DE VALKUILEN VOOR EEN JONGE TRAINER

Het Nederlands elftal oefent vanavond in Amsterdam tegen Brazilië. Na één overwinning in tien interlands is de discussie over de onervaren bondscoach Frank Rijkaard hoog opgelaaid.

Hoe je ook over Frank Rijkaard denkt, het getuigt in elk geval van moed dat hij vorig jaar het zware ambt van bondscoach aanvaardde. Of was het juist onbezonnenheid? De geschiedenis leert dat jonge oefenmeesters, al dan niet met een grote staat van dienst als voetballer, zelden onmiddellijk slagen op het hoogste niveau. Misschien had de nu 37-jarige Amsterdammer er verstandig aan gedaan zich te verdiepen in ervaringen van zijn voorgangers. Walter Meeuws was even jong en idealistisch toen hij in 1989 op 36-jarige leeftijd werd aangesteld als bondscoach van het Belgische elftal. Een half jaar later, kort voor het WK in Italië, moest hij onder druk van de media en de publieke opinie het veld ruimen.

George Kessler is nog steeds de jongste bondscoach van Oranje aller tijden. Geroemd wegens zijn discipline ging hij in 1965 op 33-jarige leeftijd in Zeist aan de slag als de opvolger van Dennis Neville. De geboren Saarlander had zijn opleiding gevolgd op de sportschool van Hennef waar de vermaarde coaches Sepp Herberger en Hennes Weisweiler de scepter zwaaiden. Kessler hield het langer vol dan Meeuws: vier jaar. De balans van zijn conduitestaat was echter negatief: tien overwinningen, vijf gelijke spelen en twaalf nederlagen. Kessler kon beschikken over veel aanstormend talent (Cruijff, Rensenbrink, Van Hanegem, Krol, Mulder, Van Beveren), maar ondervond veel tegenwerking van de clubs. Jaren later betuigde hij spijt over zijn beslissing om zijn trainersloopbaan te beginnen als bondscoach. ,,Ik heb de omgekeerde weg bewandeld. Normaal word je tot het ambt van bondscoach geroepen wanneer je bij een club successen hebt behaald en jezelf met moed en courage een bekwaam vakman hebt getoond'', zegt hij in het boek De historie van Oranje.

Ook op clubniveau bestaan voorbeelden van onervaren trainers of ex-topvoetballers die vroegtijdig strandden. Zoals Pim Verbeek (op 33-jarige leeftijd hoofdtrainer bij Feyenoord), Sören Lerby (als 33-jarige bij Bayern München), Ruud Gullit (als 33-jarige trainer/speler Chelsea, coach Newcastle United), Peter Boeve (als 40-jarige bij RKC) en Dick de Boer (als 48-jarige bij Volendam).

Han Berger (49), de bondscoach van het olympisch elftal, constateert een trend in het aantrekken van ex-voetballers voor de technische leiding van topteams. Behalve Frank Rijkaard is de 39-jarige Jan Wouters (Ajax) een actueel voorbeeld. ,,Ik ben nu 23 jaar actief als trainer en in die periode was er steeds sprake van trends'', zegt Berger. ,,Zo hebben we periodes gehad dat de clubs een praktijk-trainer wilden, toen weer een ervaren coach, vervolgens een academische geschoolde oefenmeester en nu weer een ex-topspeler. Het zijn allemaal fases die voorbijgaan.''

Berger was de jongste trainer in het betaald voetbal. Als coach van het tweede elftal moest hij op 25-jarige leeftijd bij FC Utrecht de ontslagen Jan Rab opvolgen. In een selectie met voetballers als Carbo, Van Veen, Wery en Adriaanse waren er slechts twee spelers jonger dan hij zelf. Berger moest het seizoen afmaken en Pim van de Meent werd genoemd om zijn plaats in te nemen. Utrecht bungelde onderaan in de eredivisie, maar toen Berger in zeventien wedstrijden 23 punten haalde (oude telling) mocht hij aanblijven. ,,Ik heb er toen in mijn jeugdige overmoed geen seconde over nagedacht dat het ook weleens anders zou kunnen lopen. Ik vond het een hele uitdaging.''

Berger, die met wisselend succes nog acht keer van club zou veranderen alvorens hij Zeist aandeed, gaat dan ook niet zover dat hij jonge trainers per definitie afwijst voor het hoogste niveau. ,,Je moet niet generaliseren. Er zijn ook oud-topspelers die het werk direct in de vingers hebben (Cruijff, red.).'' Hij legt de verantwoordelijkheid voor het functioneren van jonge, onervaren trainers bij degenen die ze aanstellen. Berger: ,,Een jonge coach is nog onbeschadigd, enthousiast en kan heel verfrissend werken. Maar aan de andere kant neemt zijn aanstelling door zijn gebrek aan ervaring ook risico's met zich mee. Of de bestuurders die beslissen over een trainer zich dat realiseren, daar heb ik weleens mijn twijfels over.''

Over zijn collega Rijkaard wil Berger uiteraard niet oordelen. Foppe de Haan, de geroutineerde trainer van Heerenveen en voormalig docent op de cursus coach betaald voetbal, constateert ,,bij sommige dingen'' dat Rijkaard ervaring ontbeert. ,,Als je terugkijkt naar die onderlinge oefenwedstrijd dan zeg ik: `Hoe krijg je het voor elkaar? Ga toch lekker trainen met achttien jongens en haal een stuk twijfel weg'. Dit vond ik echt slecht. Vooral omdat de pers er bij zo'n vertoning bovenop zit. Elke speler die afvalt wordt dan gevraagd wat hij er van vindt. Rijkaard heeft het grote voordeel dat hij een prima kerel is. Hij straalt bovendien innerlijke rust uit. Hij hoeft met het Nederlands elftal niet wekelijks op de barricade. Desondanks heeft hij bepaalde zaken toch verkeerd ingeschat. Bijvoorbeeld dat journalisten alles weten. En dat spelers als Overmars (die enkele keren in de wedstrijd om vervanging vroeg, red.) ongelooflijk lange tenen kunnen hebben.''

De Haan is het eens met Walter Meeuws, die onlangs in de GPD-bladen stelde dat Rijkaard beter eerst ervaring had kunnen opdoen als clubtrainer. ,,Dat is mijn eigen ondervinding, al gun ik hem deze aanstelling als geen ander'', zegt de voormalige Belgische bondscoach die nu succes heeft met Lierse SK.

De Haan: ,,Als ik de baas zou zijn van de KNVB zou ik bij het afgeven van de trainerslicenties iets inbouwen. Namelijk dat jonge coaches die net van de cursus komen, verplicht eerst ervaring opdoen bij de jeugd. Je kunt tijdens de opleiding vertellen over de valkuilen van het vak maar je moet er toch eerst in zijn gevallen voordat je weet wat het is. Rijkaard gaat nu echt leergeld betalen. De enorme verantwoordelijke functie van bondscoach vereist veel mensenkennis. Het is de vraag hoeveel krediet Rijkaard in mei nog overheeft als hij niet een paar keer wint. Er zijn coaches voor minder afgezet. Toen dr.Fadrhonc weg moest won het Nederlands elftal uit met 5-0 van Griekenland.''

Ook Jan Wouters is in de ogen van De Haan te snel gepromoveerd tot hoofdtrainer. ,,Ajax heeft met Wouters geprobeerd om hem langzaam in de cultuur van de club te laten groeien naar deze baan. Maar Olsen werd te snel ontslagen. Ik lees dat Wouters nu de indruk wekt dat hij achter elke boom een spook ziet. Het grootste probleem van een trainer is dat je de neiging hebt een harnas aan te trekken. Terwijl het juist een vak is waarin je open moet zijn naar de media. Je bent toch het boegbeeld van de club.''

Sef Vergoossen, trainer van Roda JC, zegt dat hij niet kan inschatten of Rijkaard routine mist voor het vak van bondscoach. ,,Wij hebben vorig jaar bij zijn aanstelling als bestuur van de belangenvereniging Coaches Betaald Voetbal daarover wél onze zorg uitgesproken. Als stagiair heeft Rijkaard blijk gegeven van een goede kijk op voetbal. Maar voor het vak van bondscoach komen 101 andere dingen kijken. Ik ken Walter Meeuws heel goed. Hij heeft tegen mij ook gezegd dat hij nu bepaalde zaken door een bredere kijk veel beter oplost dan in de periode dat hij bondscoach was. Je kunt op de cursus veel leren, maar ontwikkelingen inschatten en preventief handelen bouw je puur op door ervaring. En dat gebeurt via de weg van geleidelijkheid. De druk op het hoogste niveau is immens groot geworden.''

Vergoossen (52) is een ervaren rot in het profvoetbal. Toch begon ook hij op jeugdige leeftijd (33 jaar) als hoofdtrainer bij VVV. Vergoossen ondervond toen veel steun van zijn voorzitter Jeu Sprengers, de huidige KNVB-preses. ,,De rol van hoofdtrainer is in de loop der jaren veranderd. Je bent meer manager geworden. Samen met de directie moet je een voetbalbedrijf draaiende houden. Als je alleen met de spelersgroep op het veld wilt staan is er voor jou geen rol meer weggelegd in het huidige topvoetbal. Het valt me op dat ex-voetballers die overschakelen naar het trainersvak altijd zeggen: `Ik had niet gedacht dat er zoveel bij komt kijken'. Ze komen dagelijks met hun tasje binnen en gaan weer naar huis. Maar ze zien niet dat je voortdurend moet overleggen met allerlei afdelingen en bezig bent met plannen.'' Dat kan De Haan beamen: ,,Driekwart van de zaken waarmee je bezig bent heeft niets te maken met het werk op het veld.''

Ook Berger constateert een drastische verandering van het trainersvak. ,,Je presentatie naar de media is belangrijk geworden. Je moet kwaliteiten hebben op het gebied van management en psychologie. Vroeger was je de belangrijkste man na het bestuur. Maar door de toegenomen macht van sponsors, spelers en managers ben je niet meer de tweede man in de hiërarchie. De trainer wordt beschouwd als een passant en anderen vullen de langere termijnplanning in. Het gaat ook steeds sneller met de carrières. Ik heb ooit het genoegen gesmaakt de kroonprins te zijn van het trainerskorps. Tegenwoordig ben je ook zo weer bedelaar. Waar zijn bijvoorbeeld Rijsbergen en Spelbos gebleven? Dat waren enkele jaren geleden nog de trainers voor de toekomst.''

Over snel gesproken, dat woord vindt De Haan ook van toepassing op Gullit die hij enkele jaren geleden het vak probeerde bij te brengen als stagiair in Heerenveen. ,,Ruud is een jongen die alles te snel wil. Hij was nog niet binnen bij Newcastle of hij riep dat er nieuwe spelers moesten komen. Dat soort teksten kun je beter intern houden. Want wat zullen de al aanwezige spelers daar niet van gedacht hebben toen ze dat hoorden? Toch hebben Rijkaard, Gullit, Neeskens en Koeman op de cursus op een gegeven moment een ommezwaai gemaakt toen ze beseften dat ze nog veel moesten leren. Aanvankelijk kwamen ze, zoals zovelen, binnen om even snel het papiertje op te halen.''

Berger wijst ten slotte op een oud-topvoetballer die wel de juiste weg bewandelt naar de functie van toptrainer. ,,Ik vind dat Ronald Koeman het goed doet. Hij heeft heel veel kwaliteiten. Als persoonlijkheid en als coach. Hij heeft eerst bij Barcelona de kat uit de boom gekeken en het tweede team getraind. Nu loopt hij mee met Van Gaal. Ik heb begrepen dat hij al diverse aanbiedingen van topclubs heeft afgeslagen. Daarmee heeft Ronald een goede beslissing genomen. Maar ook voor hem geldt dat hij het geluk moet hebben dat hij straks in de praktijk snel presteert. Want elke trainer wordt afgerekend op zijn resultaten.''