Vernieuwde Economie bedreigt de mondiale stabiliteit

Bestuurders van multinationals en financiële instellingen lijken geobsedeerd te zijn door kortetermijninvesteringen en -winstbejag. Hierdoor komt de `verantwoordelijke samenleving' geheel in het gedrang en wordt de economische stabiliteit bedreigd, menen Steven Brakman en Arjen van Witteloostuijn.

Met de aankoop van Sprint door MCI Worldcom voor 115 miljard dollar heeft de eindeloze reeks van megatransacties in mondiaal ondernemersland een voorlopig hoogtepunt bereikt. De Sprint-overname staat immers symbool voor een onstuitbare ontwikkeling die de wereld in haar greep houdt: de mondialisering van het aandeelhouderskapitalisme.

De nieuwe mondiale machthebber heet de beurs. Daarmee is eindelijk een wereldregering aan de macht gekomen, waarin de leden van de raden van bestuur van het mondiale grootbedrijf zij aan zij zitten met vertegenwoordigers van de financiële wereld. Deze `Vernieuwde Economie' is van veel grotere invloed op het economische reilen en zeilen in de wereld dan de veelgeprezen Nieuwe Economie van Thom de Graaf. En dat is buitengewoon vervelend voor politiek Den Haag en niet-politiek Nederland, omdat de Vernieuwde Economie wordt gekenmerkt door alle schaduwzijden die met de komst van de Nieuwe Economie, aldus de gelovigen, naar het stoffige archief van de geschiedenis zijn verdwenen. Sterker nog: de Vernieuwde Economie versterkt de keerzijden van de Oude Economie tot zorgelijke proporties.

Deze Vernieuwe Economie lijkt sterk op de oeroude economie van Adam Smith. De vernieuwde wereldeconomie wordt geconfronteerd met een andere vorm van 'niet-traditionele' internationalisering, die zich in twee nieuwe gedaanten manifesteert. Zo is de razendsnelle en mondiale verplaatsing van financieel flitskapitaal gekoppeld aan een heroriëntatie van het gedrag van het multinationale grootbedrijf. Met de liberalisering van de kapitaalmarkten is de klok een halve eeuw teruggezet: alle investeringen zijn toegestaan en vrijwel elk denkbaar type vermogenspapier mag internationaal worden verhandeld. Ook aan het eind van de 19de eeuw was het kapitaalverkeer sterk ontwikkeld, maar toen betrof het met name het lange kapitaalverkeer. Het grote verschil met de jaren tachtig en negentig van de 20ste eeuw is dat op dit moment vooral de omvang en beweeglijkheid van het korte kapitaalverkeer stormachtig zijn toegenomen. De meest spectaculaire gevolgen van deze ontwikkelingen zijn wellicht de recente wisselkoers- en financiële crises geweest.

De tweede bron van internationalisering is de mondiale bekering van het grootbedrijf tot het aandeelhouderskapitalisme. De geloofsbelijdenis van de aandeelhouderskapitalist bestaat uit een eenvoudige richtlijn: maximaliseer de aandeelhouderswaarde in de vorm van hoge dividenden en dito aandelenkoersen. Het gevolg hiervan is dat de ene winstverbetering moet worden opgevolgd door de andere rendementverhoging. `Gewone' rendementen en winsten zijn niet langer genoeg. De aandeelhouder vraagt immers om `ongewone' rendementen en winsten. Zodra onderneming x niet in staat blijkt het winstrecord van het vorige jaar in het volgende jaar te verslaan, stapt de trouweloze aandeelhouder over naar onderneming y die daartoe wel in staat is gebleken. De consequentie hiervan is dat het moderne aandeelhoudersbedrijf een hijgerige jacht op nog hogere rendementen moet openen. Omdat de aandeelhouder op zoek is naar snelle resultaten, zijn de langetermijninvesteringen het kind van de rekening. Investeringsprojecten in nieuwe processen en producten moeten immers binnen kortere tijd aan de opgeschroefde rendementeisen voldoen. De snelle weg naar winststijgingen is aantrekkelijker: kostenbesparingen leveren direct resultaat op.

Geen wonder dat de directe investeringen in het buitenland grotendeels bestaan uit aandelenhandel in de vorm van acquisities en fusies. Geen wonder dat de aandelenbeurzen razend enthousiast reageren op saneeraankondigingen. Zo vloog de koers van Michelin-aandelen met ongeveer 12 procent omhoog, nadat de Franse bandenproducent had aangekondigd dat 10 procent van het Europese personeel de wacht werd aangezegd omdat een winststijging van 20 procent te mager is. Het aantal voorbeelden van deze cynische keerzijde van het aandeelhouderskapitalisme is bijna oneindig.

Vooral de Amerikaanse boegbeelden spreken tot de verbeelding van de mondiale ondernemerselite: General Motors en IBM hebben de toon gezet door het aantal werknemers via een reeks van `reorganisaties' ongeveer te halveren. Het aandeelhouderskapitalisme is daarna in hoog tempo gemeengoed geworden op het Europese vasteland: in de buitengewoon winstgevende jaren 1990-'95 heeft Koninklijke Olie/Shell 33 duizend banen geschrapt, Mercedes-Benz 32 duizend en het Zweedse Stora 41 duizend. Reorganisaties en saneringen zijn schering en inslag, terwijl in de sfeer van langetermijninvesteringen in nieuwe activiteiten terughoudendheid troef is. Het is daarom niet verbazingwekkend dat het met de macro-economische investeringen in de polderwonderjaren negentig niet erg wil vlotten. Door te weinig te investeren in de – oude, nieuwe of vernieuwde – economie van de toekomst, loopt het Nederlandse polderwonder in de fuik van het kortzichtige aandeelhoudersbelang.

Helaas: de moderne wereldregering staat allesbehalve garant voor stabiliteit – integendeel. De opeenvolging van financiële crises in de jaren tachtig en negentig is veelzeggend. Hetzelfde geldt voor het ruwe gedrag van het moderne grootbedrijf. Acquireren en saneren voeren de boventoon, en investeren en ontwikkelen vormen de sluitpost. Ook het gezaghebbende IMF heeft inmiddels gewezen op de instabiliteit van de Vernieuwde Economie. Ondanks de economische voorspoed in enkele delen van de wereld is de kwetsbaarheid van de mondiale economie toegenomen ten gevolge van de onbelemmerde beweging van kapitaalstromen. Een financiële vlinderslag in Tokio kan in een ommezien leiden tot economische chaos in New York. Het IMF pleit daarom voor een uitbreiding van de doelstellingen van het monetaire beleid: niet alleen de prijzen van diensten en goederen moeten worden behoed voor gevaarlijke deflatie of inflatie, maar ook de turbulenties in de sfeer van aandelen- en onroerendgoedprijzen dienen in de hand te worden gehouden. Met de invoering van deze en andere maatregelen ter beteugeling van de onbeperkte vrijheid van de financiële markten, kan een belangrijke stap worden gezet in de richting van een herijking van het mondiale aandeelhouderskapitalisme.

Met een hernieuwde regulering van de mondiale financiële wereld wordt echter voornamelijk aan symptoombestrijding gedaan. Immers, de verruwende mores in het multinationale grootbedrijf wordt ongemoeid gelaten. Ook het indammen van de onbeperkte vrijheid van het mondiale aandeelhoudersgrootbedrijf moet daarop worden overwogen. Helaas wordt een pleidooi voor de stimulering van het alternatief – een `verantwoordelijke samenleving' en `belanghebbendenkapitalisme' – vaak terzijde geschoven als een relikwie uit de `maakbare' jaren zeventig. Daarover kan CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer meepraten. Het is te hopen dat hierin verandering komt om te voorkomen dat de oud-economische schaduwzijden van de Vernieuwde Economie de overhand krijgen in het nieuw-economische polderwonder van de 21ste eeuw.

Steven Brakman en Arjen van Witteloostuijn zijn respectievelijk universitair hoofddocent en hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen.