Koeweit wil weer contracten met grote oliefirma's

De regering van Koeweit zal tegen eind dit jaar een serie contracten met Westerse oliemaatschappijen sluiten voor de ontwikkeling van zeven nieuwe olievelden in het noorden en westen van het emiraat. Dat heeft olieminister Sjeik Saoed Nasser Al-Sabah gisteren verklaard in de krant Arab Times of Kuwait. Pas volgende maand maakt Al-Sabah bekend welke bedrijven een contract krijgen.

De Koninklijke/ Shell Groep is een van de gegadigden. ,,Wij zijn zeer geïnteresseerd in langdurige projecten voor exploratie en productie in Koeweit'', zegt een woordvoerder van het concern. Shell heeft al activiteiten in het emiraat op het gebied van de oliehandel en smeermiddelen en opent binnenkort een kantoor in Koeweit-stad.

Koeweit probeert al twee jaar grote oliemaatschappijen te interesseren voor participatie in zijn oliewinning. De staatsmaatschappij Kuwait Petroleum Corporation (KPC) heeft behoefte aan hun technologie, kapitaal en vakmensen voor de uitbreiding van haar productiecapaciteit.

Tot nu toe hebben alleen BPAmoco, Chevron en TotalFina contracten voor technische projecten in Koeweit, waarvoor ze een vaste vergoeding krijgen, maar de oliewinning zelf is voorbehouden aan KPC.

Exxon-Mobil, Shell, BPAmoco, TotalFina en Chevron zijn sterk geïnteresseerd, want het emiraat Koeweit neemt volgens de jongste ramingen de derde plaats in op de ranglijst van landen met de grootste olievoorraden onder de grond. Met een totale reserve van 96,5 miljard vaten olie zou Koeweit op basis van de huidige productie nog meer dan 100 jaar van het zwarte goud kunnen profiteren.

Maar het oliestaatje stelt net als buurlanden Saoedi-Arabië en Iran scherpe voorwaarden aan Westerse bedrijven, die geënt zijn op de Islamitische grondwet. In de jaren '70 zijn alle bezittingen van de `Seven Sisters' (de grote private Amerikaanse en Europese oliebedrijven) in de Arabische landen genationaliseerd, na conflicten met lokale machthebbers over de prijs voor de olie die daar werd gewonnen.

De afgelopen jaren zijn de oliemaatschappijen weer mondjesmaat toegelaten in de Golfregio, vooral omdat er een grote behoefte bestaat aan investeringen om de productiecapaciteit op peil te houden en uit te breiden. Maar een machtspositie als de Seven Sisters vroeger op het Arabisch schiereiland en in Perzië hadden, krijgen ze in de belangrijkste landen van die regio niet meer terug. De Islamitische wetgeving verbiedt bijvoorbeeld contracten voor de deling van de geproduceerde olie (`production sharing') die in andere delen van de wereld gebruikelijk zijn.

Ook Koeweit houdt streng vast aan de soevereiniteit van de staat als het gaat om de eigendom van kostbare delfstoffen. Minister Al-Sabah moest de afgelopen maanden praten als Brugman om het Koeweitse parlement ervan te overtuigen dat hij de Islamitische beginselen niet verkwanselt. ,,De Adviesraad voor oliezaken heeft de normen en condities voor de selectie van internationale ondernemingen gedefinieerd, en we zullen de contracten tegen eind dit jaar tekenen'', zei de minister gisteren in de Arab Times of Kuwait.

Het Franse persbureau AFP hoorde van de KPC dat de betrokken maatschappijen is gevraagd in totaal 7 miljard dollar (14,35 miljard gulden) te investeren tot het jaar 2003 in zeven olievelden. Daarmee wil de minister de huidige nationale productiecapaciteit voor ruwe olie van 2,2 miljoen vaten per dag opvoeren tot 2,5 eind volgend jaar en tot 3 miljoen vaten in 2005.

Volgens KPC krijgen de uitverkoren buitenlandse bedrijven een vergoeding per vat olie die ze produceren of aan de reserves van Koeweit toevoegen, en is een aandeel in de eigendom van de olie uitgesloten.

In hun jaarverslagen kunnen de Seven Sisters dus geen Koeweitse olie optellen bij hun begeerde eigen reserves.