Fatsoenlijke armoede in Manhattan

Oscar Hijuelos schreef zichzelf met zijn tweede roman De Mambo Kings met Songs of Love in 1989 vanuit het niets de internationale literaire wereld in. Het boek werd een wereldwijd succes en dat maakte Hijuelos, na de onverslaanbare Isabel Allende, de op één na succesvolste Amerikaanse auteur met een Latijnsamerikaanse achtergrond. Wel met een verschillende achtergrond. Allende groeide op in Chili, verhuisde pas op latere leeftijd naar de Verenigde Staten en schrijft nog altijd in het Spaans. De op Manhattan geboren Hijuelos groeide op als een typisch immigrantenkind van de tweede generatie, met Engels als eerste taal en een gretige vastbeslotenheid deel uit te maken van het land waarin zijn ouders zich gevestigd hadden.

De wereld van Cubaanse émigrés staat dan ook niet in alle boeken van Hijuelos centraal, maar in zijn dit jaar verschenen, vijfde roman Empress of the Splendid Season is hij er weer naar teruggekeerd. Daarin beschrijft hij het leven van fatsoenlijke armoede in Upper Manhattan, waar Lydia España als werkster haar gezin probeert te onderhouden, nadat haar man Raul al vroeg door een hartaanval is geveld. Ooit was ze de frivole dochter van een Cubaanse burgemeester, maar na een avontuurtje werd ze het huis uit gezet en in New York heeft ze haar eigen boontjes leren doppen in naaiateliers, als huis- en tenslotte als poetsvrouw.

Hijuelos heeft Lydia Expaña tot een geloofwaardige figuur gemaakt met een complexer karakter dan haar - niet bijzonder diepgaande - zieleleven doet vermoeden. Dat is knap, want daarvoor moest hij woekeren met schaarse middelen. Maar als geheel stelt het boek teleur. Het mist zowel de broeierigheid van de Mambo Kings als de barokke overladenheid van zijn roman De veertien zusters van Emilio Montez O'Brien. In vergelijking daarmee is Empress of the Splendid Season nogal kleurloos en voorspelbaar, wat Hijuelos compenseert door een grote nadrukkelijkheid. Elke gedachte wordt geformuleerd, elke emotie benoemd en dankzij jaartallen in de tussenkopjes hoeft de lezer zich nooit af te vragen hoever hij al in Lydia's levensverhaal gevorderd is.

Zoals meestal, weet Hijuelos de teloorgang van de oude Newyorkse arbeiders- en immigrantenwijken mooi te beschrijven. Met zorg en gevoel voor detail noteert hij de kenmerken, modes en eigenaardigheden van de jaren die verglijden en die Lydia's wereld er zelden beter op maken. Over de vraag of arm en rijk elkaar ooit zullen ontmoeten, is Hijuelos niet optimistisch, hoe idyllisch hij de verhouding tussen zijn `poetsvrouw' en haar rijkste werkgever ook schetst. Zelfs haar zoon, die als door een wonder naar een goede school kan gaan en carrière maakt, blijft in zijn eigen ogen nog altijd the son of the Spanish cleaning woman.

Deze sociaal-realistische benadering van Hijuelos heeft zijn beperkingen - het hetzelfde geldt voor de roman América's droom van de Puertoricaanse Esmeralda Santiago - , maar toch is ze te prefereren boven het genre dat in het voetspoor van Isabel Allende en Laura Esquivel in de Spaans-Amerikaanse literatuur is opgekomen. Van het door hen gebrouwen mengsel van exotisme, feminisme, bovennatuurlijkheid en new age zijn María Amparo Escandón en Kathleen Alcalá de meest recente vertegenwoordigers.

Alcalá vertelt in Geesten uit het gewone leven een verhaal met kop noch staart over kabbalisten, goudzoekers en sjamanen in het Mexico van de vorige eeuw. Escandón houdt het in De heilige reis van Esperanza bij een moeder die op zoek gaat naar haar verdwenen dochter, geleid door een heilige die haar in het ruitje van haar keukenoven verschijnt. Ze schopt het zelfs tot porno-koningin, extra aantrekkelijk door een santenkraam aan heiligenbeelden die ze met zich meezeult, maar haar ziel blijft rein want haar zoektocht is door liefde gedreven. Alles in dit boek is zo vals als Judas, maar een speciaal daaromheen opgezette web-site zal het boek het Amerikaanse lezerspubliek wel door de strot weten te duwen.

Bijna net zo bont maakt Sylvia López-Medina het in haar roman Afscheid van Andalusië. Zij debuteerde in 1992 met een roman over vier generaties Mexicaanse vrouwen (Het lied van de Mexicana's), volgens een formule waarvan iedere bevolkingsgroep inmiddels zijn varianten heeft. In Afscheid van Andalusië gaat ze terug naar het Spanje van de vijftiende eeuw, waar haat èn liefde heerst tussen joden, moslims en christenen, en de Inquisitie tenslotte aan alles een einde zal maken. Bij López-Medina lijken alle helden op Charlton Heston en is elke romance gesneden op Hollywood-breedbeeld formaat. Het anachronistisch hoogtepunt wordt bereikt wanneer zij haar gelieven een stierengevecht laat bezoeken zoals dat pas in de negentiende eeuw gestalte kreeg, inclusief pasodoble.

Uitvoerig bedankt López-Medina in een woord vooraf al degenen die haar over de geschiedenis informeerden, net als haar literaire coaches. Dat laatste gebeurt in deze romans wel vaker en het verklaart voor een deel hun eenvormigheid. Aan de meeste ervan lijkt een cursus creative writing ten grondslag te hebben gelegen waarin voornamelijk de literaire vondsten en kunstgrepen van eergisteren worden onderwezen. Flash-backs, wisselende perspectieven en commentariërende tussenwerpsels: het zit er allemaal in, maar aan dit Place du Têtre van de literatuur zal niemand zich een buil vallen

De burgerlijke inslag van hun boeken is het grootste verschil tussen auteurs als Escandón en Alcalá (de lijn-Allende) en schrijvers als Hijuelos en Santiago, bij wie er tenminste nog een wereld blijkt te bestaan buiten de nuffige belangstellingssfeer van de suburbs. Niet altijd gaat het goed met dat realisme. De uit de Domincaanse Republiek afkomstige Loida Maritza Pérez schreef met het zojuist vertaalde Een huis voor mijn ziel een familiegeschiedenis vol wrijvingen, kattigheid en afgunst, die het ware leven zo fantasieloos kopieert dat de verveling al na een paar bladzijden toeslaat.

En dan is er nog de roman De koningskus van de van oorsprong Cubaanse Ana Veciana-Suarez. Realistisch ongetwijfeld, en tegelijk een boek dat je zo ongeveer alles wat in dit genre misgaat kunt verwijten. Het staat vol stereotypen en is met zijn selfhelp-taal en verpleegsterspsychologie vaak uitgesproken tuttig. En toch ontroert het, misschiendoor het onderwerp: een kind dat geboren wordt met een afwijking waaraan het snel zal sterven. Natuurlijk nodigt dat uit tot sentimentaliteit, maar voor één keer doet het er niet toe dat de kitsch op de loer ligt. Iets ten hemel schreienders dan het leed en sterven van een kind kon tenslotte ook Dostojevski al niet bedenken.

Oscar Hijuelos treedt op vrijdagavond 8 oktober op in het Crossing Border Festival in het Theater aan het Spui in Den Haag.

Oscar Hijuelos: Empress of the Splendid Season.

Bloomsbury, 326 blz. ƒ50,-

Sylvia López-Medina: Afscheid van Andalusië. Vertaald door Gerda Baardman. Arena, 318 blz. ƒ39,90

María Amparo Escandón:

De heilige reis van Esperanza. Vertaald door Susan Janssen. Vassallucci, 219 blz. ƒ39,90

Ana Veciana-Suarez:

De koningskus. Vertaald door Nicolette Hoekmeijer. Wereldbibliotheek, 395 blz. ƒ49,50