EEN UURTJE ZICHT ZET VISUELE SYSTEEM VAN BABY'S AL OP DE RAILS

Geringe oefening baart al kunst. Bij hun geboorte zien kinderen vrijwel niets, maar een uur visuele input is al genoeg om hun een beter zicht te geven. Dit blijkt uit een Canadees onderzoek bij kinderen van 1 week tot negen maanden oud die leden aan staar in een of beide ogen en daaraan waren geopereerd (Science, 1 oktober).

Dat kinderen bij de geboorte slecht zien (ongeveer veertig keer minder resolutie dan volwassenen) en dat binnen een paar maanden aardig verbeteren, was al langer bekend. Maar hoe neemt dat zicht toe? Voorheen werd wel gedacht dat er vele honderden uren oefening nodig waren om het baby-brein te leren scherp te stellen. Dankzij het Canadese onderzoek is nu vastgesteld dat een klein beetje om zich heen kijken het verbeteringsproces al in beweging zet. Het is vrijwel zeker dat de visuele stimulans neurale activiteit in de visuele cortex in gang zet.

Uit onderzoek onder jonge katjes die vanaf de geboorte kunstmatig blind werden gehouden, blijkt dat hun visuele hersenstructuren een diffuse, onontwikkelde structuur houden. Als die blindheid werd opgeheven, ontwikkelden de verbindingen tussen de zenuwcellen zich opeens wel voorspoedig. In een commentaar bij het Science-artikel typeert Ruxandra Sireteanu (Max Planck Institut Frankfurt) dit mechanisme als een `ontwaken' van de hersenstructuur. Als overigens te lang (een paar maanden) gewacht wordt om de jonge poezen het licht in de ogen terug te geven, zullen ze nooit meer 100 procent zien. Bij mensen duurt zo'n `window of opportunity' overigens wel tot een jaar of zes.

In totaal werden door de onderzoekers van het kinderziekenhuis van Toronto en de McMaster-Universiteit van Hamilton (Ontario) 28 baby's onmiddellijk getest nadat ze waren geopereerd aan staar in een of beide ogen en van een of meer contactlenzen waren voorzien. Ze bleken dan (met het geopereerde oog) nog even slecht te zien als pasgeborenen, ook als ze al negen maanden oud waren. Een uur later zagen de kinderen echter alweer een stuk beter, met een bijna anderhalf keer zo grote resolutie. Die toename is des te indrukwekkender omdat tussen deze test na een uur en een test een maand later de toename `slechts' 60 procent is. De toenames bleken niet afhankelijk van de leeftijd. Evenmin bleek van invloed of het ging om een kind dat altijd al een goed oog had gehad of dat het aan twee ogen staar had gehad. Het effect dat het goede oog het slechtere `wegdrukt' (lui oog) komt op dit basale niveau nog niet voor. (Hendrik Spiering)