De papegaai en de prullenbak

De beroemdste sketch van Monty Python ontsprong aan een kapotte broodrooster. John Cleese had tevergeefs geprobeerd verhaal te halen bij een winkel in huishoudelijke apparaten, en schreef naar aanleiding daarvan een woedende dialoog. Toen hij die voorlas aan zijn schrijfpartner Graham Chapman, luidde het enige commentaar: ``Beetje saai, waarom maak je er geen papegaai van?'' Het resultaat, op 7 december 1969 op televisie gebracht door Cleese en Michael Palin, was `The Dead Parrot Skit', een typische Python-mix van absurdisme, wrede humor en taalgoochelarij die zó populair zou worden dat de makers er gek van werden. Toen een paar jaar geleden het zoveelste jubileum van Monty Python met een televisiecompilatie werd gevierd, gebeurde dat onder de titel Parrot Sketch Not Included. En het is de vraag of de klagende klant en de onwillige winkelier morgen wel te zien zijn in het BBC-programma ter gelegenheid van de 30ste verjaardag van de eerste aflevering (5 oktober 1969).

De wordingsgeschiedenis van de sketch-met-dode-papegaai is te lezen in Monty Python Speaks!, een door de Amerikaanse mediajournalist David Morgan geschreven oral history van het vernieuwendste komische programma dat ooit op de Engelse televisie te zien was. Vijf van de zes Pythons – Graham Chapman overleed aan de vooravond van het 20-jarige jubileum aan kanker – plus een aantal anderszins betrokkenen werden uitputtend ondervraagd over de opkomst en ondergang van Monty Python's Flying Circus, dat behalve 45 afleveringen voor televisie (1969-1974) ook verantwoordelijk was voor vijf succesrijke speelfilms, zeven boeken en een dozijn langspeelplaten. Say no more.

Een aantal van de door Morgan opgediepte verhalen was al bekend uit eerdere monografieën. Zo is het geen nieuws dat Chapman een lijntrekkende alcoholicus was die niettemin onmisbaar was voor het collectief; en ook niet dat de humor van Monty Python sterk geworteld was in de naoorlogse studentencabarets, waar respectievelijk Cleese, Chapman en Eric Idle (Cambridge) en Palin en Terry Jones (Oxford) als komieken waren begonnen. Maar neem nu de analyse dat binnen Monty Python een voortdurend gevecht aan de gang was tussen de conventionele, op snelle verbale humor gerichte Cambridgianen en de experimentele, voor associatief absurdisme pleitende Oxfordianen. Die kon ik me uit eerdere boeken niet herinneren, net zo min als het verslag van de manier waarop Monty Python in de VS aan de man werd gebracht (als een rockband, via het college radio-circuit) of de precieze herkomst van de naam Flying Circus (gemunt door een BBC-bons die een vroegere ijveraar voor de latere Pythons in 1969 aanduidde als `even vasthoudend als Baron von Richthofen and his Flying Circus').

`This revolution was televised' luidt de eerste zin van David Morgan, die kennelijk niet alleen zijn Monty Python goed kent maar ook zijn Marshall McLuhan. Waarna hij – door slim compileren van andermans woorden – uitlegt wat er zo revolutionair was aan Monty Python. Anders dan eerdere satirische en humoristische televisieshows als The Frost Report (met David Frost) en At Last the 1948 Show (met Marty Feldman) was Python niet geconstrueerd rondom één ster: de vijf schrijver-acteurs verdeelden de rollen, en nummer zes, de Amerikaan Terry Gilliam, hield zich bezig met de animaties die de sketches met elkaar verbonden. Monty Python had geen formule, laat staan een format, en geen eenheid van plaats en tijd die bij vroege sitcoms gebruikelijk was. Als het ergens mee te vergelijken was, dan was het met het anarchistische jaren-vijftigradioprogramma The Goon Show (met onder meer Spike Milligan en Peter Sellers) en met de in 1968 uitgezonden televisiekomedie The Complete and Utter History of Britain. Dat laatste is niet verwonderlijk, omdat daaraan werd meegewerkt door Palin en Jones, die zich toen al uitleefden in pythoneske opzetjes als een reportage uit de kleedkamers van de Slag bij Hastings en de verfilming van de Honderdjarige Oorlog als een western.

De kracht van Python lag in de elkaar aanvullende bloedgroepen. Zowel Cleese & Chapman als Jones & Palin zijn wel de Lennon & McCartney van de televisie genoemd, maar de zaak lag iets anders: als het ene duo vastzat, of met een halve sketch aankwam, dan werd het verder geholpen door het andere. Idle en Gilliam waren de loners, maar drukten net zo goed een stempel op de plenaire vergaderingen, wanneer de half-affe sketches in de groep werden gegooid. `If it made us laugh, it was in; if it didn't, we sold it to other shows,' was het uitgangspunt, en gegeven het niveau van vooral de eerste twee seizoenen vraag je je af wat voor kwaliteitssketches in de vergetelheid zijn beland.

Monty Python Speaks! is een boek voor de fans, die de teksten van klassieke sketches als `Bicycle Repairman' en `The Spanish Inquisition' kunnen dromen, en benieuwd zijn naar de verhalen die erachter schuilgaan. Sommige anekdotes lezen op hun beurt als Python-scenario's. Zo vertelt Pythons Amerikaanse manager hoe Warner zich in 1979 met hand en tand verzette tegen het idee om het première-feestje van The Life of Brian wat meer cachet te geven met behulp van kartonnen cut-outs van beroemdheden als Sinatra. En hilarisch is de lijst van door televisiemaatschappij ABC gecensureerde momenten uit de televisieshows: niet alleen de hell's en damn's moesten verdwijnen, maar ook de als vrouw verklede marine-officier en de rolstoeler met een zwaard door zijn hoofd (`offensive reference to handicapped individuals').

Ook het uiteenvallen van het team en het succes van de solo-carrières van de verschillende groepsleden wordt door Morgan goed beschreven. Cleese werd nog beroemder met Fawlty Towers en de film A Fish Called Wanda; Jones schreef kinderboeken en regisseerde films als Erik the Viking en The Wind in the Willows; Palin werd globetrotter bij de BBC (Pole to Pole, Full Circle); Idle maakte de legendarische Beatleparodie The Rutles en schrijft boeken (waarvan akte op deze pagina); en Gilliam, over wie onlangs de schitterend geïllustreerde filmografie Dark Knights and Holy Fools verscheen, werd regisseur van visuele spektakels als Brazil en Twelve Monkeys. Maar Monty Python bleef altijd trekken: voor het maken van een film (The Meaning of Life, in 1983 in Cannes gelauwerd), of voor een eenmalig optreden om een jubileum te vieren. Morgen, van 21.55 uur tot 01.35 uur luidt Monty Python op BBC 2 het millennium uit met een avondvullende show. Voor wie wil weten welke briljante ideeën daarvoor al naar de prullenbak zijn verwezen, is Monty Python Speaks! onmisbaar.

David Morgan: Monty Python Speaks! Spike/ Avon Books, 335 blz. ƒ37,80 (pbk).

De Engelse editie is verschenen bij Fourth Estate, ƒ51,95 (pbk)

Bob McCabe: Dark Knights and Holy Fools - The Art and Films of Terry Gilliam. Orion, 192 blz. ƒ80,- (geb.)