Neerlands stem

DE INTERNATIONALE financiële orde is een diffuus begrip. Bestaat er wel enige orde in de financiële wereld, waar op de valutamarkten anderhalf biljoen dollar per dag omgaat en waar vrijwel ieder jaar wel ergens een financiële crisis uitbreekt? Opmerkelijk genoeg gaat het meestal goed en zijn de regels en transparantie de afgelopen paar jaar aanzienlijk verbeterd.

Hoe zit het met de politieke aansturing van de internationale organisaties die zijn belast met het toezicht op het internationale financiële systeem? Er bestaan groepen, comités en fora die zich hiermee bezig houden met vaak overlappende taken en personele samenstellingen. Zelfs direct betrokkenen weten niet meer welk orgaan bij beleidsbeslissingen de doorslag geeft.

Neem de positie van Nederland. Nederland is lid van het Economisch en Financieel Comité van de Europese Unie en van de euro-elf (de elf landen van de Economische en Monetaire Unie). Verder van de G-10 (G staat voor Groep), waarvan twaalf landen in IMF-verband lid zijn. De G-10 speelde vroeger een belangrijke rol maar is tegenwoordig vooral een studiegroep. De centrale bankiers van de G-10 hebben hun maandelijkse bijeenkomst van het Bazel-Comité. Nederland maakt ook deel uit van het Internationale Monetaire en Financiële Comité (voorheen: Interim-comité), het beleidsbepalende orgaan van het IMF, en van het Ontwikkelingscomité van de Wereldbank. Voor beleidsafstemming op ontwikkelingsgebied heeft Nederland samen met Duitsland, Noorwegen en Groot-Brittannië de Utstein Groep gevormd. Nederland is ook lid van de OESO, maar die speelt geen rol meer in de internationale financiële architectuur.

MAAR NU. Nederland maakt geen deel uit van de G-7, de groep van zeven industrielanden die voor politieke kwesties met Rusland tot acht wordt aangevuld. Nederland zat niet in de G-22, een clubje dat de Verenigde Staten vormden in de nasleep van de Azië-crisis, maar wel in de uitbreiding hiervan. Nu heeft deze groep plaatsgemaakt voor de G-20 en daarvan is Nederland weer geen lid. De G-20 bestaat uit de G-7 plus `systeemrelevante economieën' (grote ontwikkelingslanden) en vertegenwoordigers van de EU, IMF, Wereldbank. Dan is er ook nog het Stabiliteitforum, dat onder voorzitterschap van de ex-president van de Bundesbank Hans Tietmeyer adviseert over crisisbeheersing, waarin Nederland wel deelneemt.

Verwarrend? Absoluut. En ook inefficiënt, omdat steeds dezelfde mensen – ministers of onderministers van Financiën, staatssecretarissen, thesauriers-generaal, presidenten van centrale banken of hun plaatsvervangers – de vergaderingen van al deze fora moeten bijwonen. Enige stroomlijning is dringend gewenst. Een deel van het probleem zit in de Europese Unie. Zolang de Eurolanden niet tot een afspraak kunnen komen over één vertegenwoordiging, blijven de grote Europese landen oververtegenwoordigd en hangen de middelgrote landen er bij. De Verenigde Staten zijn sterk genoeg om hun invloed zeker te stellen. In de internationale economische en monetaire fora zal Europa met één stem moeten leren spreken. Dat zal niet altijd die van Nederland zijn, maar in ieder geval schept dat enige helderheid.