Geen bonk mannelijkheid

Een dierentuin in Chicago, 1996. Een spelende peuter valt over de omheining en komt tussen de gorilla's terecht. Een gevaarlijk uitziende vrouwtjesgorilla banjert op hem af. De toegestroomde menigte houdt angstig de adem in. Tot ieders verbazing neemt de reuzin de kleine jongen voorzichtig in haar armen en zet ze hem keurig voor de deur van de dierenverzorger. Opgelucht haalt het publiek adem. Elders in het land houdt een fanclub diezelfde middag zijn jaarlijkse bijeenkomst. Als de leden het nieuws vernemen, zijn ze niet verbaasd. Het verhaal komt hen bekend voor; het lijkt op dat van hun held. Zijn naam is Tarzan en hij werd liefdevol grootgebracht door de apen. Hij is de koning van de jungle, slingert van liaan naar liaan en zwemt sneller dan de krokodillen. Hij is gespierd, slank en hult zich in niets meer dan een piepklein lendendoekje. Jane is zijn geliefde, Cheetah zijn kameraad, `ooo hohooo ho hoooo' zijn kreet. Tarzan is één bonk mannelijkheid. De witte aapmens staat in de Van Dale. `Tarzan: gespierde man, vaak met de bijgedachte aan een geringe intelligentie.'

Van Tarzan hebben we allemaal gehoord, maar wie was zijn schepper? Edgar Rice Burroughs is zijn naam. Ruim achthonderd pagina's telde de biografie die Irwin Porges in 1962 over hem schreef. John Taliaferro schreef onlangs het beter hanteerbare Tarzan Forever. The Life of Edgar Rice Burroughs, Creator of Tarzan. Op knappe wijze weet Taliaferro hierin een compleet beeld te schetsen van de relatie tussen het leven en het werk van Burroughs, en de tijd waarin hij leefde.

Edgar Rice Burroughs werd geboren in 1875 in Chicago, als vijfde zoon in een rijk gezin. Hij ging naar de beste scholen, maar een bijster goede of gemotiveerde leerling was Burroughs niet. Liever tekende hij cartoons en schreef hij avonturenverhalen die zich afspeelden op Mars. Om hem discipline bij te brengen, stuurde zijn vader hem naar de militaire academie. Na een mislukte carrière in het leger koos Burroughs voor een bestaan als zakenman; hij verkocht onder meer puntenslijpers en Alcola, een geneesmiddel tegen alcoholisme. Tot zijn aangename verrassing werd één van zijn Mars-verhalen gepubliceerd en Burroughs bedacht onmiddellijk een nieuw onderwerp. Hij liet zich inspireren door Romulus en Remus, twee kinderen die werden grootgebracht door een wolvin, Rudyard Kiplings The Jungle Book en negentiende-eeuwse reisverhalen naar Afrika. Het resultaat van deze cocktail was Tarzan of the Apes. In 1912 verscheen het boek en het was een onmiddellijk instant succes. Burroughs wijdde zich volledig aan het schrijven en richtte zijn eigen bedrijf op: Edgar Rice Burroughs Inc.. Wie Tarzan-knuffels, Tarzan-kauwgum of Tarzan-badpakken wilde verkopen, moest hem voortaan flink betalen.

De eeuwige roem en het grote geld dankte Burroughs vooral aan de verfilmingen van Tarzan, en aan één Tarzan in het bijzonder: Johnny Weismuller. De voormalig Olympisch kampioen zwemmen had een perfect uiterlijk voor de rol: hij was atletisch gebouwd, gespierd doch slank, had donkere ogen en blond golvend haar. Hij straalde viriliteit en erotiek uit, maar geen agressie. `He gave the impression that he could have sold Bibles door to door wearing nothing but a G-string', schrijft Taliaferro. Samen met de ideale Jane, de actrice Maureen O'Sullivan, schitterde hij in de kaskraker Tarzan the Ape Man. De film bevatte tal van erotische scènes, waarvan één gecensureerd werd. Tarzan en Jane worden wakker en besluiten te gaan zwemmen. Terwijl Jane zich vooroverbuigt voor een duik, houdt Tarzan stiekem haar zijden nachtjapon vast. Ze plonsen in het water, en daar zwemmen ze rond: Jane in haar Evakostuum en Tarzan in zijn wetsuit. De filmmaatschappij oordeelde dat de scène `buitengewoon artistiek' was, maar dat het publiek er nog niet rijp voor was.

Wie anno 1999 de Tarzanfilms ziet of de boeken leest, blijft zich verbazen over het onverhulde racisme. Zwarten worden beschreven als bijgelovige slaven en diklippige kannibalen, en veelvuldig met apen vergeleken. Arabieren moeten het ook ontgelden: hun favoriete bezigheid is het verkrachten van vrouwen. In Tarzan the Terrible (1920) leeft een zwart en wit volk samen, maar de zwarte soort gelooft dat God een staart heeft. Ook de eeuwige zoektocht naar de ideale Tarzan-acteur, iets waar Burroughs zich flink mee bemoeide, geeft blijk van zijn racistische denkbeelden. Toen in 1936 een geschikte opvolger voor Weismuller werd gezocht, nam men opnieuw een kijkje bij de Olympische Spelen, ditmaal in Berlijn. Jesse Owens schitterde als de nieuwe atletische ster. Zijn zwarte huid diskwalificeerde hem echter als Tarzan.

Taliaferro verdedigt Burroughs' racisme niet, maar schetst wel een indringend portret van de tijd waarin Burroughs leefde en schreef. Het creationisme ofwel het `Adamisme' moest baan maken voor neo-darwinistische denkbeelden, en de eugenetica, een extreem doorgevoerde variant van het evolutiedenken, won steeds meer aanhangers. Met andere tijdgenoten was Burroughs overtuigd van de superioriteit van het blanke ras. Taliaferro merkt vrij terloops op dat de denkbeelden van Burroughs niet veel verschilden van de ideeën zoals die spraken uit Mein Kampf (1925). Opmerkelijk is in dit verband dat de Tarzanboeken een internationaal succes waren, maar dat ze nergens zo goed verkochten als in Duitsland. Totdat een Duitser ontdekte dat Burroughs anti-Duitse sympathieën had verwerkt in Tarzan the Untamed, geschreven tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een Duitser noemde het boek Tarzan the German-eater en Duitsland verbood zijn boeken. Tarzan mocht niet meer worden verkocht.

Succes heeft zijn keerzijde. Burroughs raakte geobsedeerd door roem en geld en maakte zich inpopulair door op slinkse wijze uitgevers tegen elkaar uit te spelen. Bovendien wilde hij meer zijn dan een pulpschrijver. `Het hoeft geen Ibsen stuff te zijn', schreef hij naar een uitgever, `maar Tarzan komt me de neus uit'. Zijn pogingen een serieuze roman te schrijven mislukten echter keer op keer. Burroughs zou de rest van zijn leven jaloers blijven op succesvolle literaire schrijvers. Tijdens zijn verblijf in Hawaii zag hij bij toeval Ernest Hemingway in een restaurant en zijn vrouw moedigde hem aan zichzelf voor te gaan stellen. Hij weigerde, verbolgen dat Hemingways boeken wèl als literatuur werden beschouwd. Hemingways romans werden onder meer geprezen om hun combinatie van robuuste mannelijkheid en delicaatheid, kwaliteiten die volgens Burrough bij uitstek in zíjn werk terug te vinden waren.

Hoewel soms wat opsommerig, is Tarzan Forever een geslaagde, grondig gedocumenteerde en bij vlagen humoristisch geschreven biografie. Toch mist er iets. Tarzan Forever gaat zeer uitvoerig in op de gewiekste zakenman die Burroughs was, maar is te weinig een intieme biografie die inzicht geeft in de mens Burroughs. Hij had een lang huwelijk, dat strandde. Zijn vrouw Emma was een alcoholiste. Onbelangrijk was zij niet, want ze had direct invloed op de inhoud van Burroughs werk. Naarmate het huwelijk slechter werd, verdween Jane uit de Tarzan-boeken. Taliaferro vraagt zich af wat er mis ging: `Vond hij haar onaantrekkelijk? Ze was nou niet bepaald een fotomodel, en leek geenszins op de minimaal geklede heldinnen uit zijn verhalen; maar zolang hij haar had gekend was ze altijd zo geweest, stevig gebouwd en te dik.' De vrouw die jarenlang met Burroughs leefde wordt door Taliaferro met weinig fantasie en een eenzijdig mannelijke blik gereduceerd tot een onaantrekkelijk alcoholistische dikkerd die het huwelijk deed stranden. En dat terwijl uit bijna elke pagina van de biografie blijkt dat Burroughs zelf niet bepaald de gemakkelijkste was. Ergens merkt Taliaferro bovendien op dat niet alleen Emma, maar ook Burroughs kampte met gewichtsproblemen. Bepaald geen Tarzan.

John Taliaferro: Tarzan Forever. The Life of Edgar Rice Burroughs, Creator of Tarzan.

Simon & Schuster, 400 blz. ƒ 75,-