`Omdat Weners het niet willen'

Oostenrijk komt op de lijst van populaire landen bij asielzoekers pas op de zesde plaats. Vanwaar die angst voor een toenemend aantal buitenlanders? Of valt het mee met de angst?

Oostenrijk voelt zich onbegrepen. De hevige reacties uit het buitenland op de winst van de extreem-rechtse FPÖ van Jörg Haider worden met ongeloof en verbijstering gevolgd. ,,Fremdenfeindlichkeit wordt in het buitenland negatief beoordeeld'', legde de staatsomroep ÖRF uit, maar ook dat hielp niet. ,,Wij mogen toch zeker zelf beslissen hoeveel buitenlanders ons land kan verdragen en wanneer een grens is bereikt'', is een veelgehoorde mening. Veel Oostenrijkers zijn ervan overtuigd dat dit inmiddels is gebeurd en ze werden daarin gesteund door minister van Binnenlandse Zaken Karl Schlögl.

Maar wordt Oostenrijk inderdaad als geen ander land in Europa door vluchtelingen belaagd, zoals de minister beweert? ,,Nee'', zegt Melita Sunjic, woordvoerder van de UNHCR, ,,de cijfers zien er anders uit''. Het populairst bij vluchtelingen is Zwitserland, gevolgd door Luxemburg en Nederland. Oostenrijk staat na België en Noorwegen op de zesde plaats. Deze berekening is gerelateerd aan het aantal inwoners, in absolute getallen staat Oostenrijk pas op de veertiende plaats.

,,Oostenrijk heeft tijdens de oorlog in Bosnië wel veel vluchtelingen opgenomen, in totaal 90.000. Dat was geen geringe prestatie voor een land met acht miljoen inwoners. Bovendien werden 60.000 Bosniërs geïntegreerd'', aldus Sunjic. Maar tegelijk veranderde er veel. De regering verscherpte de wetgeving en de regels voor asielzoekers. De toestroom van immigranten werd beperkt. Zo werden in 1998 nog maar 412 personen als vluchtelingen erkend. Daarbij zijn ook de familieleden en in Oostenrijk geboren kinderen inbegrepen. De immigratie is bijna nul.

Zelfs voor familieleden die in het kader van gezinshereniging naar Oostenrijk mogen komen, bestaan lange wachtlijsten. Per jaar komen nu 1.500 buitenlanders – asielzoekers, EU burgers en immigranten – naar Oostenrijk. In totaal leven er 750.000 buitenlanders in Oostenrijk. Vóór 1985 waren het er 360.000. De grootste groepen zijn Joegoslaven en Turken. De onrust na 1985 in Oost-Europa zorgde in het begin voor een duidelijke toename van immigranten die volgens onderzoekers aan het begin van de jaren negentig weer terugliep.

,,Toen in de jaren zestig gastarbeiders naar Europa werden gehaald, zijn er veel fouten gemaakt'', zegt Max Koch van SOS Mitmensch, een organisatie die zich inzet voor buitenlanders. ,,Men dacht, die mensen blijven een jaar, dan komen er weer anderen. Onzin natuurlijk, degenen die hierheen werden gehaald leerden de taal, waren ingewerkt en bleven. Er werden nooit flankerende maatregelen, zoals gezinshereniging, genomen om zich aan de nieuwe situatie aan te passen.''

Aan het begin van de jaren zeventig greep de politiek in toen de stemming zich tegen de buitenlanders begon te keren. De Nederlander Willem Jan van der Geest kreeg de opdracht een reclamecampagne te ontwerpen die de Oostenrijkers van hun vooroordelen moest afhelpen. Hij bedacht een poster waarop een kind tegen een man zegt: ,,ik heet Kolaric, jij heet Kolaric, waarom noemen ze jou Tschusch?'' (scheldwoord voor mensen van de Balkan).

,,Het was een makkelijke opdracht'', zei Van der Geest destijds op de Oostenrijkse tv, ,,als je het Weense telefoonboek pakt en ziet dat ze hier allemaal Navratil en Hrdlicka heten, dan begrijp je toch echt niet waarom ze zich zo tegen buitenlanders afzetten.'' Zijn campagne was succesvol in de zin dat ze duidelijk maakte dat racisme niet salonfähig was. ,,Zeker net zo belangrijk zou een beleid geweest zijn dat buitenlanders integreert'', zegt Koch, ,,maar daarbij ging het juist mis. Vooral het feit dat buitenlanders niet in sociale woningbouw mogen, heeft rampzalige gevolgen gehad''.

De stad Wenen bezit 260.000 woningen. De zogeheten Gemeindebau is een pronkstuk van het ,,Rode Wenen'' en was bedoeld voor de sociaal-democratische elite. Buitenlanders mochten er niet in, die waren op goedkope en vaak slechte woningen in de particuliere sector aangewezen. Dat heeft tot een sterke concentratie van buitenlanders in bepaalde wijken geleid. In het 15de district wonen meer dan 33 procent buitenlanders – tegen 18 procent in heel Wenen. In districten met een onevenredige verdeling van de bevolking hebben de sociaal-democraten het meest verloren. De ene helft van de vroegere SPÖ-kiezers stemde op de FPÖ, de andere op de Groenen, die het woonbeleid strikt afwijst. Het meest gewonnen heeft de FPÖ in de Gemeindebau, daar waar geen buitenlanders te vinden zijn.

,,De onverdraagzaamheid is toegenomen'', legt Elisabeth Menasse-Wiesbauer uit. Ze is een van de samenstellers van het vorige week gepubliceerde onderzoek naar xenofobie dat in opdracht van het ministerie van Wetenschap werd verricht en waaruit blijkt dat in Oostenrijk racisme meer voorkomt dan in andere Europese landen. Maar Menasse betreurt ook dat er door al die opwinding in binnen- en buitenlandse media geen aandacht is voor de grotere groep die veel genuanceerder denkt. ,,Een kwart van de bevolking wijst een immigratiestop `volledig' af, en nog eens 32 procent `grotendeels'. Deze meerderheid staat tegenover 37 procent die geheel of gedeeltelijk voor een immigratiestop is. Bovendien is het aantal dat voor een royaler toelatingsbeleid van ,,echte'' vluchtelingen opkomt gestegen van 39 procent in 1992 naar 53 procent in 1998. Niet alleen de media richten hun aandacht uitsluitend op diegenen die buitenlanders afwijzen, de politici doen dat ook. Zo houdt de huidige burgemeester van Wenen, Michael Häupl vol, dat buitenlanders geen toegang tot de sociale woningbouw mogen krijgen ,,omdat de Weners dat niet willen''.