De goede doelen zijn te rijk

Het eigen vermogen van goede doelen-organisaties is de laatste jaren spectaculair gegroeid. Binnen de branche gaan stemmen op een maximum in te stellen. ,,We zijn geen beleggingsclub.''

Nederland is goedgeefs. Nederlanders geven jaarlijks zo'n vijf miljard gulden uit aan goede doelen. Maar Nederland is niet goedgelovig. Het publiek wil precies weten of zijn geld goed besteed wordt. En hoe geloofwaardig is een fondsenwerver met een belegd vermogen van een paar honderd miljoen gulden?

Het vermogen van veel goede doelen-organisaties is de laatste jaren, mede dankzij het gunstige beursklimaat en de groei van het aantal legaten, fors toegenomen. Het totale vermogen van de vijf rijkste goede doelen-organisaties bedroeg eind 1997 al 1.130 miljoen gulden, zo blijkt uit de meest recente beschikbare cijfers van het Centraal Bureau Fondsenwerving. Inmiddels moet dit bedrag nog met tientallen miljoenen zijn opgelopen.

De groei van het eigen vermogen heeft de branche aan het denken gezet. Het eigen imago staat op het spel. Want hoe kan je bij het publiek om geld vragen terwijl je tegelijkertijd miljoenen op de bank en de beurs heb geparkeerd?

Enkele fondsenwervers zijn inmiddels begonnen hun eigen vermogen terug te brengen. Want, zoals één van hen het zegt, ,,we zijn een goede doelen-organisatie, geen beleggingsclub.''

De Dierenbescherming gaat bijvoorbeeld de eigen bank- en beursrekening saneren. De organisatie zag het eigen vermogen de afgelopen jaren oplopen tot meer dan 40 miljoen gulden, twee maal de jaaruitgave van de gehele vereniging, vertelt Koos Boering, controller bij de landelijke Dierenbescherming. Dat vond het hoofdbestuur bij nader inzien wat veel. Het heeft daarop besloten dat het eigen vermogen voortaan niet hoger mag zijn dan één maal de jaaruitgave. Boering: ,,Opdat de vereniging ten minste nog een jaar haar belangrijke maatschappelijke functie kan blijven vervullen in het geval de fondsenwerving opdroogt en ook alle andere inkomsten onverhoeds wegvallen.'' De overtollige 20 miljoen gulden van het vermogen gaat naar het goede doel.

Ook het Leger des Heils gaat een belangrijk deel van zijn vrij beschikbaar vermogen van 110 miljoen gulden inzetten voor het goede doel. Het wil voortaan een eigen `weerstandsvermogen' houden van niet meer dan 1,5 keer de jaarlijkse exploitatie-uitgaven, om onverwachte tegenvallers op te kunnen vangen. Het overtollige vermogen, 42 miljoen gulden, gaat de komende drie jaar naar het goede doel. ,,Voor ondermeer nieuwkomers in de Nederlandse samenleving'', vertelt directeur Coos van Teijlingen van het Leger des Heils.

Niet alle fondsenwervers zijn van plan hun vermogen in te krimpen. Sommige kunnen dat niet eens, omdat ze niet of nauwelijks eigen vermogen hebben, zoals bijvoorbeeld Unicef. Andere fondsenwervers laten hun vermogen intact, omdat ze vinden dat het nog geen onacceptabel niveau heeft bereikt. Een vermogen van één à anderhalf keer de jaaruitgave wordt vaak redelijk geacht. En sommige fondsenwervers doen er alles aan om hun eigen vermogen juist flink te spekken.

Vereniging Natuurmonumenten bijvoorbeeld. De organisatie is met een eigen vermogen van 354 miljoen gulden (berekening door Natuurmonumenten) al de rijkste fondsenwerver in Nederland. De vereniging wil de komende jaren nog eens 150 miljoen gulden extra sparen. ,,Wij willen naar een eigen vermogen van een half miljard gulden'', zegt financieel directeur Jos van Dalen. Hij zegt dat de organisatie een dergelijk vermogen nodig heeft om de continuïteit van de vereniging en haar werkzaamheden te kunnen garanderen.

Natuurmonumenten beheert 80.000 hectare natuurterrein en krijgt er elk jaar een paar duizend hectare bij van de staat. Alleen al het beheer van die terreinen kost Natuurmonumenten volgens Van Dalen 70 miljoen gulden per jaar.

Als de inkomsten uit fondsenwervering tegenvallen, kunnen andere goede doelen volstaan met minder uit te geven, meent Van Dalen. ,,Maar dat kunnen wij niet. Wij kunnen niet zeggen: zo, nu beheren we die terreinen maar eventjes niet.''

En dan bestaan er nog goede doelen-organisaties die zich in het geheel niet willen vastleggen op een grens aan het eigen vermogen. Het Prins Bernhard Cultuurfonds bijvoorbeeld. Ook dit fonds heeft het vermogen de afgelopen jaren fors zien groeien. Tot 219 miljoen gulden eind vorig jaar. Dat is zeventig keer het bedrag dat het fonds vorig jaar kwijt was aan de eigen organisatie en meer dan zes keer de totale jaaruitgaven - dus inclusief het bedrag dat de organisatie uitgeeft aan zijn doelstelling. (Het fonds besteedt jaarlijks zo'n dertig miljoen gulden aan subsidies, opdrachten en prijzen tot behoud van de Nederlandse cultuur.)

Directeur Jan Herman Meerdink benadrukt dat het Prins Bernhard Cultuurfonds een groot deel van het eigen vermogen niet mag aanspreken, omdat het zogenoemde fondsen op naam zijn (vorig jaar 64 miljoen gulden), waar het Prins Bernhard Cultuurfonds alleen het vruchtgebruik van heeft. Het vrij besteedbaar vermogen bedroeg in 1988 126 miljoen gulden.

Meerdink ziet voorlopig geen einde aan de groei van het eigen vermogen. ,,Wij vervullen een belangrijke plek in de Nederlandse samenleving. Wij willen gewoon door kunnen blijven gaan met ons werk ten behoeve van de Nederlandse cultuur, ook als onverwachts de inkomsten vervallen. Daarom is ons eigen vermogen zo belangrijk.'' Het fonds voegt er jaarlijks nog steeds miljoenen aan toe. Het zal daar pas mee stoppen als de inkomsten uit fondsenwerving gelijk zijn aan de inkomsten uit het eigen vermogen.

Intussen gaan steeds meer stemmen op om een plafond te stellen aan de hoogte van het eigen vermogen. De Vereniging van Fondsenwervende Instellingen (VFI) gaat bekijken of de hoogte ,,niet aan bepaalde criteria'' moet worden gebonden. De criteria zullen volgens VFI-voorzitter Klaas van de Poll worden opgenomen in de gedragscode die de branche heeft ontwikkeld, of in het keurmerk voor fondsenwervers van het Centraal Bureau Fondsenwerving. Opdat fondsenwervers geloofwaardig blijven voor het grote publiek.