Ziek

Max en Vera hadden een probleem. Ze waren ziek. Daarom lagen ze in bed. Omdat ze allebei ziek waren, lagen ze samen in één bed. Dat was wel zo makkelijk.

Het echte probleem was dat ze niets te doen hadden. Verveling was iets dat Max en Vera niet kenden. Er was altijd wel iets wat ze konden doen. Maar nu waren ze ziek en moesten ze beter worden. Om beter te worden, moest je juist niets doen. Lastig was dat.

Ze lagen tegenover elkaar in bed. Max lag met zijn hoofd aan het begin van het bed, en Vera lag met haar hoofd aan het einde. Haar voeten kwamen tot voorbij de buik van Max en de voeten van Max kwamen ongeveer tot haar navel. Al die voeten zaten steeds met elkaar in de knoop.

De meeste tijd zaten Max en Vera rechtop. Dan konden ze naar elkaar zwaaien, of gekke bekken trekken. Ze waren allebei te ziek om iets anders te doen, of om een praatjes te maken. Ze waren misselijk en hadden koorts. Ze waren allebei knalrood.

,,Max...'' probeerde Vera op een middag - het was doodstil in huis en zelfs buiten achter de gordijnen leek niets te gebeuren - ,,Max, weet jij een mop?''

Max dacht na. Het deed pijn aan zijn hoofd. Hij kende niet zoveel moppen, maar hij wilde Vera graag een plezier doen. Soms hielp een mop. Lachen was gezond, had hij wel eens gehoord. Maar nu hij een mop nodig had, kon hij er in zijn hoofd nergens eentje vinden.

,,Er was eens een neger'', begon hij toen ineens. Het was er uit voor hij er erg in had. Hij kende helemaal geen mop over een neger. ,,En die neger'', hoorde hij zichzelf verder gaan ,,die dacht dat hij geen neger was...''

,,Geen neger?'' vroeg Vera schor.

,,Maar hij was wel een neger en op een dag kwam hij een andere neger tegen en die zei: wat is er met jou?''

Vera keek Max eens goed aan.

,,Niks, zei de neger, waarom? Nou, je ziet zo bleek, zei die andere toen.'' Max probeerde te lachen, maar dat deed ontzettend pijn aan zijn keel. Hij plofte achterover. Hij voelde Vera's tenen aan zijn ribben krabbelen. Wat was hij moe.

Vera voelde zich iets beter dan Max. Ze hoefde niet te lachen, maar kon wel gewoon overeind blijven zitten. Ze keek naar Max die er zo op zijn witte kussen veel rooier uitzag dan daarnet. Zijn haar was nat. Ze dacht aan de twee negers die elkaar waren tegengekomen. Kon een neger ook bleek worden? Dit was een gekke vraag vond ze.

Als ze niet ziek waren geweest, waren ze een neger gaan zoeken. Je kon toch gewoon gaan vragen of hij wel eens bleek werd? Vera zuchtte. Ze dacht dat ze buiten een paard hoorde hinniken en daarna hoorde ze regendruppels op het schuurtje onder hun raam vallen. Ze dacht aan haar fiets die lekker droog stond. Ze voelde Max's voeten tegen haar benen. Ze had het ontzettend warm.

Max bibberde. Hij had het koud en warm tegelijk. Het rare was dat hij de hele tijd aan de twee negers moest denken. De ene was helemaal spierwit geworden. Max wist ineens weer dat hij de mop een keer op televisie had gehoord, alleen ging hij toen anders. Hij voelde dat er een beetje spuug uit zijn mond liep. Op het kussen kwam een natte plek naast zijn hoofd. Hij was duidelijk ziek.