De Uitmarkt van het World Wide Web

Veertigduizend mensen bezochten deze week de grootste Internetbeurs ter wereld in New York. Nieuwe trends en de nieuwste producten. Welkom bij dotcom-mania.

Al van verre zie je de bezoekers van Internet World, 's werelds grootste beurs voor de Internetindustrie, aan komen sjokken. Ze hebben petjes op hun hoofd met logo's van Internetbedrijven, dragen t-shirts met logo's van Internetbedrijven, en sjouwen met dikke tassen volgepropt met glanzende folders met logo's van Internetbedrijven. Internet World is een circus.

In de verre omtrek van het New Yorkse Javitz Convention Center staan billboards waarop de bedrijven zich afficheren. Zelfs de New Yorkse gele taxi's zijn beplakt met het bekende .com achtervoegsel. Op de stoep voor het Javitz Center staat een man verkleed als een enorme bruine boon. `Beenz.com' staat er op zijn buik. Even verderop loopt een levensgrote R2D2, de robot uit Star Wars. Nog voor ik binnen ben, heb ik al drie flyers van agressieve verkopers in mijn handen gestopt gekregen. ,,Hey guy, we've got a hot new product, go check it out.''

Internet World is vanouds de plek waar je de nieuwste ontwikkelingen kunt gadeslaan. Zeg maar, de Uitmarkt van het World Wide Web. Vorig jaar was e-commerce (hoe verkoop ik spullen op Internet) een belangrijke trend, het jaar daarvoor waren het de `portal sites'. En drie jaar geleden, een eeuwigheid in het Internettijdperk, was het buzzword `push-technology'. En daarmee is onmiddellijk duidelijk dat de zaken met een korreltje zout moeten worden genomen. Want in 1999 is het begrip `push' natuurlijk al lang vergeten.

Internet World biedt lezingen van topmannen uit de industrie: de directeur van Oracle, Larry Ellison, de uitvinder van het besturingssysteem Linux, de Fin Linus Thorvalds of de leider van Intel, Craig Barrett. Er zijn tientallen workshops over technische onderwerpen, maar de meerderheid van de bijna 40.000 bezoekers komt af op de honderden stands met de nieuwste waar. En ze zijn er allemaal, van grote multinationals als Microsoft, America Online en IBM tot volstrekt onbekende `start-ups'.

Opmerkelijk genoeg lijken de meeste bedrijven weinig vertrouwen te hebben in hun eigen ideeën. De standhouders proberen op de meest idiote manieren de aandacht te trekken waarbij het product zelf bijzaak lijkt. De een verloot een reis naar Hawaii, de ander een Harley Davidson en de volgende een handcomputertje. Voordat je met die loterijen mag meedoen, moet je natuurlijk wel eerst de presentatie uithoren. Andere ondernemingen laten bekende sporters opdraven om handtekeningen uit te delen, hebben goochelaars ingehuurd of verlekkeren de – overwegend mannelijke – bezoekers met fotomodellen waarmee je op de foto mag.

Elk bedrijf lijkt een paar werkloze acteurs te hebben gehuurd om de waren aan te prijzen. Opgewekte jongens en meisjes in vlotte truien spreken de verveelde toeschouwers enthousiast toe. Al wandelend langs de stands word je om de haverklap aangeklampt door opdringerige types. Oogcontact vermijden is het motto, anders sta je om de vijf meter naar een reclamepraatje te luisteren.

Allemaal beschikken ze over een `leadership position' en een `innovative business model' en natuurlijk hebben ze allemaal `real solutions' voor jouw problemen. En overal wordt iets weggeven: zijn het geen t-shirts of baseball-petten, dan zijn het wel sleutelhangers, stickers, pennen, buttons, snoepjes, brievenopeners of koffiemokken. Het doel is overal hetzelfde: een slaatje slaan uit de voortdurende dotcom-mania, zoals ze het hier noemen. Maar als je informeert hoe er dan geld verdiend moet worden, begint het geaarzel. Slechts een enkeling geeft eerlijk toe: ,,Ik hoop door een groot bedrijf te worden opgekocht.''

Toch kun je temidden van al dit marketinggeweld wel een paar bedrijven vinden die een leuk idee hebben. Zo geeft One Voice Technologies een demonstratie van software waarmee je `handsfree' kunt surfen. Als je `search' tegen je webbrowser zegt, verschijnt een zoekprogramma op het scherm. Wil je weten hoe het met de koers van jouw aandelen staat, roep je `stocks' en de webpagina met aandelen verschijnt. Ook andere bedrijven bieden vernieuwende producten waar nauwelijks nog een toetsenbord aan te pas komt.

Maar liefst drie bedrijven bieden voicemail via Internet. MyTalk geeft gratis telefoonnummers weg waarmee je naar je e-mail berichten kunt luisteren (brieven in een andere taal dan de Engelse worden door de computerstem vreselijk vervormd). Handig als je onderweg bent en geen computer bij je hebt. Je kunt zelfs via de telefoon mail terugsturen. Simpelweg je boodschap inspreken en het wordt als geluid bij het bericht gevoegd.

Rockettalk en Visitalk lijken op het bekende programma ICQ dat je live berichten naar bekenden laat sturen; alleen hier betreffen de berichten geen geschreven tekst, maar gesproken boodschappen. Van de twee lijkt Visitalk over de beste papieren te beschikken, want anders dan bij Rockettalk – dat alleen boodschappen verstuurt – kun je via Visitalk ook echt gratis wereldwijd telefoneren. Het bedrijf zegt zonder enige reclame al over 90.000 gebruikers te beschikken.

Een andere trend is dat steeds meer bedrijven gemeenschapsgevoel onder websurfers proberen te creëren. Gooey en CliqueMe bieden vrijwel dezelfde dienst aan. Nadat je de software hebt gedownload, kun je zien welke mensen een bepaalde site bezoeken. Het idee is dat wanneer jij bijvoorbeeld de CNN bezoekt, je iets gemeen hebt met alle andere CNN bezoekers. De software laat je in contact komen met die mensen, en het websurfen wordt zo een minder eenzame aangelegenheid.

Ook Hotlinks denkt dat surfers behoefte hebben aan gemeenschapsgevoel, maar biedt daarnaast een handige zoekfunktie. Het bedrijf vraagt je je lijst van favoriete website te uploaden waarna je kunt zoeken in de lijsten van anderen. Wederom is het achterliggende idee dat surfers behoefte zouden hebben aan contact met gelijkgestemde zielen. In dit geval, mensen die dezelfde bookmarks hebben als jij.