Kevers die van lijken snoepen

In het algemeen valt het mee hoeveel afgesneden polsen, opengereten borstkassen en doorboorde oogkassen we in het dagelijks leven zoal tegenkomen. Maar wie zich verdiept in de belevingswereld van Temperance Brennan, patholoog anatoom bij het gerechtelijk laboratorium in Montréal, krijgt een andere indruk. Zoveel zakken met halfvergane lijken komt ze tegen dat een doorsnee vuilniszak met huisvuil iets uitzonderlijks wordt. Geestelijk moeder Kathy Reichs kiest voor de hyperbool - Less is a bore.

`Tempe' Brennan werkt behalve op het laboratorium in Montréal ook op een universiteit in Noord-Carolina, waar ze les geeft in antropologie – net als haar schepper Kathy Reichs. Reichs schreef tot nog toe twee boeken, Déjà Dead (1997) en het nieuwe Death Du Jour, en beide vallen op door de kennis van zaken die er uit spreekt. Maar hoofdpersoon Tempe Brennan inventariseert niet alleen de botten van de slachtoffers (`Botten liegen niet', is haar credo) ze bemoeit zich ook met het politie-onderzoek naar de moordenaars.

Het is voor te stellen dat de patholoog anatoom Kathy Reichs hier een fantasie werkelijkheid laat worden. Want Reichs analyseert de slachtoffers op haar onderzoekstafel, maar staat buiten de dagelijkse praktijk van misdaden oplossen. Alter-ego Tempe Brennan daarentegen legt resoluut de menselijke overblijfselen opzij om een potentiële dader te gaan schaduwen en maakt spreadsheets met gegevens over haar slachtoffers om verbanden te vinden. Haar bemoeienissen wekken in het eerste boek nog de ergernis van de politiemannen. In Death Du Jour is haar inmenging inmiddels vanzelfsprekend.

Reichs heeft een hang naar extreme moordzaken. In haar debuut Déjà Dead is het een seriemoordenaar die verminkte vrouwen in onderdelen op verschillende plekken begraaft. In de opvolger Death Du Jour heeft Reichs zich de moeite getroost nog iets akeligers te bedenken: vermoorde baby's met in rigor mortis verstijfde knuistjes, ontdaan van hun hart. Dat het spoor van de daders uiteindelijk leidt naar een sekte in de school van Jim Jones en David Koresh, lijkt een zwaktebod. Een sekte als dader is een carte blanche voor rariteiten. Zijn de baby's gedood als offer aan de duivel, is hun hart opgegeten om een eeuwig leven te garanderen of moesten ze sterven omdat de groep een bepaald aantal aanhangers niet mocht overschrijden? Van godsdienstwaanzinnigen, zo leerden fictie en werkelijkheid ons al, kun je alles verwachten.

Het zijn dan ook waarschijnlijk niet haar verhaallijnen die Kathy Reichs na twee boeken al zo populair hebben gemaakt. Het is de inwijding met alles wat te maken heeft met de menselijke teloorgang, die onweerstaanbaar is. En die teloorgang gaat verder dan bij Tempe Brennans evenknie, patholoog anatoom Kay Scarpetta, de heldin in zo'n zeventien boeken van de hand van Patricia Cornwell. Tempe Brennan kan zo goed botten `lezen' dat ze ook skeletten uit de vorige eeuw weet te duiden.

Dankzij deze deskundigheid heeft Reichs steeds een voorsprong op de lezer, en zo creëert ze de spanning. Als Tempe Brennan bijvoorbeeld een bepaald soort neusbeen ontdekt in de schedel van een negentiende eeuwse non, ontsteekt ze in grote opwinding - de leek in verwarring achterlatend. Het antwoord op het hoe en waarom van die neus kan ze eindeloos uitstellen, en voilá: een recept voor suspense. Uiteindelijk blijkt dat het betreffende botje op een negroïde afkomst duidt, waarmee is aangetoond dat de non een bastaardkind moet zijn.

Behalve in haar onderzoekswerk, deelt de lezer ook in Brennans privéleven. De pas gescheiden ex-alcoholiste met dochter leeft zo ongeveer als de stereotype vrijgezelle politierechercheur: ze eet diepvriesmaaltijden, slaapt met de poes en snakt naar een borrel. De betrokkenheid bij de moorden is des te groter omdat ze haar tot dicht op de huid naderen. In Déjà Death gaat het om hartsvriendin Gabby, in Death Du Jour om Brennans jongere zusje Harry. Het is jammer dat Brennan bij al deze inzet niet af en toe wat relativerends te bieden heeft, al was het maar galgenhumor. Brennan mag dan leven als een vrijgezelle rechercheur, ze gedraagt zich in de meeste gevallen als de archetypische geëmotioneerde vrouw. Ze reageert dus eerder intuïtief dan rationeel, zoals ook blijkt uit de manier waarop ze de misdaad in Death Du Jour oplost: het inzicht komt tot haar in een droom.

Steeds lijkt de oplossing zich aan te dienen en steeds verzucht ze: `Ik wist dat er iets niet klopte maar het wilde maar niet volledig tot mijn bewustzijn doordringen'. Met zo'n opmerking worden hoge verwachtingen gewekt, die niet altijd worden ingelost. Want de ontknopingen bij Reichs worden eerder geforceerd door krachtmetingen dan door denkwerk. Het denken gaat daar aan voor af, als de botten, tanden en wervels worden geanalyseerd. Dit zijn de niet voor de hand liggende hoogtepunten van Reichs verhaal. Meeslepend is in Death Du Jour vooral de verhandeling over torren en kevers die van een lijk hebben gesnoept, en over de volgorde waarin ze zich bij een kadaver aandienen. Nooit geweten dat torren die van een met rohyphnol vermoord lichaam eten ook apestoned worden.

Kathy Reichs: Death Du Jour. William Heinemann, 379 blz. ƒ42,95. De Nederlandse vertaling

(door Cherie van Gelder) is verschenen bij Meulenhoff, 399 blz. ƒ39,90