Dráttarvél en izeren hynder

Altijd erg moeizaam gevonden, de Friese boeren die hardnekkig volhielden dat ze hun wagens sinds het verdwijnen van het trekpaard begin jaren zestig met een `izeren hynder' voortbewogen, in plaats van een tractor. Ze hebben de strijd voor de zuiver Friese benaming voor deze verzameling pk's natuurlijk verloren: tegenwoordig zegt iedereen `trekker'. Maar de poging is veelzeggend. Houd het Fries van vreemde smetten vrij. Je moet trouwens veel weten om tot in de wortels zuiver Fries te spreken. Als een boer wegens naderende regen halsoverkop het hooi binnenhaalt en zegt dat hij dat `haljetrawalje' doet, dan zal geen mede native speaker denken dat hij een woordje Frans spreekt. Toch doet hij dat: deze volledig ingeburgerde uitdrukking stamt van `allez, travaillez!', tijdens de Franse bezetting vaak uitgeroepen om de weerspannige Friezen tot hand- en spandiensten voor Napoleon aan te zetten.

Wanneer spreekt men zuiver? Het antwoord is natuurlijk: nooit. Eén blik in Nicoline van der Sijs' onvolprezen Leenwoordenboek (1996) zegt al genoeg: de invloed op het Nederlands vanuit Latijn, Grieks, Duits, Engels et cetera is enorm, tot Fins, Hongaars en Kongolees aantoe. Dat er ook verzet is gerezen tegen al die invloeden spreekt vanzelf. Dat is niet typisch Nederlands, taalpurisme is een mondiaal verschijnsel. Om de zoveel tijd heeft een volk het gevoel dat zijn identiteit vervaagt en moet het eigen karakter en de eigen taal worden schoongepoetst.

Over taalpurisme stelde dezelfde (verbijsterend productieve) Nicoline van der Sijs Taaltrots samen, een artikelenbundel over periodieke zuiveringsijver in een veertigtal talen. In onder andere het Afrikaans, Koerdisch, Kroatisch, Wels, Litouws, Fins, Vietnamees en natuurlijk in Nederlands, Fries, Engels en Duits. Jammer overigens dat er geen artikel is opgenomen vanuit een derde Taal- en Letterkundige Academie in ons land (de Schrieversronte te Oldeberkoop, Friesland), die de zuiverheid van de Saksische streektaal Stellingwerfs propageert. Het is de enige smet op de samenstellingsarbeid van Nicoline van der Sijs, die naast de compositie van een staalkaart aan taalzuiveraars aller landen ook nog een voorbeeldige inleiding op het onderwerp leverde.

Lezen over taal wint aan populariteit, de aandacht voor woordenboeken is groeiende. Toch vrees ik dat het onderwerp van Taaltrots vooralsnog in de onderkast belandt. Terwijl aan taalzuivering vaak enorme historische, sociale en politieke aspecten zitten. Een mooi voorbeeld is de schriftomwenteling die de Turkse nationalist Kemal Atatürk doorvoerde door van Arabisch schrift op de Latijnse letterkast over te stappen. Vóór dat tijdstip (1928) bevatte het Turks veel dure Perzische en Arabische leenwoorden, die eenvoudigweg niet in Latijns schrift waren uit te drukken. Waarmee Turkije zich via deze alfabetische revolutie in één klap losmaakte van de Islamitische traditie.

Wellicht is dit het sterkste voorbeeld. Dat neemt niet weg dat minder rigoureuze schoonmaakacties schitterende verhalen opleveren, die in Taaltrots vaak met humor worden genoteerd. Leuk is bijvoorbeeld de strijd van de Faerørse Academie van Wetenschappen (Føoyamálsdeildin) tegen de linguïstische gevolgen van eeuwenlange Deense overheersing van deze boven-Schotlandse eilandengroep, tegenwoordig bevolkt door vijftigduizend zielen. Om oorspronkelijker te klinken ontleenden de Faerørs zelfs aan de in taalkundig opzicht meest conservatieve, Europese taal, het IJslands. Zo haalde men uit Reykjavik bij voorbeeld het woord `íhald' (conservatisme), blind voor het feit dat `íhald' in het Faerørs al bestond (`oponthoud', `pauze'). Op die manier schept de liefhebber van de zuivere taal misverstanden. Intussen, zo schrijft Faerør-specialist Ron Propst, `leggen ook puristen hun vermoeide lijf te rusten op een sofa, zonder zich erom te bekommeren dat het woord sofa van Arabische oorsprong is.'

Een boek als Taaltrots is niet alleen een werk voor specialisten. Het laat zich ook genoegelijk lezen als anekdotenverzameling. Mooi bij voorbeeld is de ingezonden brief van het Zweedse dagblad Dagligt Allehanda, waarin een abonnee bezwaar maakt tegen de spellingshervorming van de schrijver Carl Gustav Leopold (1756-1829). Leopold had voorgesteld in plaats van lieutenant `löjtnant' te schrijven, genoemde abonnee meende in zijn puristisch doordraven dat die schrijfwijze slechts acceptabel zou zijn als het was afgeleid van löje (`belachelijk').

Terug naar de tractor. Friese volhouders hebben geprobeerd er izeren hynder van te maken. Wat deden de conservatieve IJslanders? Voor de telefoon breidden ze de betekenis van het oude woord `sími' ('draad') uit, `pulur' ('nieuwslezer') was oorspronkelijk `iemand die oude kennis reciteert' en een vistrawler werd `togari' in het IJslands, wat letterlijk `trekker' betekent. En de echte tractor dan?

Puristen zijn niet voor één gat te vangen, zeker niet op IJsland: Dráttarvél, `trekmachine'. Telefonische navraag bij de Stellingwarver Schrieversronte leerde overigens dat in Saksisch-talig Friesland tractor gewoon trekker heet.

Daar valt misschien nog wat te zuiveren, misschien ook niet.

Nicoline van der Sijs, red.: Taaltrots. Purisme in een veertigtal talen. Contact, 446 blz. ƒ49,90