Betrouwbaar, zorgvuldig en deskundig

Na alles wat vorig jaar is gezegd en geschreven over het prachtige schilderij van Piet Mondriaan dat hij eigenmachtig had gefinancierd uit de winst van De Nederlandsche Bank, weten we in ieder geval zeker dat bankpresident Nout Wellink heel goed tegen een beetje kritiek kan. Daarom schroom ik niet om vandaag op nog een paar punten een constructief commentaar naar het Frederiksplein in Amsterdam te sturen. Kritiek is nuttig, want in het laatste nummer van `DNB Magazine' onderstreept de hoofdredacteur nog eens dat het bij De Nederlandsche Bank gaat om `betrouwbaarheid, zorgvuldigheid en inhoud'. Daar gaan we dan.

De betrouwbaarheid van De Nederlandsche Bank heeft helaas voor de tweede keer een vlekje opgelopen. In mei 1998 nam directeur Tom de Swaan ontslag om over te stappen naar de Raad van Bestuur van de ABN Amro Bank. De Swaan was echter verantwoordelijk voor de interne controle op alle grote commerciële banken in Nederland, en wist dus in detail van alle sterke en zwakke plekken bij de concurrenten van zijn nieuwe werkgever. Naar verluidt was president Wellink daarom helemaal niet te spreken over deze gemakkelijke overstap.

Stel je voor dat procureur-generaal Docters van Leeuwen direct na zijn vertrek bij het ministerie van Justitie in dienst was getreden van een commercieel advocatenkantoor dat zich specialiseert in de verdediging van professionele criminelen? Of dat het hoofd `materieel' van het ministerie van Defensie van de ene dag op de andere lobbyist wordt voor de wapenindustrie? Er zijn duidelijke regels nodig om te voorkomen dat hoge functionarissen zo gemakkelijk met uiterst vertrouwelijke informatie kunnen vertrekken naar partijen die belang hebben bij die informatie. Bedrijven hebben daarom vaak een concurrentiebeding in de afspraken met hun personeel en de nieuwe Europese Commissie, bijvoorbeeld, heeft een ethics committee ingesteld dat toestemming moet geven wanneer een Europese commissaris binnen twee jaar na zijn aftreden een baan zoekt in het bedrijfsleven. Een overeenkomstige regeling is er nog niet in Amsterdam en nu is verdorie dit jaar precies hetzelfde bedrijfsongeluk nog een keer voorgevallen.

Peter Cornet, bij de Bank verantwoordelijk voor het toetsen van kleinere banken in Nederland, stapt over naar de directie van Bank Labouchere. Opnieuw vertrekt een hoge functionaris die tot in detail op de hoogte is van de positie van de concurrenten van zijn toekomstige werkgever. Ongetwijfeld vanwege de brede kritiek op De Swaan, heeft de bank nu een iets andere regeling getroffen. Cornet gaat pas aan het werk bij Labouchere op 1 december, maar heeft dan de laatste zes maanden bij De Nederlandsche Bank in quarantaine doorgebracht. Nu had president Wellink natuurlijk gelijk toen hij in juni met Cornet afsprak dat die zijn vertrouwelijke werk onmiddellijk moest stoppen, maar het is helemaal niet duidelijk waarom de oude werkgever daarna nog zes maanden salaris moet betalen voor niets doen. Zo wordt de afkoelingsperiode voor Cornet betaald door de gemeenschap. Het zou Wellink én Cornet hebben gesierd wanneer ze hadden ingezien dat een gentleman die zes maanden in zijn eigen levensonderhoud zou hebben voorzien. Zelfs dan blijft overigens deze overstap weinig fraai omdat Bank Labouchere wel de meest agressieve aanbieder is van riskante beleggingsproducten waarbij mensen worden overgehaald om met geleend geld aandelen te huren. Teleurstellend, overigens, dat Wellink daartegen nooit luid en duidelijk heeft gewaarschuwd.

Met het nieuwe belastingplan worden zulke kunstmatige constructies onaantrekkelijk en voorzitter Bierman van Bank Labouchere heeft al aangekondigd dat hij zo hard mogelijk gaat lobbyen in Den Haag voor een overgangsregeling. Dat is de niet erg verheven harde winstmakerij waar Cornet vrijwillig voor kiest maar waarom moeten dan alle Nederlanders met elkaar zes maanden zijn salaris opbrengen?

En als president Wellink dan toch de regels was gaan aanscherpen zou hij ook iets kunnen doen aan een vreemde noot op pagina 215 van het Jaarverslag van zijn betrouwbare en zorgvuldige instelling. Daar ziet de verbaasde lezer: ,,De per balansdatum nog openstaande bedragen van leningen en voorschotten aan directieleden bedroegen ƒ3,7 miljoen.'' Hier gaat het dus om vier mensen die ieder meer verdienen dan een half miljoen gulden per jaar (president Wellink heeft zelfs een hoger salaris dan Wim Duisenberg in Frankfurt) en toch voor bijna 4 miljoen gulden bankieren bij zichzelf. Een vreemde secundaire arbeidsvoorwaarde die al even slecht past bij de officiële taakstelling van de Bank als het kopen van dure schilderijen. Veronderstellend dat de vier directieleden voldoende kredietwaardig zijn, moet het feit dat zij miljoenen lenen bij zichzelf wel duiden op een gesubsidieerde rente. Welk doel wordt daarmee gediend en kunnen de heren dan niet beter gewoon aan het ministerie van Financiën vragen om een wat royaler salaris?

Tenslotte heeft president Wellink kritiek geuit op het grote belastingplan van staatssecretaris Vermeend. Wellink is bang dat lagere belastingen zullen leiden tot meer inflatie. Dat is ongeveer hetzelfde als mopperen over auto's die te hard rijden op de grote weg vanuit het perspectief van het broeikaseffect.

De maximumsnelheid op de autoweg is belangrijk voor de veiligheid in het verkeer en voor de efficiency van onze economie, en heeft maar uiterst zijdelings ook nog iets te maken met de mondiale uitstoot van kooldioxide. Zo is ook het belastingplan van Zalm en Vermeend bedoeld om fiscale kunsten – zoals die van Bank Labouchere – onmogelijk te maken, en om onze economie concurrerend te houden in een Europa waar overal de tarieven in de inkomstenbelasting naar beneden gaan. Daarenboven is het belangrijk dat de druk van de belastingen op een billijke manier wordt verdeeld over arm en rijk. Maar om nu het belastingplan te gaan beoordelen op gevolgen voor de geldontwaarding is knap vergezocht en lijkt trouwens te steunen op een logica die omgekeerd is aan alle argumenten in het verleden dat lagere belastingen juist zouden leiden tot loonmatiging (zie eenzelfde kritiek op Wellink van prof. Van Ewijk van het Centraal Planbureau in de Volkskrant van gisteren). Als De Nederlandsche Bank wil bijdragen aan een zinvol debat over de Nederlandse inflatie ligt het meer voor de hand om te kijken naar de huizenmarkt waar bestaande koopwoningen sinds een dieptepunt in 1985 in prijs nu bijna zijn verdubbeld. Dat komt voor een deel omdat de rente nu lager is dan toen en de Nederlanders tegen hun hogere inkomen dus meer kunnen lenen, maar natuurlijk ook omdat de nieuwbouw van de laatste jaren zo slecht past bij de woonwensen van veel Nederlanders.

Drie onderwerpen dus voor de agenda van Wellink: een officiële afkoelingsperiode (op eigen kosten) voor hoge functionarissen die met geheime informatie willen vertrekken; een herfinanciering bij een commerciële bank van de kredieten van de heren directeuren, en een gedegen studie naar de huizenmarkt. Betrouwbaar, zorgvuldig en deskundig.