Bij het hek riep ik ho - reed ik er doorheen

De boer: ,,Ik had zeven broers. Mijn vader heeft ze allemaal boer gemaakt. Toen ik trouwde, stond het bedrijf al voor me klaar. Veertien koeien en wat jongvee. Dat was in 1951.''

De boerin: ,,We stonden om half vijf op, 's zomers om vier uur, en dan gingen we het land in. De natuur is zo mooi, 's morgens vroeg. De vogels fluiten, de zon komt op. Ik heb er nooit een hekel aan gehad.''

De boer: ,,Als de vrouw net een kind had, had ik er een knecht bij. Jongens van de landbouwschool. Zo hebben er heel wat bij mij het vak geleerd.''

De boerin: ,,Zes kinderen kreeg ik. Als ik klaar was met melken, bracht ik ze naar school. Ik had ook een morgenmeisje en 's middags pasten de buren op.''

De boer: ,,Van de melkfabriek uit waren er steeds bijeenkomsten over de voordelen van mechanisering. De fabrikanten van de melkmachines zaten daar ook bij. En ook de voorlichters van de bond.''

De boerin: ,,Het is net als met de computers nu. Als je niet meedoet, raak je achter. Mijn kleindochter zit op school in het studiehuis. Die zegt: we moeten cd-rom, we moeten Internet.''

De boer: ,,We hadden toen vijfendertig koeien en twaalf daarvan hebben we van de hand moeten doen, omdat ze er niet aan konden wennen. De jongere beesten namen het wel. Maar die oudere – met drie man kon je ze nog niet in bedwang houden. Levensgevaarlijk. De druk van de zuignappen was vaak te hoog, de spenen werden helemaal blauw en dan kreeg je ook nog eens de fabriek, dat er te veel kiemen in de melk zaten. In het begin dacht ik: ik schop die machine er weer uit.''

De boerin: ,,Nounounou, na drie weken ging het goed.''

De boer: ,,Mijn broer op Texel deed het. Die schopte dat ding gewoon weer weg.''

De boerin: ,,Na een paar jaar moest hij er toch aan geloven.''

De boer: ,,Het werk werd niet minder van. Eerder meer.''

De boerin: ,,De taak van de vrouw was om alle apparatuur schoon te houden. En dat moest heel secuur.''

De boer: ,,In mei ging het vee het land in. Dan moesten de stallen schoon en daarna was het kuilen en hooien en daarna als de donder de mestbult eroverheen in augustus, en dan weer kuilen, in september, en daarna met de hekkel en de zeis de zijkanten van de sloten doen – elke dag honderd meter.''

De boerin: ,,Veel meer.''

De boer: ,,Honderd meter.

De boerin: ,,Maar dan stonden de koeien al op stal.''

De boer: ,,Ja, dan stonden de koeien op stal. En dan kwam het houtkappen en in de winter maakte ik takkenbezems en tweeduizend takkenbossen voor de bakker en...''

De boerin: ,,In 1968 kochten we de eerste tractor en toen werd het allemaal gemakkelijker.''

De boer: ,,Toen werd het gemakkelijker.''

De boerin: ,,Mijn man was wel ouderwets. Mijn broer in Gaasterland had in 1958 al een tractor.''

De boer: ,,Het was net als met de melkmachine, ik kon er in het begin niet aan wennen. Bij het hek riep ik ho – reed ik er dwars doorheen.''

De boerin: ,,Dat is maar drie keer gebeurd.''

De boer: ,,Ik kocht een tractor met wagens en de leverancier nam mijn paarden en karren en toen moest ik er nog twaalfduizend gulden op toeleggen.''

De boerin: ,,Dat geld hadden we gespaard. Het woord hypotheek kenden wij niet.''

De boer: ,,In het begin was ik er bang voor. Ik dacht: als die tractor me maar niet in de steek laat. Paarden laten je nooit in de steek. Die beesten wisten wat ik voerde.''