Enveloppe

Marjolijn, zo moet je horen,

Werd in een enveloppe geboren,

En die enveloppe moest waken

Dat niets haar ooit zou kunnen raken.

Maar als zij iemand wilde kussen

Zat steeds die enveloppe ertussen.

Ze kon wel alles zien en horen,

Maar dat kon haar niet bekoren:

Ze wilde namelijk ook voelen,

Zo lag zij elke nacht te woelen,

Om uit die enveloppe te komen.

Het kon alleen maar in haar dromen,

Er zat geen sluiting aan van voren,

Ze was er immers mee geboren.

Toen dat tot haar was doorgedrongen

Is zij verhuisd naar Amerongen,

Waar zij haar hart soms nog voelt kloppen

Zo eenzaam in haar enveloppe.