`Toezicht op Z-Holland schoot tekort'

Het toezicht van het betrokken ministerie op de financiële gang van zaken bij de provincie Zuid-Holland heeft aanzienlijke tekortkomingen gekend. Dat beaamde minister Peper (Binnenlandse Zaken) gisteren in een overleg met de Tweede Kamer over de zogeheten Ceteco-affaire, daags na het aftreden van commissaris van de koningin Leemhuis-Stout (VVD) en de gedeputeerde Heijkoop (CDA).

Met die constatering van de bewindsman nam de Tweede Kamer gisteren in meerderheid genoegen.

In antwoord op schriftelijke vragen had Peper eerder al aangegeven dat door de wijziging van de Provinciewet in 1994 zijn ministerie gedwongen was het reilen en zeilen van de provincie op grotere afstand gade te slaan dan voordien gebruikelijk was. Dat neemt volgens de bewindsman echter niet weg dat achteraf bezien de verantwoordelijke ambtenaren op Binnenlandse Zaken te goedgelovig zijn geweest en te weinig assertief, nadat van het ministerie van Financiën waarschuwingen waren gekomen van een exploderende leningenportefeuille van het hevig bankierende Zuid-Holland.

De betrokken ambtenaren op het departement van Binnenlandse Zaken waren dan ook door de provincie, die bij herhaling heeft gesteld dat er niet risicovol gehandeld werd gehandeld, op het verkeerde been gezet, aldus Peper. Daar kwam bij dat het ministerie nooit is wakker geschud door de huisaccountant van de provincie, Ernst & Young, die volgens Peper ,,elk jaar hetzelfde schreef''.

Op instigatie van de VVD hebben alle fracties van de Provinciale Staten van Zuid-Holland het college van gedeputeerden woensdag gevraagd te onderzoeken of het accountantskantoor daarvoor tuchtrechtelijk of civielrechtelijk kan worden vervolgd.

De minister kondigde gisteren aan dat Zuid-Holland voorlopig scherp in de gaten zal worden gehouden. De affaire rond de bankierende provincie Zuid-Holland vormt volgens Peper wel ,,een leereffect van jewelste'' voor het hele openbaar bestuur in Nederland.

Het kabinet stuurt binnenkort het wetsvoorstel over de financiering van de lagere overheden, waarover Raad van State inmiddels advies heeft uitgebracht, naar de Tweede Kamer. De wet verbiedt uitdrukkelijk het risicovol beleggen door provincies en gemeenten.