Het Audi-museum

De al jaren slepende kwestie van de uitbreiding van het Stedelijk Museum in Amsterdam is een nieuwe, pijnlijke en gevaarlijke fase ingegaan. De commissie cultuur van de gemeenteraad is zo overstuur geraakt van de - tot nu toe niet openbare - plannen voor sponsoring van de uitbreiding van de nieuwe vleugel, dat tijdens de vergadering de commissieleden, met PvdA-er S. Piersma voorop, `uit de school hebben geklapt'. Nog tijdens de commissievergadering kwam hij naar buiten om aan de pers te verklaren dat de PvdA niet zou tolereren dat `de commercie' uitmaakt wat er in een museum te zien zal zijn.

Wat er precies in het sponsorcontract staat is nog steeds geheim. Wat Audi en Stedelijk-directeur R. Fuchs precies overeen gekomen zijn, wat Audi als tegenprestatie verlangt in ruil voor de acht miljoen gulden die ze in de uitbreiding van het museum met een vleugel van de architect Siza wil steken, is onbekend.

Door de uitbarsting van heilige verontwaardiging van de politici, krijg je de indruk dat de sponsor wil bepalen wat er in het museum komt te hangen. En langzaamaan druppelen ook berichten door dat het gaat om een `showroom', of liever gezegd `een vitrine' waarin vanaf de straat zichtbaar, althans `in de kelder van de nieuwe vleugel, vanaf de straat zichtbaar' een model van een Audi zou komen te staan. Een auto van de sponsor in de kelder van het museum. Voor eeuwig? Voor tien jaar? We weten het niet.

Directeur Fuchs, met een delicaat gevoel voor le mot juste, verklaarde na afloop van de tumultueuze vergadering dat `het museum natuurlijk autonoom is en blijft'. Hij staat pal voor de autonomie van het museumbeleid, verklaarde hij, dus er is niets aan de hand.

Ondertussen rollen de politici vechtend over straat, roepend dat inmenging nu juist wél op de loer ligt. Piersma, gisteren in deze krant: ,,Neem nu zo'n zaak als in het New-Yorkse Brooklyn Museum speelt rond de schilderijen met olifantenmest van Chris Ofili. Zou Audi willen dat dergelijke doeken dan bij zijn auto's kwamen te hangen?'' Weer heilige verontwaardiging, met precies het verkeerde voorbeeld. Want in New York - zie op pagina 1 van dit CS - gaat het juist om de politiek die zich mengt in het museumbeleid, en niet `de commercie'.

Eerst zegt de Amsterdamse politiek dat het Stedelijk zelf maar centen voor zijn dure museumuitbreiding bijeen moet sprokkelen bij het bedrijfsleven, nu wil diezelfde politiek ineens een principiële discussie over sponsoring.

Het heeft iets hypocriets. De oorzaak van alle oplaaiende emoties en onzuivere discussie is dat de buitenwacht geen notie heeft van wat er werkelijk op het spel staat. Zolang de precieze feiten over het sponsorcontract niet bekend zijn, kan niemand zich daar een zuiver oordeel over vormen. Het geheimzinnige gedoe rond de auto in het museum hebben de geruchtenmachine al zo verhit dat niet zozeer het museum en de sponsor, maar de Amsterdamse stadsbestuurderen ongeloofwaardig zijn. Zij zijn bezig een nieuw troebel hoofdstuk aan de toch al knoeierige geschiedenis van hun Stedelijk Museum toe te voegen. Misschien heeft Fuchs wel een kunstenaar op het oog die het tonen van Audi's tot zijn levenswerk heeft gemaakt.