In de heksenkring

Oranje, bruin, geel, zwart, rood met witte stippen. Bolvormig, plat, zonder steel, met steel, giftig, niet giftig. Paddestoelen zijn er in allerlei vormen, kleuren en smaken. De meest voorkomende paddestoel is de Gewone zwavelkop. Hij is klein, gelig en leeft op dood hout in loof- en naaldbossen. De giftigste paddestoel is de Groene knolamaniet. Hij heeft een witte steel en een olijfgroene hoed. Eet je er wat van dan kun je dood gaan. Dat geldt niet voor het Puntig kaalkopje. Daarvan ga je hallucineren. In het kleverige puntmutsje zit namelijk psylocybine. Als je dat stofje binnen krijgt ga je vreemde dingen zien. Golvende muren of vloeren. Soms hoor je vogels fluiten, ook al zijn er helemaal geen vogels in de buurt.

In Nederland zijn er meer dan 3500 soorten paddestoelen waargenomen. De meeste paddestoelen verschijnen aan het eind van de zomer of het begin van de herfst. Ze leven boven de grond. Een paddestoel is het zichtbare deel van een schimmel. Maar het grootste deel van het jaar zie je hem niet. Hij leeft onder de grond of in een stuk rottend hout, als een ingewikkeld en uitgebreid netwerk van schimmeldraden. Dat netwerk noemen ze het mycelium. Zo'n mycelium kan tientallen tot zelfs eeuwen oud worden.

Ieder jaar, zo rond de herfst, gaat een deel van die draden zich verzamelen. Ze pakken zich dicht tegen elkaar samen en vormen een steel die omhoog groeit, tot boven de grond. Daar vormen ze een paddestoel. Bovenaan de steel hangen de draden er slapjes bij. Zo vormen ze de hoed. In die hoed zitten miljarden sporen en uit elke spore kan zich een nieuw mycelium vormen. Sommige paddestoelen schieten hun sporen zelf ver weg. Bij anderen worden ze verspreid via vallende regendruppels. Maar de meeste paddestoelen gebruiken de wind om hun sporen te verstrooien. De schimmels-in-de-dop kunnen duizenden kilometers ver door de lucht zweven.

Sommige schimmels verraden hoe groot ze zijn, via een heksenkring. Zo noemen ze een groep paddestoelen die netjes in een cirkel staan. Vroeger dacht men dat een heksenkring een plek markeerde waar heksen 's nachts dansen. In werkelijkheid geven de paddestoelen de grenzen aan van het ondergrondse mycelium. Sommige schimmels breiden zich vanuit één punt uit, als een groeiende ring. Vanaf de buitenkant van die ring schieten ieder jaar paddestoelen omhoog. Die zie je boven de grond. Een voorbeeld is de Weidekringzwam. Die vormt prachtige heksenkringen.

Schimmels zijn van onschatbare waarde als opruimers van de natuur. Ze breken afgevallen bladeren en dood hout af. Ze zetten het organisch materiaal om in stoffen die andere planten weer kunnen gebruiken. Bomen bijvoorbeeld. Daarom slingeren schimmels hun draden vaak om de wortels van bomen. Op die plek wisselen ze voedingsstoffen uit.

Sommige bomen en planten wisselen met een schimmelnetwerk over kilometers afstand voedingsstoffen met elkaar uit.