Schuld en boete in naoorlogs Amerika

Dominick Birdsey is de eeneiïge tweelingbroer van de paranoïde-schizofrene Thomas, moeder Concettina heeft een hazenlip, en stiefvader Ray is een bullebak die de familie terroriseert. Een kale samenvatting van de feiten doet volstrekt geen recht aan het verhaal van Vergeef me, de tweede roman van de Amerikaanse auteur Wally Lamb. Lamb is in Nederland nog een onbekende, maar in Amerika omarmde Oprah Winfrey zijn niet in het Nederlands vertaalde debuut She Comes Undone in Oprahs Bookclub, een gebeurtenis die al menig auteur instant sterstatus heeft opgeleverd.

Lamb heeft in Vergeef me zulke ongewone personages bijeengebracht en hij laat hen zoveel ingrijpende gebeurtenissen beleven, dat een opsomming van de feiten al gauw melodramatisch klinkt. Na minder dan een halve bladzijde is echter duidelijk dat Lambs karakters ondanks hun uiterlijk voorkomen geen freaks zijn en dat de schrijver evenmin uit is op goedkoop effectbejag. Door zijn humoristische stijl – feilloos in het Nederlands vertaald – slaagt Lamb er bovendien in om de lezer niet van zich te vervreemden, hoewel hij loodzware thema's aansnijdt. Daardoor valt er ook in de somberste gebeurtenissen wel een lichtpuntje te ontdekken, al is het alleen maar de schrijnende absurditeit van de situatie.

Vergeef me opent met een gruwelijke gebeurtenis: Thomas snijdt in de openbare bibliotheek met het legermes van zijn stiefvader zijn rechterhand af in de hoop dat dit gebaar de Golfoorlog zal tegenhouden. `Met zijn linkerhand voerde Thomas stap voor stap alle handelingen uit die hij in gedachten had voorbereid. Hij dreef het scherpe mes in het uiteinde van zijn rechterpols, zaagde met een knersend geluid het bot door en amputeerde radicaal zijn hand. Luid grommend smeet hij de afgesneden hand de halve bibliotheekvloer over.' Na zijn bloederige statement wordt Thomas, die ervan overtuigd is dat hij door God is uitverkoren, opgenomen in een psychiatrische inrichting. Dominick besluit zijn beste krachten te wijden aan de verlichting van Thomas' straf, en begint een langdurige stormloop op de autoriteiten.

Om Thomas overgeplaatst te krijgen, voert Dominick lange gesprekken met de gevangenispsychiater die via Dominick zijn evenbeeld Thomas beter wil leren kennen. Dominicks verhalen over hun gezamenlijke jeugd, in het Amerika van de jaren vijftig, werpen niet alleen een licht op de vroegste manifestaties van Thomas' ziekte, maar vertellen ten minste zoveel over Dominick zelf. In de loop van het boek leert Dominick bovendien zichzelf steeds beter kennen. Lamb geeft hem de gelegenheid om volwassener en gelouterd uit zijn beproevingen te herrijzen.

Lamb heeft van Dominick en Thomas een moderne Kaïn en Abel met een complexe haat-liefde verhouding gemaakt. `Ik hield van mijn broer. Ik haatte hem. Je kon er niet achterkomen wie hij was. Hij zou nooit meer worden zoals vroeger', denkt Dominick wanneer hij in het ziekenhuis moet besluiten of Thomas' hand weer moet worden aangezet. De verwijzing naar Kaïn en Abel is niet het enige bijbelse thema dat in het oog springt. Vergeef me is doortrokken van schuld en boete en van de al even bijbelse verloochening. Dominick wordt gekweld door de gedachte dat hij medeschuldig is aan Thomas' ziekte. Heel vaak heeft hij Thomas overgelaten aan de pesterijen van Ray zonder een hand uit te steken. Even vaak zag Dominick kans om op te gaan in de groep; de prijs daarvoor was dan wel dat hij niet de kant van zijn eigenaardige tweelingbroer koos. Voor wie het wil zien, heeft Lamb in het landschap van het twintigste-eeuwse Amerika zelfs een uitverkoren volk neergezet, dat uiteindelijk zegeviert met behulp van een casino. Behalve in de Bijbel heeft Lamb echter ook inspiratie gevonden in andere wereldgodsdiensten en heeft hij elementen uit de psychologie in de roman vervlochten.

Lamb, die zelf jarenlang voor de klas heeft gestaan en nu Engels doceert aan de universiteit van Connecticut, maakt het de lezer niet makkelijk. In zo'n 900 pagina's – in de vertaling nog altijd meer dan 700 – confronteert Lamb de lezer met verschillende in elkaar vervlochten verhalen. Hij leidt de lezer door een doolhof en rust niet voordat elke draad tot de laatste centimeter is afgewikkeld. Bovendien heeft Lamb de neiging om zijn thema's te verdubbelen, waardoor elk verhaal op verschillende manieren wordt verteld. Zo stuit Dominick ook nog eens op het levensverhaal van zijn grootvader. Het verhaal van de oude Domenico wordt in brokstukken gebracht en vormt een sleutel voor de gebeurtenissen in het heden. L'histoire se répète: Grootvader Domenico's levensverhaal bevat talloze elementen die zich in het leven van zijn dochter Concettina en haar zoons herhalen of daarin doorwerken. Lamb past deze verdubbeling vaker toe; zo komen er in het verhaal verschillende tweelingen voor en kennen de belangrijkste karakters hun natuurlijke vader niet. Vergeef me krijgt zo iets van een spiegelkabinet en het toch al gecompliceerde verhaal wordt er niet eenvoudiger op.

De wijze waarop Lamb in Vergeef me psychologie, literaire symboliek en emoties met elkaar heeft weten te vermengen, dwingt bewondering af. Dominicks schuldgevoel over zijn verraad – een veel te zwaar woord voor wat hij als jongen heeft nagelaten – en zijn verdriet zijn herkenbaar voor iedereen die ooit een geliefd persoon door wat voor oorzaak dan ook reddeloos heeft zien afglijden. Behalve Dominicks wanhoop heeft Lamb echter ook zijn dubbelzinnige gevoelens tegenover Thomas geloofwaardig gestalte weten te geven. Lamb laat de lezer ook alle ruimte om het tweelingschap tussen Thomas en Dominick symbolisch op te vatten. De beide broers vullen elkaar aan en vormen als het ware twee kanten van dezelfde persoon. Lamb is er wonderbaarlijk goed in geslaagd de gebeurtenissen in Vergeef me zo op te schrijven dat ze de lezer diep raken; maar hij laat door de symbolische lading de verhalen en personen ook boven zichzelf uitstijgen. Daardoor is Vergeef me een roman die zich zowel met het hoofd als met het hart laat lezen.

Wally Lamb: Vergeef me

(I Know This Much Is True).

Uit het Amerikaans vertaald door Inge de Heer en Johannes Jonkers.

De Boekerij, 744 blz. ƒ49,90