India's zwakte

INDIA, DE GROOTSTE democratie ter wereld, is de afgelopen weken naar de stembus gegaan. Verdeeld over vijf weekeinden hebben zich meer dan 650 miljoen kiezers uitgesproken. Zij hadden de keus uit tal van partijen, vele slechts voor regionale of deelbelangen uitkomend. Op het electorale slagveld hadden drie formaties zich in het gelid gesteld: de Nationale Democratische Alliantie (NDA), gegroepeerd rondom de Janata-partij (BJP) van premier Vajpayee, de Congrespartij van Sonia Gandhi en haar bondgenoten en een derde factie in de marge. De verkiezingen waren eerder dit jaar noodzakelijk geworden toen de NDA-regering als gevolg van dissidentie in eigen kring ten val werd gebracht. De uitslag verschaft de Alliantie, althans getalsmatig, een stevige meerderheid. De Congrespartij, eens de dynamo van India's onafhankelijkheid en democratie, behaalde het slechtste resultaat uit haar geschiedenis.

De aanleiding tot de verkiezingen toonde India's kwetsbaarheid. Er is geen politieke partij meer die voldoende aantrekkingskracht op het electoraat weet uit te oefenen om voor langere tijd een wezenlijk mandaat te verkrijgen en een programma dat die naam verdient ten uitvoer te leggen. De crisis dit voorjaar had niets te maken met landelijke problemen en programmatische meningsverschillen, maar alles met de gebruikelijk geworden manoeuvres van regionale politici om binnen het gelegenheidsverband van de Alliantie zoveel mogelijk persoonlijke voorrechten te verwerven. Dat verschijnsel zal in de nieuwe verhoudingen binnen de Alliantie alleen maar toenemen omdat de positie van de BJP zelf verzwakt is. De huismacht van deze nationalistische hindoepartij in de noordelijke deelstaat Uttar Pradesh is verder afgekalfd.

INDIA IS FORMEEL een democratie. Maar in de praktijk staat dit stelsel onder permanente druk van het antagonisme tussen hindoes en moslims, van het kastenstelsel dat de vooruitgang tegenhoudt, van de ondergeschikte positie van de vrouw en van het cliëntelisme en nepotisme die op alle niveaus van de Indiase politiek de beleidsbepalende factoren zijn. Een lichtpunt is misschien dat het virulente hindoefundamentalisme van de BJP met het oog op de praktische noodzaak van coalitievorming en de toenemende bewustwording van de zogenoemde onaanraakbaren in de hindoebolwerken zelf over zijn hoogtepunt heen lijkt.

Uitspattingen van India's buitenlandse politiek als het tot ontploffing brengen van een kernbom vorig jaar komen voort uit de geestelijke en politieke armoede van de binnenlandse politiek. De atoomproef was een onverantwoordelijke daad van een bewind dat zijn achterban niets anders te bieden had dan deze nepmanifestatie van nationale kracht. Sterker, de serie proefnemingen in het vijandige buurland Pakistan die erop volgden, betekende slechts dat de veiligheid van alle bewoners van het subcontinent in de waagschaal was geplaatst. De oplaaiende strijd om Kashmir aan het einde van de winter bewees ten overvloede de enorme risico's die de Indiase en Pakistaanse regeringen met hun experimenten hadden genomen.

Toegegeven moet worden dat met name premier Vajpayee sindsdien de indruk heeft gewekt op deze gevaarlijke weg niet verder te willen gaan. Maar of zijn Alliantie India meer te bieden heeft dan voorheen mag worden betwijfeld.