Westen terughoudend met kritiek

Het Westen reageert terughoudend op het Russische geweld in Tsjetsjenië. Die terughoudendheid steekt af tegen het verbale geweld van Moskou tegen de NAVO-acties tegen Servië.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Igor Ivanov, kreeg gisteren in Moskou bezoek van een delegatie van de Europese Unie waarvan onder anderen de EU-commissaris voor het buitenlands beleid, Chris Patten, en de Finse minister van Buitenlandse Zaken, Tarja Halonen, deel uitmaakten.

De Europeanen kwamen met de hoed in de hand. Men is ,,bezorgd'' over wat er in Tsjetsjenië gebeurt, want er vallen bij de Russische bombardementen doden onder de burgerbevolking. Halonen: ,,Het is van het grootste belang dat het conflict niet escaleert en we dringen aan op een dialoog'' tussen Moskou en de Tsjetsjenen. Patten wilde ,,als vriend'' graag weten wat Moskou in Tsjetsjenië eigenlijk van plan is. De delegatie voegde daaraan toe te erkennen dat Tsjetsjenië deel uitmaakt van Rusland.

In soortgelijke zin liet zich gisteren Mary Robinson uit, de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de VN. Zij zei in Washington ,,bezorgd'' te zijn over het geweld tegen burgers en het lot van de meer dan 120.000 gevluchte Tsjetsjenen. In één adem door zei ze ,,sympathie'' voor Rusland te voelen en ,,het enorme probleem'' te erkennen waarmee Moskou kampt na de recente terroristische aanslagen op flatgebouwen.

In Tsjetsjenië worden elke dag enkele tientallen burgers gedood bij bombardementen waarbij dorpen, woonwijken, scholen en ziekenhuizen worden getroffen. Aan Russische kant heet het dat alleen strategische doelen worden bestookt en dat alleen `terroristen' zijn gedood. Die terroristen moeten worden geliquideerd, aldus Moskou, daarmee aangevend dat de bombardementscampagne zal worden voortgezet. Als kan worden aangetoond dat in Tsjetsjenië burgers zijn gedood, rept Moskou van afzwaaiers die helaas niet te vermijden zijn en wordt verwezen naar NAVO-afzwaaiers in de oorlog tegen Servië.

Zo blijft kritiek op het optreden van de Russen in Tsjetsjenië beperkt, net zoals kritiek in de Tsjetsjeense oorlog van 1994 tot 1996 beperkt bleef: de EU en de NAVO uiten hooguit, en in uiterst beleefde termen, ,,als vriend'' (Patten), hun ,,bezorgdheid''. Die beleefdheid staat haaks op de terminologie van Moskou bij acties van de NAVO die Rusland niet bevallen – zoals in Kosovo. Al op de eerste dag van de NAVO-acties in maart verbrak Moskou de banden met de NAVO, stuurde de NAVO-vertegenwoordiger in Moskou weg en dreigde met tegenmaatregelen. Nog vóór de eerste NAVO-afzwaaier op een doel in Servië een feit was, protesteerde Ivanov tegen de ,,genocide'' van de NAVO tegen de Serviërs, hoewel het op dat moment de Serviërs waren die in Kosovo op grote schaal mensen vermoordden en honderdduizenden mensen verdreven.

Er bestaat uiteraard een belangrijk verschil tussen beide conflicten: de NAVO trad voor het eerst buiten het verdragsgebied op tegen een soeverein land, en Rusland opereert – althans: voor de Westerse ministers en diplomaten – in eigen land, want dat Tsjetsjenië de facto allang onafhankelijk is, dat erkent het Westen niet.

Toch kan de vergaande beleefdheid jegens Moskou – sommigen noemen het appeasement – van de EU-gezanten en Mary Robinson bevreemden. Mensenlevens zijn mensenlevens, of de slachtoffers nu in Kosovo, in Servië of in Tsjetsjenië wonen. Daar komt bij dat het Westen de Russen zou kunnen wijzen op de ongerijmdheden in wat er zoal wordt beweerd. Zo wist Moskou al direct dat de moorddadige bomaanslagen op flatgebouwen in Russische steden door Tsjetsjenen zijn gepleegd, al was daar geen bewijs voor en is dat bewijs er nog steeds niet. Rusland zegt ook – gisteren nog eens bij monde van Ivanov – bereid te zijn tot ,,een dialoog'' met de Tsjetsjenen, terwijl de afgelopen weken talrijke verzoeken om een dialoog van de kant van de gematigde president Maschadov (in eigen land werd hem een pro-Russisch beleid verweten) op brute toon zijn afgewezen. Moskou maakt geen verschil tussen Tsjetsjeense krijgsheren, hun tegenstander Maschadov en de bevolking: allen zijn of worden behandeld als `bandieten'.

Tsjetsjenië is voor het Westen een intern Russisch probleem. Weliswaar is in Helsinki in 1975 afgesproken dat een intern probleem ophoudt een intern probleem te zijn als mensenrechten worden geschonden: schendingen van de mensenrechten in Kosovo was zelfs het alibi voor het NAVO-optreden tegen Servië. Maar in Tsjetsjenië geldt dat niet: Tsjetsjenië is voor het Westen geen ruzie met Moskou waard. Tenslotte – en daar gaat het uiteindelijk om – heeft het Westen geen strategische belangen in de Kaukasus.