Gewoon een wapen op je nachtkastje

De autonome Palestijnse gebieden zitten stampvol wapens. Nog steeds worden wapens gezien als symbolen van lef, daadkracht en viriliteit.

Tijdens een trouwerij in Ramallah stond Ziad Zohur in de lucht te schieten. Hoewel het Palestijns zelfbestuur onlangs in navolging van Jordanië dit soort `vreugdeschoten' heeft verboden, was Ziad niet de enige die het met de nieuwe regels niet zo nauw nam. Ahmed Taher, een andere gast op de trouwerij, liep naar Ziad en vroeg waar hij het wapen vandaan had. Ziad richtte het wapen op Ahmeds buik en haalde de trekker over. Hij dacht dat het ding leeg was. Ahmed werd de twaalfde Palestijn die dit jaar wegens een ongeluk met een vuurwapen op een bruiloft overleed.

In Amman werd onlangs op een bruiloft ook weer geschoten. Daar grijpt de politie nu meteen in als het gebeurt. Bij de Palestijnen zijn het volgens Fahmi Shahin, directeur Onderzoek van de mensenrechtenorganisatie LAW, ,,vaak de veiligheidsdiensten zelf die wapens aan derden uitlenen buiten diensttijd.'' In augustus en september, trouwmaanden bij uitstek, hoor je bijna elke avond wel schieten. De politie komt zelden. Een Palestijn uit Jeruzalem vertelt dat hij op een bruiloft was waar ook de chef van een van Arafats veiligheidsdiensten, Jibril Rajub, aanwezig was. Toen Rajub naar zijn auto liep, braken de salvo's weer los. Rajub hoorde het, maar liep niet terug naar het feest om het schieten te stoppen. De doden krijgen meestal een kogel van boven in het hoofd.

In een keurig georganiseerde staat heeft de overheid meestal het monopolie op geweld. Zij bepaalt wie er een wapen mag hebben en wie niet en zorgt dat misbruik wordt gestraft. Daarbij probeert ze zelf het goede voorbeeld te geven. Bij de Palestijnen, die pas sinds 1994 serieus met staatsvorming bezig zijn, heeft de staat-in-wording een monopolie op veel dingen, maar niet bepaald op geweld. Net als in de dagen van de strijd tegen de Israelische bezetting worden wapens nog sterk gezien als `bevrijdingsmachines' – symbolen van lef, daadkracht, viriliteit. Veel Palestijnen hebben een wapen in hun nachtkastje, al was het maar omdat ze dat altijd al gehad hebben. Wapens zijn overal via-via te krijgen, want er is veel vraag naar. Volgens de vice-gouverneur van Ramallah, Saeb Nassar, komen ze vooral van ,,de mafia, drugdealers en dieven uit Israel''. Een Palestijnse wapenhandelaar in Jeruzalem bevestigt dat. Maar hij zegt ook dat die wapens steeds vaker door de Palestijnse veiligheidsdiensten, onder de tafel, worden aangekocht, en dat zij met het doorverkopen ervan op de Palestijnse zwarte markt goed geld verdienen.

Daarbij vertrouwen veel Palestijnse burgers hun eigen rechtbanken niet als de plek waar geschillen moeten worden beslecht. Een populaire moordenaar die een sterke familie of clan achter zich heeft, krijgt vaak minder straf dan een moordenaar die minder geliefd is. Als hij ook nog bij het Palestijnse Zelfbestuur op de loonlijst staat, en zeker bij de veiligheidsdiensten, wordt hem meestal ook de hand boven het hoofd gehouden. Je hoort Palestijnen vaak zeggen dat ze een wapen hebben om wraak te kunnen nemen, omdat ze van de overheid geen gerechtigheid kunnen verwachten. Al is een vonnis terecht, dan nog hebben weinigen er respect voor. Gegoede Palestijnen die eer en bezit te verdedigen hebben, hebben niet alleen wapens maar huren steeds vaker lijfwachten in om anderen af te schrikken of om 'vuile klussen' op te knappen. Hoge ambtenaren vechten hun onderlinge machtsstrijd soms via hun lijfwachten uit.

Ook geven de politie en vooral de veiligheidsdiensten niet het goede voorbeeld. Tijdens een vechtpartij om een vrouw in een café in Ramallah, eerder dit jaar, schoot een lid van de ene dienst op een lid van de andere dienst. Diens vrienden 'bezochten' de schutter de volgende ochtend thuis voor een gelijkmaker. Deze incidenten verdwijnen direct in de doofpot - maar in deze geruchtenmaatschappij, waar het echte nieuws lang niet altijd in de krant staat, hoort iedereen er toch van. Volgens een rapport van LAW, `Wapenmisbruik in de Palestijnse Gebieden', zijn er sinds 1996 27 mensen overleden doordat iemand in de politie (30 procent) of veiligheidsdiensten (70 procent) buiten zijn boekje ging. Er zijn politievoorschriften die bepalen wanneer een agent mag schieten, maar die worden geregeld overschreden. Het rapport waarschuwt tegen de ,,toenemende militarisering van de samenleving''.

Een van die 27 slachtoffers was de vijftienjarige scholier Wasim Tarifi (15), die in oktober 1998 met klasgenoten en andere jonge aanhangers van Arafats Fatah-partij naar het bureau van de Militaire Inlichtingen (MI) in Ramallah toog om te demonstreren. De MI had, naar hun gevoel onterecht, de dag ervoor een Fatah-kantoor overhoop gehaald. Wasim had een schoolboek in zijn achterzak. De demonstratie verliep rustig. Er was geen wapen te zien. Toen de demonstranten zich op bevel van hun leider omdraaiden om naar huis te gaan, werd er plotseling vanaf het dak van het MI-bureau geschoten. Wasim viel dood neer, een kogel hoog in het achterhoofd. De Fatah-activisten renden naar huis en keerden terug met wapens waarmee ze in de lucht schoten. Fatah drong er bij Arafat op aan om actie te ondernemen; anders zou de tanzim, de Fatah-jeugd, zelf wraak nemen. Na lang talmen werden er twee MI-mannen gearresteerd, wat uitzonderlijk was. Omdat niet duidelijk was wie de dodelijke kogel had afgevuurd, werden beiden wegens ongeoorloofd wapengebruik veroordeeld, niet wegens moord. Hoewel het vonnis in rechtssystemen overal ter wereld zo zou zijn uitgevallen, legt Wasims vader, de arts Yusuf Tarifi, zich er niet bij neer. ,,Ze verdienen de doodstraf'', zegt hij bitter. ,,Hier is geen gerechtigheid.''

Bij de Tarifi's hangt het trappenhuis vol posters van Wasim, gemaakt door Fatah: een schoolportret geflankeerd door machinegeweren. Yusuf Tarifi, die zegt zelf geen wapen te hebben, toont ook een foto uit het familiealbum: Wasim die op zijn 11de trots poseert met mannen van diezelfde Inlichtingendienst MI, daags nadat zij met Arafat uit ballingschap waren teruggekeerd. Hij heeft een kalasjnikov in zijn hand. ,,Och'', zegt vader Yusuf vertederd, ,,dat was onschuldig.''

Zo gewoon is wapenbezit in Palestina. Weinigen waren dan ook verbaasd dat de politie op de 31ste augustus, een uur voordat Ahmed Taher per ongeluk werd doodgeschoten, langskwam om de bruiloftsgasten tegen de gevaren van schieten te waarschuwen - en zich prompt door de lijfwachten van de gouverneur van Ramallah naar huis liet sturen met de woorden: ,,Wij houden wel een oogje in het zeil.'' Veel gasten behoorden tot Arafats Fatah-partij. De vice-gouverneur, die er ook was, antwoordde na Ahmeds dood op de vraag of het toch geen tijd werd om illegaal wapenbezit aan te pakken: ,,Dat is een goed idee. Maar we pakken geen wapens van Fatah-leden af. Die zijn legaal, omdat Arafat en Fatah een cruciale rol hebben gespeeld in de bevrijding van Palestina.''