Dag zandzak

De Zweedse firma noaq heeft een opblaasbare muur ontwikkeld die bescherming biedt tegen overstromingen.

Zo gauw het iets te lang en te hard regent, worden de zandzakken uit de opslag gehaald en gaan boeren, burgers, buitenlui en militairen aan het scheppen onder leiding van de dijkgraaf. Zo ging het in 1400 en zo gaat het nu, op de drempel van de 21ste eeuw, nog steeds. Maar niet lang meer als het aan de Zweedse firma Nordisk Aquateknik AB (NOAQ) ligt. De afgelopen jaren ontwikkelde het bedrijf de Tubvall (letterlijk: buismuur), een van PVC gemaakte slang (ook wel balg genoemd) die in opgeblazen toestand have en goed beschermt tegen het wassende water.

De Tubvall bestaat uit elementen van 20 meter lengte en kan binnen tien minuten worden opgeblazen tot 60 centimeter hoogte. Een sectie vervangt 1000 zandzakken, althans volgens de fabrikant. Om te voorkomen dat de met lucht gevulde slang wegdrijft op het water, maakt NOAQ gebruik van het principe van de boekensteun. De boekensteun houdt de boeken tegen, maar wordt op zijn beurt verankerd door het gewicht van de boeken. Hetzelfde gebeurt bij de Tubvall; hij houdt het water tegen, maar wordt door datzelfde water verankerd. Daartoe is de `slang' over de hele lengte voorzien van een lap van enkele meters breed, die tegen de grond aan wordt gedrukt door het opkomende water. Het geheel laat zich al even lastig verplaatsen als een met water gevuld opblaasbaar kinderbadje.

In juni werd de Tubvall voor het eerst in Nederland gedemonstreerd door het Hoogheemraadschap van Delfland. In het gebied, dat onder andere het Westland omvat, steeg het waterpeil tijdens de hevige regenval van vorig jaar september zo hoog, dat nogal wat boezemkades overstroomden. Met 380 kilometer boezemkade heb je nooit genoeg zandzakkenvullers voorhanden, dus de Tubvall leek een uitkomst. Leek, want J. van der Kolff, hoofd van de sector Waterkeringen van het Hoogheemraadschap, is bang dat het weinig nut heeft. ``Althans niet als noodkering. Het water stijgt namelijk heel geleidelijk, dus het principe van de boekensteun werkt niet in het begin. Je moet de lap toch nog met zandzakken verzwaren, anders waait je kering weg. Dan kun je net zo goed meteen de kade ophogen met zandzakken.''

Toch gaat het Hoogheemraadschap Delfland waarschijnlijk 100 meter Tubvall aanschaffen. Van der Kolff: ``Bij ons in het gebied hebben we te maken met een slappe ondergrond. Het komt weleens voor dat een kade enkele decimeters verzakt. In zo'n situatie kan de Tubvall wel uitkomst bieden.''

De Zweedse Tubvall gebruikt het water als verankering. Maar je kunt de slang of balg natuurlijk ook vast verankeren in de kade, stelt D. Mol van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. ``Ik blijf het merkwaardig vinden dat we, op de drempel van de 21ste eeuw, nog steeds gebruik maken van zandzakken, een technologie uit de vijftiende eeuw. Waarom leg je niet permanent een balg in een doos in de kade. Als er een overstroming dreigt laat je hem vollopen met water en je hebt zo weer een halve meter extra kering.''

In Kampen hebben ze even met dat idee gespeeld. Nadat de IJssel in 1995 over de kade stroomde, werden er plannen gemaakt om deze te verhogen tot NAP +3,80 meter. Dat kun je niet zomaar doen, meenden de bewoners en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, want het waterfront van Kampen is een historisch – en beschermd – stadsgezicht. Balgen, opgeborgen onder de IJsselpromenade, zouden bij hoog water worden volgepompt en zo een twee meter hoge kering vormen.

Uiteindelijk is het plan niet doorgegaan, omdat het Waterschap Groot-Salland het te duur vond. De kosten werden geschat op 60 miljoen gulden, twee keer zo duur als het opknappen van de kademuur en het bouwen van waterkerende muurtjes. De bewoners zijn er overigens niet blij mee dat de balgen uit beeld zijn verdwenen. Een deel van de woningen (94) blijft onbeschermd en wordt, aldus een van de bewoners, ``gebruikt als golfbreker''.

Als tijdelijke verhoging van de kade laat de balg dus nog even op zich wachten. Je kunt ze echter ook gebruiken als stuw, een – tijdelijke – dam in het water. Dertig jaar geleden zijn bij Amsterdam twee van dergelijke stuwen aangelegd, de ene in het riviertje 't Gijn, de andere in de Weespertrekvaart bij De Omval. Ze zijn bedoeld als noodkering en aangelegd in het kader van de Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd, vertelt Mol van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, de huidige eigenaar van de balgstuwen.

Het principe is simpel. Op de bodem ligt over de volle breedte van de vaart een stalen doos op een betonnen doos die in de bodem is afgezonken, de onderwaterkelder. De deksel van de stalen doos kan openklappen en dan ontvouwt zich een vlies van neopreen, een synthetische rubber, waarvan ook onder andere surfpakken worden gemaakt. De doos vormt met deksel en vlies een waterdicht omhulsel. Met behulp van pompen in de betonnen doos wordt het geheel binnen tien minuten gevuld, zodat zich een kering van zeven meter hoog vormt. ``Je kunt er overheen lopen'', spreekt Mol uit eigen ervaring. ``Het verhaal gaat zelfs dat ze er vroeger met een auto overheen zijn gereden.''

De balgstuwen bij Amsterdam zijn, voor zover bekend, de enige in Nederland. Het lijkt er echter op dat ze na dertig jaar gezelschap krijgen. Het Waterschap Groot-Salland, dat de balgen voor Kampen te duur vond, wil wel een balgstuw aanleggen bij Ramspol in het Zwartemeer bij Kampen. Een stuw, die West-Overijssel moet beschermen tegen het water van het Ketelmeer. De stuw bestaat uit drie balgen met een gezamenlijke lengte van 180 meter. In geval van dreigende overstroming wordt het gevaarte binnen een uur opgeblazen tot een hoogte van 8 meter en een dikte van 13 meter.

Het werk aan de balgstuw ligt overigens al meer dan een jaar stil, wegens onenigheid tussen de aannemer, de Hollandse Beton- en Waterbouw BV, en de opdrachtgever over de te gebruiken materialen. Deze week is het conflict opgelost, dus het werk zal binnenkort weer beginnen en dan zal Nederland over een paar jaar kunnen beschikken over de grootste balgstuw ter wereld.