Episode 2:.

Episode 2:

waarin Daan Schrijvers na zesentwintig jaar journalistieke pensioenopbouw eindelijk hoofdredacteur blijkt, maar in het nachtelijk duister niet precies weet waarvan.

Buiten was het donker, stil en vochtig, akelig herfstig bovendien. Daantje, Daantje, dacht ik, terwijl ik in de gestage motregen nattigheid voelde. Ben ik niet te oud om met vuur te spelen, journalistiek gesproken dan? Gisteren nog manmoedig het aanbod afgewimpeld om `Ischa, de musical' te schrijven, vandaag zonder tegenspartelen gestrikt voor M&M, het machtige magazine van de Millennium Meesters. De vergadering van zoëven suizebolde nog na in mijn hoofd. Eindelijk hoofdredacteur van een glansblad, als ik het goed begrepen had. Ik bedoel: ik was dan toch nog gearriveerd, maar op welk perron precies?

Het was ook allemaal zo snel gegaan met de bijeenkomst van het illustere gezelschap vaderlandse visionairs dat zich had verzameld in het Platform Nationale Millennium Celebratie. Eerst had mijn gelouterde collega Walter Decheiver met veel aplomb het glanzende nulnummer van mijn blad gepresenteerd (waarop alle Millennium Meesters minus mijzelve pontificaal pronkten). En meteen daarna, nog voordat ik besefte dat ik vergeten was mijn fiets op slot te zetten in de kelder van de volgens Feng Shui-principes ontworpen multifunctionele kantoorkolos, hadden mijn nieuwe vrienden mij al gefeliciteerd met mijn benoeming.

Terwijl ik temidden van het aanzwellend feestgedruis aarzelend mijn weg zocht door de kakelverse, maar compacte kwaliteitskroniek, sloeg de Chef Sound & Vision van M&M zijn arm amicaal om mijn schouder. ,,En Daan, wat vinden we ervan'', sprak hij lispelend, terwijl ik mij paniekerig probeerde te herinneren waar ik deze man met zijn rode puntschoenen en zijn veel te dure vormgeversbril eerder had gezien. ,,Euhhh'', riposteerde ik snedig, hoewel het mij vreemd te moede was. Immers, ik verkeerde nog in dubio of ik zou beginnen met de prijsvraag inzake `De verrassendste voortuin van het nieuwe Millennium', dan wel met de rubriek `Begerig Beleggen in een Beginnend Millennium', of toch mijn tanden zou zetten in de kleurige reisreportage over de Verste Bestemming van het Vernieuwde Tijdvak (het was moeilijk kiezen geweest voor mijn redactie tussen het zonnige Curaçao; het gezellige Peking; het onthutsend futuristisch-psychedelische Macãu; het zuivere, maar sombere Siberië en de sinistere Silicon Valley). Donnerwetter, dacht ik, ze zijn nu al op declarabele basis overal heen gereisd – waar moet dat naar toe?

Gelukkig plopten precies op dat moment de kurken, terwijl vrolijke klanken door de vergaderzaal zweefden (`Young and bright and beautiful euhh pompompom' ). Ach ja, `The Girl from Ipanema' , het meisje afkomstig uit de enige verre bestemming die nog niet door mijn blad was bezocht.

Terwijl de vreugde inzake de nieuwgeboren periodiek naar een hoogtepunt zwol, maakte de verantwoordelijkheid die geheel buiten mijn medeweten op mijn schouders was gelegd mij duizelig, en een vloedgolf van vertwijfeling dreigde door de zojuist opgehoogde dijken van mijn eigenwaarde heen te breken. Reeds zeilde mij van de overzijde een omineuze oogopslag tegemoet. ,,Zeg Daan'', kraaide de krasse kroniekschrijfster Elma Dusbaba vanachter haar Brut Démi-sec 2000, ,,dat Hofland-tarief per woord, geldt dat ook voor de gedachtenstreepjes en de vraagtekens in M&M?'' Razendsnel dook ik weg achter de brede ruggen van de vooraanstaande opinion leaders van diverse pluimage en de kudde kapitale captains of industry, alsmede die van het hoogheemraadschap der Hollandse hoofdredacteuren en de finefleur der columnisten.

Juist toen de eerste schreden van een polonaise zich aftekenden, en menigeen nog slechts overeind bleef door zich vast te klampen aan zijn gloednieuwe M&M-declaratieformulier, zocht ik op kousenvoeten een veilig heenkomen. Op de achtergrond hoorde ik iemand met overslaande stem roepen: ,,En de subsidie voor het nieuwe millennium is ook al binnen!'' Daarop klonk opgetogen gejoel: ,,Jaaa, subsidie! Dat is pas chic!''

Doch mij wachtte, eenmaal beneden in de kelder, minder goed nieuws. Mijn fiets, mijn fiets was weg. Links en rechts zoefden de eerste leaseauto's voorzien van M&M-logo uit de verwarmde garage naar buiten. Achter de ruiten wuifden mijn nieuwe vrienden mij toe. ,,Bedankt Daan!'', klonk het joviaal. ,,Wij gaan nu even copieus dineren, zulks in de wetenschap dat het lot van het nieuwe millennium nu veilig in jouw handen ligt.''

Grote goden, ik voelde plotseling iets zwaar drukken op mijn schouders. Iets dat ik deze jaartelling nog niet eerder had gevoeld. Terwijl ik aan de grond genageld stond, staarde ik afwisselend naar het nulnummer dat zachtjes glansde in mijn hand en de lege plek waar ik even eerder mijn fiets had achtergelaten.

,,Pssst, Daan'', klonk het plotseling zacht. Het was een stem vanuit het duister. Een stem die ik uit duizenden herkende. ,,Jantje, jij hier?!'', riep ik verschrikt. Het was documentalist Jantje Wouters, wiens vaardige hand van knippen uit andere kranten reeds menige in kopijnood geraakte journalist op het nippertje had gered.

,,Daantje, Daantje'', fluisterde Jantje Wouters, ,,je doet deksels domme dingen, en dat nog wel op de drempel van de nieuwe tijd.'' Blikskaters, hij was altijd zo negatief. Was ik net hoofdredacteur, en dan dit! Bij Boek In Beeld liep hij ook steeds zo beschuldigend rond met zijn rode map (vol kapitale canards en pijnlijk plagiaat) en zijn blauwe map (vol onverbloemd overschrijven en irrelevante infotainment). Er liep een rilling over mijn rug; daar hielp zelfs mijn beduimelde regenjas – het attribuut bij uitstek van de ware journalist pur sang – niet tegen.

,,Daantje, besef je dan niet wat je gaat doen'', preciseerde Jantje Wouters, ,,je gaat de Millennium Meesters met M&M de nieuwe tijd binnenbrengen. Op een draagstoel. Zo gaat hun duizendjarig rijk nog wel even voortduren. Zij willen immers altoos Millennium Meesters blijven. Daan, je loyaliteit wordt nog eens je ondergang!''

,,Nou, daar geloof ik helemaal niets van'', zei ik aarzelend. Maar het was tegen dovemansoren. Jantje Wouters was verdwenen. Alles wat ik nog zag was een reflectie in de spiegelruit van de volgens Feng Shui-principes ontworpen multifunctionele kantoorkolos. Ik zag een wat oudere man in een corduroybroek en een beduimelde regenjas. Een man die plotseling in niets meer leek op een ware journalist pur sang. Het was een man die dacht: allejezus, hoe nu verder, en dan nog wel zonder fiets?

(wordt vervolgd)