uit op de oude watertoren (de `dikke Herman') die boven de bomen uitsteekt. De kelders zijn door Hitlers Gestapo als martelkamer gebruikt voor intellectuelen en socialisten. Nu worden er exposities georganiseerd en treden lokale musici op. Even verderop ligt een groot joods kerkhof. Daar liggen Bismarcks bankier Gerson von Bleichroder en de Berlijnse schilder Max Liebermann begraven. En de uitgeversfamilie Ullstein. De tekst op een muur waarschuwt: `Hier kun je zwijgen. Maar zodra je je omdraait, zwijg dan niet meer'.

Explosie

Al vanouds waait er een wind van verzet door de wijk; verzet tegen de keizer, tegen de nazi's en tegen communisten als Walter Ulbricht en Erich Honecker. De rode Gethsemanekirche en de Zionskirche waren haarden van de oppositie tegen het communistische regime. Het waren de bijzondere plekken tijdens de vreedzame herfst van 1989, waar ook Thierse – toen nog wetenschapper – met duizenden andere strijders voor burgerrechten te vinden was en de Wende bewerkstelligden (`de explosie van mijn leven').

Destijds brandden achter de ramen in de Stargarder Strasse, Greifenhagener Strasse en de Pappelallee kaarsen uit solidariteit met de oppositie. Nu wonen voormalige dissidenten en spionnen (Spitzel) van de Stasi, de gevreesde veiligheidsdienst van de communisten, naast elkaar in Prenzlauer Berg. Slachtoffers en verraders. Tot verwondering van Thierse werken sommige Spitzel zelfs samen met hun vroegere slachtoffers. ,,Mensen vergeven èn zijn vergeetachtig, vooral de daders zelf'', zegt Thierse bitter.

In de dagen, maanden en jaren na de Wende werd de een na de ander als spion ontmaskerd. De Prenzlauer Berg zou de `moestuin' van de Stasi zijn geweest. Wie had niet gespioneerd?

Niet slechts Sascha Anderson werd beschuldigd, ook een andere schrijver van Prenzlauer Berg, Rainer Schedlinski, bleek informant van de geheime dienst te zijn. Beschuldigingen waren snel verspreid. Talloze kunstenaars, sporters, schrijvers, journalisten en politici werden ervan verdacht Spitzel te zijn geweest. Zelfs de schrijfster Christa Wolf (`Medea') – ooit een prominent lid van de clan in Prenzlauer Berg – dominee Manfred Stolpe (sinds 1990 SPD-minister-president van Brandenburg) en Gregor Gysi, de leider van de oud-communistische PDS. Overtuigende bewijzen werden evenwel nooit aangedragen.

Dat gold wel voor Anderson. Aanvankelijk ontkende hij alles, maar jaren later – toen niemand er meer interesse voor had ging hij door de knieën. Van 1975 tot 1986 bleek Anderson als Stasi-IM (Inoffizieller Mitarbeiter) te hebben gewerkt, maakte de Gauck-organisatie deze week bekend de organisatie die in Berlijn alle Stasi-aktes onderzoekt.

,,Natuurlijk voelden de vrienden van Anderson in onze groep zich bedrogen. Vooral degenen die hem vertrouwelijke brieven schreven, voelen zich belazerd. Sascha heeft alles doorgespeeld'', zegt Petra Schramm in haar atelier. Schramm hoorde bij de culturele `clan' in de Prenzlberg. ,,Maar de meesten nemen hem niet eens zoveel kwalijk, omdat ze ook van hem hebben geprofiteerd.''

Sascha ritselde en regelde altijd van alles, herinnert Schramm zich. Hij had een uitgeverij waar schrijvers hun gedichten konden publiceren. Hij sloofde zich uit voor nieuwe talenten alsof hij een impressario was, die een nieuwe generatie kunstenaars op hun weg naar de roem wilde helpen.

Typische solidariteit

Het verraad van Sascha, maar ook de komst van de nieuwe wereld na de Wende, dreef de kunstenaars van Prenzlauer Berg uiteen. De vrijheid buiten het provinciale, introverte Oost-Berlijn zette menig schrijver tot reizen aan. Sommigen trokken naar het platteland van Mecklenburg-Vorpommeren, anderen naar West-Berlijn. Slechts een klein deel van de clan bleef achter in de Kiez, zoals Berlijners hun wijk liefdevol noemen.

In de kroegen van Prenzlauer Berg, net buiten de toeristische yuppie-zone, leeft de scene verder. Schrijvers als Bert Papenfuss, Peter Brasch en Hugo Velarde dragen hun werk voor in cafés en gelden als lokale beroemdheden. Anderson, die nog altijd zijn uitgeverij heeft, wordt gedoogd zodra hij zich in een café laat zien. Papenfuss, zelf jarenlang door Sacha bespioneerd, beschouwt hem nog steeds als een maat.

Ook veel vrienden van Petra Schramm zijn naar het Westen vertrokken. Maar zelf is zij in Prenzlauer Berg gebleven, dat nog steeds haar Heimat is. De wijk geeft haar een beetje stabiliteit in het snelle leven, waarin van iedereen grote geestelijke lenigheid wordt vereist, zegt Schramm. Graag is ze ook in de buurt van Treuenbritzen, haar geboortedorp op het platteland ten zuiden van Berlijn waar ze tussen de paard-en-wagens is opgegroeid.

Heel soms mist ze het gemeenschappelijke leven van vroeger, toen de vriendenclub bij iemand thuis gedichten voorlas en je het samen moest zien te redden. Het was de typische solidariteit die bloeit in tijden van dictatuur en onderdrukking. Zijn alle verboden opgeheven en hoeft niemand zich te verstoppen, gaat iedereen doen wat hij zelf wil: ,,Nu heb ik een eigen atelier en kan ik zelf mijn leven bepalen, zonder van iemand afhankelijk te zijn'', zegt Schramm. In de DDR werd ze als lerares ontslagen omdat ze er niets voor voelde scholieren te ronselen voor het nationale volksleger. Het leven van nu ervaart zij als een `enorme verrijking'. Hoe had ze haar huidige kleurrijke schilderijen kunnen maken, zonder de inspiratie van Portugal, lacht ze.

Het tempo in de wijk is hoog, sommige oud-ingezetenen raken ontheemd. Er is nauwelijks een straat te vinden waar niet gebouwd, geboord, getimmerd of geverfd wordt. Prenzlauer Berg geldt als het grootste saneringsgebied van Europa. Veertig jaar lang werd er aan de woningen niets gedaan. De royale huizen van rond de eeuwwisseling met hun donkere binnenhoven kwamen vrijwel ongeschonden uit de oorlog; de bombardementen van de geallieerden concentreerden zich op Hitlers machtscentrum midden in de stad. Slechts tien procent van de wijk werd vernietigd.

Maar veertig jaar verwaarlozing tijdens het communisme hebben diepe sporen achtergelaten. Nog zijn de gerenoveerde pastelkleurige huizen in de minderheid en ogen de meeste straten met hun vervallen, verveloze panden grauw.

Neuberliner

Juist de rauwe herinnering aan het Duitse verleden – van keizertijd, nazisme tot de oppositie in de voormalige DDR – oefent een magnetische aantrekkingskracht uit op stadsavonturiers die de dagelijkse strijd tegen het verval niet deert. Zelfs bij de `Neuberliner' uit Bonn raakt Prenzlauer Berg in trek.

Komt er een fietser in pak met wapperende stropdas de `berg' afgesuisd richting regeringscentrum, is het beslist een zojuist verhuisde ambtenaar uit het Rijnland, die in het kielzog van de regering is meegekomen. Ook een enkele avontuurlijke diplomaat waagt zich onwennig maar nieuwsgierig in de wijk die in de DDR bekendstond als bolwerk van de `underground'-cultuur. Nergens in Berlijn wonen zoveel kunstenaars, schrijvers, toneelspelers, arbeiders en krakers. Zij hebben hun intrek genomen in oude, verlaten fabrieken en op de binnenplaatsen van de herenhuizen hun ateliers ingericht.

Niet iedereen is gelukkig met de stormachtige veranderingen. Toen Dieter Halbhuber, een theaterschrijver, journalist en zanger, onlangs thuis kwam in zijn kamer in de Greifswalderstrasse hing er een briefje aan de deur. `Jouw Heimat is tenminste nog niet weggesaneerd, groeten Hardy'. Daar werd Halbhuber verdrietig van.

Met Hardy en andere kameraden woonde hij vele jaren in de Oderbergerstrasse, middenin de Prenzlberg, een straat die doodliep op de Muur. Nadat de huizen in de Oderbergerstrasse waren opgeknapt (,,ze waren in heel slechte toestand''), ging de huur omhoog naar 920 mark. ,,Dat kon ik met mijn werklozenuitkering van 1.300 mark niet meer betalen'', zegt Halbhuber. Met tijdelijke banen kan hij net het hoofd boven water houden. In één klap was de woongroep van Dieter Halbhuber en zijn vrienden uiteen gevallen. Slechts Hardy bleef. Dieter Halbhuber gaat het allemaal te snel; hij is al voor de derde keer verhuisd in de Prenzlberg. Als hij in zijn Oderbergerstrasse loopt, kent hij de straat niet meer terug. ,,Het wemelt van de kroegen waar studenten het geld van hun rijke pappie uit het Westen opmaken om even in de Ost-Zoo een kijkje te nemen, alsof hier in het oosten van Berlijn een stelletje exoten woonden''. Dan voelt hij zich een vreemde in zijn eigen stad.Toen hij laatst met Hardy in hun stamkroeg in de Oderbergerstrasse zat en een groep lawaaierige Wessies hen van hun stoel wilde verdrijven, werd het hem te gortig. ,,Ich wohne hier'', zei Halbhuber. Op dat moment bekroop hem het gevoel ,,werkelijk gekoloniseerd'' te zijn – ook al blijft de Wende een cadeau waarop hij nooit had durven hopen. Halbhuber zegt het met een lach en een traan, net als in zijn liedjes, waarmee hij nog altijd de boer op gaat.

Halbhuber woont niet meer in zijn oude straat. `Kom', had Harry gezegd. `We zoeken een nieuwe Heimat'. Nu zien ze elkaar bij Karlchen, vlak om de hoek, ook in de Prenzlauer Berg.

Al vanouds waait er een wind van verzet door de wijk; tegen de keizer, tegen de nazi's

Komt er een fietser in pak de berg afgesuisd is het beslist een zojuist verhuisde ambtenaar