`Ik had zin in iets romantisch'

Ingeborg Elzevier is op tournee met `Herfst in Riga', het stuk dat in Nederland `een soort mythe' werd nadat het 22 jaar geleden werd gespeeld door Mary Dresselhuys en Ko van Dijk.

Een fietstochtje door de stad bracht de actrice Ingeborg Elzevier (63) op het spoor van Herfst in Riga, de tastende toneeldialoog van de Russische schrijver Alexej Arbusow waarmee ze dit seizoen op tournee is. Ze was, zegt ze, met het impresariaat Hummelinck Stuurman in gesprek over iets heel anders: een toneelbewerking van de succesroman Zout op mijn huid van Benoîte Groult. ,,Maar op één of andere manier kwam dat niet van de grond. En toen vroegen ze: maar wat wil je dan? Ik fietste langs het Toneelmuseum en dacht opeens: waarom ga ik Herfst in Riga niet doen? Ik ben meteen naar binnen gegaan en heb het script opgehaald.''

Herfst in Riga, over een opeenvolgende reeks ontmoetingen tussen de directeur van een sanatorium en een patiënte, heeft in Nederland een geschiedenis die weemoedig stemt. Het stuk werd hier in 1977 voor het eerst – en tot dusver ook voor het laatst – gespeeld door Mary Dresselhuys en Ko van Dijk: zij een dwarrelige patiënte met een hang naar romantiek, hij een schuchtere functionaris die door haar allengs ontdooit. Tijdens de tournee stierf de toneelreus Van Dijk; een jaar later maakte Dresselhuys een televisie-versie met Paul Steenbergen als tegenspeler.

,,Mij wordt nu steeds gevraagd of ik het niet eng vind in de voetsporen van Mary Dresselhuys te treden,'' zegt Ingeborg Elzevier met de licht-spottende ondertoon die haar handelsmerk is. ,,Maar zo voel ik het helemaal niet. Als je de Hamlet gaat spelen, vraagt toch óók niet iedereen of het eng is om in de voetsporen van die-of-die te treden? Eigenlijk verbaast het me dat Herfst in Riga niet al eerder weer is gespeeld. Misschien is het stuk een soort mythe geworden, door de dood van Ko. Zelf heb ik het, gek genoeg, nooit gezien. Ik stond destijds op het punt te gaan kijken en toen stierf hij. De tv-opname heb ik nu niet willen zien. Ik heb zoveel respect voor die mensen, dat ik dan misschien zou denken: zó moet het. Terwijl dat natuurlijk helemaal niet waar is; je kunt het op heel verschillende manieren spelen.

,,Ik las het script, nota bene een kopie van het script van Ko van Dijk, met zijn aantekeningen en ook met adressen van zijn vrouwen erop gekrabbeld, en dacht: ja, dat wil ik spelen. Ik had nu eens zin in iets romantisch, denk ik. De laatste jaren heb ik nogal vaak keiharde teksten te spelen gehad, en daar had ik waarschijnlijk een beetje genoeg van. Nu eens een tijdje iets poëtisch en romantisch, zonder dat het slijmerig hoeft te worden.''

In overleg met het impresariaat koos ze Kees Coolen als tegenspeler en Porgy Franssen als regisseur. ,,Het is één van zijn eerste regies, ja. Hij leek mij juist zo interessant omdat hij ook muzikaal en poëtisch is. Dat zijn invloeden die hij in zijn regie meeneemt. En daar komt bij, dat je natuurlijk in de loop der jaren als acteur veel verworvenheden hebt gekregen die typisch bij jou zijn gaan horen en waar je steeds weer op terugvalt. Maar iemand als Porgy zegt gewoon: doe dat maar niet. Ik heb van hem niet zozeer geleerd als wel àfgeleerd. Ik heb nog nooit zo piepklein gespeeld. Het is bijna fluisteren wat we doen. Kees ook. Porgy heeft ons helemaal afgepeld.''

Ingeborg Elzevier heeft sinds enkele jaren de status dat op haar naam een voorstelling kan worden verkocht. Dat het grote publiek haar niet al veel eerder in de armen sloot, heeft te maken met haar jarenlange dienstverband bij toneelgroep Centrum, waar grote rollen steeds werden afgewisseld door kleinere. Daarna, in 1987, ging Centrum op in Toneelgroep Amsterdam. Zij bleef er nog twee jaar: ,,Maar ik kon daar geen kant uit, ik begreep er niks van, en in zo'n geval kàn ik ook niets meer, dan word ik een amateur. Ik had misschien nog jarenlang een beetje kunnen meehobbelen, maar mijn gevoel zei me dat ik langzaam maar zeker ten onder zou gaan. Die toneelfusies zijn wel aardig, maar het moet onderling wel een beetje kloppen.''

Hoewel ze nadien nog enkele gastrollen bij gesubsidieerde gezelschappen speelde, was ze hoofdzakelijk werkzaam in de vrije sector. ,,Maar ik heb dat hokjesgedoe altijd gehaat, er is goed toneel en slecht toneel – dat is alles. Ik heb de sfeer in een vast gezelschap nog geen moment gemist, ik ben allang blij dat al die ellendige vergaderingen nu niet meer hoeven. Ik heb ook geen hekel aan reizen; een vrije producent moet nu eenmaal veel voorstellingen verkopen om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. De terugreis vind ik zelfs heerlijk, je wordt vervoerd, de opwinding van de dag is voorbij en je zitnog wat na te mijmeren.

,,Daarbij heb ik een groot gevoel voor verantwoordelijkheid gekregen. Als ik moet spelen, zorg ik ervoor dat die dag de energie in orde is, en ik zal altijd even bellen als er de vorige avond iets niet klopte. Dat hoort erbij. Zo lang ik maar vind dat ik interessante stukken te spelen heb. En dat vind ik.''

Herst in Riga: première 8/10, tournee t/m 29/1. Inl. (020) 6164004.