Een papaver in de loop

Vijftien jaar lang vech leger in Zuidoost Turkije tegen de Koerdische guerillastrijders van het PKK. De Turkse schrijfster Nadire Mater interviewde 42 jonge soldaten die tussen 1984 en 1998 hun dienstplicht vervulden in het afgesloten gebied.

Het boek dat ze erover schreef, Mehmets verhaal, is in Turkije verboden, de schrijfster aangeklaagd wegens belediging van het leger. Een van haar interviews, met `Ahmet', staat hierbij afgedrukt. Onze correspondent Bernard Bouwman sprak met een oud-PKK-strijder.

De dood is vijf centimeter hoog'', zegt Ahmet met een wrang gezicht. ,,Als je je hoofd vijf centimeter boven de loopgraaf uitsteekt, krijg je een kogel in je voorhoofd.''

Aldus een 25-jarig dienstplichtig officier in Zuidoost-Turkije. Hij is een aan de politicologische faculteit van de Universiteit van Istanbul afgestudeerde econoom, die de strijd beziet met de poëtische blik van een ontwikkeld jongmens. ,,De betoverende knallen van de verre kalasjnikovs zijn voorboden van de dood'', zegt hij. Het begin van een carrière in de bloeiende Turkse financiële sector werd onderbroken door een oproep voor militaire dienst, gevolgd door actie, als één van de 220.000 Turkse militairen die naar het zuidoosten zijn gestuurd om de strijd aan te binden met de PKK.

,,Wat had ik de pest aan al die mensen'', zegt Ahmet over zijn eerste contacten met de inwoners van de stad Kars in het zuidoosten, een oase van vredige onverschilligheid te midden van het door de oorlog verscheurde, ongastvrije bergland. ,,Niemand gaf er een snars om dat daar in de bergen op hetzelfde moment soldaten voor hen stierven'', zegt hij; dat was de eerste les die jonge soldaten overal ter wereld leren. ,,Militairen en burgers behoren tot twee volstrekt verschillende werelden.'' Nóg eens een hele wereld verder weg, in Istanbul, werd een nichtje van hem geboren. `Terug in de wereld' – zoals de jonge dienstplichtigen ten tijde van Vietnam hun verlofdagen pleegden aan te duiden – moet hij de vragen van zijn verbijsterde vrienden in de stad van de Ottomanen zien te beantwoorden. ,,Zij kunnen niet begrijpen dat je móet'', is zijn nijdige reactie. ,,Als je in dit land normaal wilt leven, moet je in militaire dienst. Je doodt liever dan dat je gedood wordt, en je steekt dorpen in brand. Je kunt er niet onderuit.''

Ahmet heeft een verzameling kiekjes. Alsof hij onschuldige herinneringen ophaalt aan een picknick op het land, pakt hij een momentopname uit de bergen: hijzelf, met een automatisch geweer in de hand. Achter hem smeult een dorp. Na drie maanden basisopleiding in Ankara werd Ahmet gedetacheerd bij een eenheid in Kars, niet ver van de grens met Armenië. Daarna werd hij de bergen in gestuurd om oorlog te voeren. ,,Hier is een makker van me geraakt'' – hij wijst op een andere foto van een woeste bergkam. ,,Ik ben ook bijna geraakt toen ik hem probeerde te redden.'' De arts van zijn eenheid was uit angst een grot ingevlucht, zodat Ahmet alleen achterbleef met de stervende dienstplichtige. De evacuatiehelikopter kwam vijf uur te laat om hem in veiligheid te brengen. Ze hebben het lijk dan maar naar zijn woonplaats laten brengen.

Nog een kiekje. Een groepje soldaten rustend in een tent. Ahmet zit poëzie te lezen. ,,Pablo Neruda, of misschien Majakovski.'' Hij weet het niet meer precies.

Ahmet voert nu het bevel over een artillerie-eenheid van 36 man. In zijn vrije tijd leest hij kranten en boeken die zijn aangetroffen in PKK-schuilplaatsen. Hij luistert naar de radio, speciaal naar liederen over de golvende bergtoppen van Turkije. Zijn lievelingslied is `Mijn geliefde wacht achter bergen'. Zijn moeder en zijn vriendin zitten in Istanbul. Zijn vader werkt als `Gastarbeiter' in Duitsland.

Nog een foto: een dode, naakte PKK-guerrillastrijder. ,,We móeten ze wel uitkleden. Ze kunnen documenten onder hun kleren verborgen hebben of boobytraps op hun lichaam dragen.'' Nog steeds in het defensief: ,,Het doet er niet toe of het mannen zijn of vrouwen.'' Maar waarom hij de foto heeft gemaakt, en waarom hij hem bewaart – of waarom hij hem laat zien – kan hij niet verklaren.

Moeizaam probeert hij de oorlogsmisdaden en inbreuken op de Conventie van Genève te verklaren die zijn troepen begaan. ,,De psychologie van de strijder aan het front is anders.'' Nog een foto van een jongeman in de oorlog die zich aanstelt: hij steekt zijn geweer omhoog met een papaver in de loop. Een teken van vrede – te velde mogelijk een vergrijp tegen de militaire tucht.

Ahmet noemt Laila. Hij kreeg bevel om te vuren op een groep vrouwen, veronderstelde guerrillastrijders van de PKK. De eenheid werd volgens hem aangevoerd door een Koerdische vrouw genaamd Laila. Vijf maanden lang hebben zij elkaar over hun legerzenders gehoord, wanneer zij hun respectievelijke soldaten berichten doorgaven, die de andere partij routinematig afluisterde. Telkens wanneer nu de stem van Laila uit de ontvanger klinkt, roepen de radiomensen: ,,Ahmet! Die van jou is aan de lijn!'' Hij vreest dat hij nog eens een rol zal spelen in haar dood.

Hoe zal het gaan wanneer Ahmet eindelijk uit de bergen naar huis terugkeert? Weer duikt het beeld van Vietnam op, van het ellendige bestaan van de oorlogsveteraan zonder zege of roem. ,,Het leven in de bergen is onvoorstelbaar'', zegt Ahmet. ,,De unieke natuur, een overvloed aan drank. Dokters helpen verslaafden zelfs aan drugs.'' De PKK-mensen onthouden zich er merendeels van, al is bij enkele gevangenen wel primitief vervaardigde crack aangetroffen.

De PKK eist de zuidoostelijke provincies van Turkije op als deel van een onafhankelijk Koerdistan. Ahmet en zijn leger – een ongeregeld mengelmoesje van door de NAVO opgeleide `speciale troepen' en ongeschoeide, met bejaarde jachtgeweren bewapende `dorpswachters' – moeten dat verhinderen. `Raw in the fields the rude militia swarms', schreef de Engelse dichter John Dryden in de zeventiende eeuw over een andere burgeroorlog. `Mouth without hands; maintained at vast expense. In peace a charge, in war a weak defense.' (Ongeschoold en lomp zwermt de militie door het veld. Mond zonder handen, kostbaar in het onderhoud. In vredestijd een last, in oorlog een zwakke verdediging.)

De voorlaatste les: die van de jongeman die nog altijd, zonder te begrijpen waarom, aarzelend trots kan zijn op zijn opleiding, op de verantwoordelijkheid en de macht die de oorlog jonge mensen verleent. Hij denkt terug aan de keren dat op zijn bevel de vijand met een spervuur van granaten is bestookt. ,,Zevenhonderd dollar per stuk'', zegt hij.

Hij heeft twee weken verlof voor zijn laatste drie maanden militaire actie in de bergen. ,,Het leven'', zegt hij, ,,is nu zoveel duidelijker geworden. Eindelijk weet ik nu wie wie de dood in voert, of wanneer je meteen twintig granaten moet afvuren om te zorgen dat anderen... Al komen die granaten wel terug in de vorm van gierende inflatie en stijgende sterftecijfers'', voegt Ahmet er aan toe – diep in zijn hart nog steeds de econoom die jaren geleden aan de Universiteit van Istanbul is afgestudeerd.

Ik moet morgen halen, dat is het enige waar we nog aan dachten

Mijn lievelingslied is `Mijn geliefde wacht achter de bergen'

Vertaling Jaap Engelsman

Zie ook op deze pagina: De dood als vaste gast — De PKK-strijder