Duizend woorden meer is geen verlies

De taal volgt de macht. Daardoor komt het dat zoveel mensen in India goed Engels spreken, in Tsjaad goed Frans, dat sinds 1945 in heel Europa het Duits op zijn retour is en sinds 1989 in Oost–Europa het Russisch. Daardoor komt het dat in Jakarta de uitlaat van een auto nog altijd knalpot wordt genoemd. Als onze voorouders van de Verenigde Oostindische Compagnie minder geldzuchtig waren geweest, en andere voorouders Manhattan niet hadden verkwanseld, als al die handelslui meer aandacht hadden gehad voor Hollands imperiale potentieel, zou het Nederlands misschien een wereldtaal zijn geweest, in wedijver met het Engels. Dit ongeveer is de stelling van Rudy Kousbroek, verdedigd in zijn essay Hebben Hollanders hielen?. Het is tientallen jaren geleden verschenen; het zou eens herdrukt moeten worden.

De nationale machten die wereldrijken stichten en de overwonnenen hun beschaving opleggen, zijn verdwenen, maar het verband tussen macht en taal is gebleven. Bij de Bevrijding werd het Duits in het amusement definitief vervangen door het Engels, waarna het in entertainment veranderde. Hollywood is de grootste entertainmentmacht op aarde. Toen begonnen de Europeanen de hamburger lekker te vinden. MacDonalds werd de grootste culinaire macht. De computer werd volksgereedschap. Ordinateur zeggen de Fransen nog, wij hebben het in het begin met rekentuig geprobeerd, vergeefs natuurlijk, want de computertaal was van het begin af wereldtaal, ontstaan in Silicon Valley. De Amerikanen zijn de kampioenen van de vrije markt. Daar wordt vanouds het hardst geschreeuwd. Bovendien is Amerika het land waar de dingen gemaakt worden die door de meeste mensen het lekkerst (in de algemeenste zin) worden gevonden. Dit lekker is door de Amerikanen uitgevonden, wordt bovendien steeds lekkerder. Ultiem lekker. De macht van lekker is op het ogenblik misschien wel de grootste wereldmacht. Daardoor lezen we steeds meer Amerikaans-engels in de reclame. De taal van de reclame zelf hoort tot een familie van talen die, ook alweer wat langer geleden, steenkolenengels werd genoemd. Vergelijk: het potjeslatijn dat door de apothekers werd gesproken. In plaats daarvan hebben we in deze branche nu het bijsluiter-Nederlands, dat eenvoudig, voor iedereen begrijpelijk moet zijn. Dit hangt weer samen met de angst van de pillenfabrikant voor schadeclaims. Het is een Amerikanisering in de geneesmiddelenindustrie, die het gebruik van goed Nederlands bevordert (paradox). Daarentegen, als je managers met elkaar hoort praten, begrijp je er weer niet al te veel van. Wie runt die toko eigenlijk? Dichtgooien van die tent lijkt me een first priority. Ook een soort steenkolenengels. De diedzjees spreken weer een ander steenkolenengels. Beeldende kunstenaars idem. Attack! stond in grote letters boven de ingang van Arti. Geen tentoonstelling zonder een paar Engelse woorden in de catalogus. De nationale machten zijn vervangen door één internationaal complex waar de voertaal een soort Engels is. Daar valt niets tegen te doen. Maar het complex bestaat uit veel afdelingen (compartimenten). Het steenkolenengels is geen algemene voertaal maar bestaat uit een aantal ondertalen waarin veel Engelse woorden voorkomen, zonder dat daardoor de algemene verstaanbaarheid wordt bevorderd.

Intussen zijn er ook binnen de natie nieuwe machten ontstaan. Nederland heeft bijvoorbeeld zijn zorgsector, langzamerhand tot een behoorlijke binnenlandse macht gegroeid, de zorgmacht waarin wel het een en ander aan Engelse termen wordt gebruikt (streetcornerworker) maar waar de voertaal toch duidelijk Nederlands is gebleven - al is het niet het Nederlands dat ik spreek en schrijf. `Politiek Den Haag' is nog altijd een grote, hoewel afbrokkelende macht. Die handhaaft zich dankzij de consensus. Daarbij gaat het voor de mensen die niet tot politiek Den Haag horen vaak onbegrijpelijk toe. Als de bewakers van de consensus het proberen uit te leggen, bedienen ze zich van consensus-taal, die wel als Nederlands klinkt maar alleen door de bewakers zelf goed wordt gebrepen. Zo hebben we nog meer machten binnen de Nederlandse staat. De voetbalmacht, die soms zijn taalschat deelt met de consensusmacht (Jaap de Hoop Scheffer maakte een één-tweetje met Hans Dijkstal en toen was het scoren voor open doel). Mooi of lelijk Nederlands, het is in ieder geval modern Nederlands.

Bij het verschijnen van de nieuwe Van Dale werd aan Harry Mulisch het eerste exemplaar overhandigd. In zijn dankwoord zei hij: ,,Het einde van de Nederlandse taal wordt ingeluid. Over honderd jaar is een Nederlands woordenboek praktisch een Engels woordenboek geworden.'' Daar ben ik nog niet zo zeker van. Wel dat we over honderd jaar meer Engelse woorden zullen gebruiken, maar niet dat daarmee het Nederlands `praktisch' zal zijn opgeheven. Bij het verschijnen van ieder nieuw leenwoord is er wel iemand die de ondergang van het Nederlands aankondigt.

Maar het voortbestaan van een taal hangt niet zozeer af van het aantal leenwoorden dat er door de jaren heen in wordt opgenomen, als wel van de manier waarop ze achter elkaar worden gezet. Bismarck maakte zich over de Nederlanders niet ongerust. Die zouden zichzelf wel annexeren. Dat is al veel meer dan honderd jaar geleden, en nog steeds is het niet zo ver. Nu is Harry Mulisch zelf weer genomineerd voor een Franse prijs, nadat hij in Amerika met Homerus is vergeleken. Wat zei Den Doolaard iedere avond voor Radio Oranje? Nederland zal nooit een Duitse provincie worden! De nieuwe Van Dale heeft weer duizenden woorden meer. Materiaal om nog mooiere boeken te schrijven. Kop op!