Crematie

Op een bankje in de foyer van crematorium Westgaarde in Amsterdam zat een groepje van nog geen tien mensen. Ze keken bevreemd naar de honderden mensen die zich in dezelfde foyer verzamelden voor de crematie van ex-burgemeester Wim Polak. Ze zaten er voor een crematie die een kwartier eerder achter een andere deur zou plaatsvinden. De naam van de overledene stond naast hen op een bordje, het was een onbekende mevrouw.

Het verschil tussen een anoniem en een publiek bestaan.

Amper tien mensen – voor Polak en zijn nabestaanden zou het een belediging zijn geweest. Polak vond het belangrijk om veel mensen te kennen. Er waren voor hem twee typen mensen: die hij kende en die hij niet kende. De eerste groep was zo groot dat degenen die tot de tweede groep behoorden in zijn ogen niet erg bijzonder konden zijn. Een van de sprekers vertelde dit tijdens de crematieplechtigheid.

Maar alles is betrekkelijk. Want hoeveel mensen die Polak gekend hebben, waren er gisteren niet? Bijna heel Amsterdam was er niet. Er waren veel bekende collega's uit kringen van politiek en bestuur – Peper, Patijn, Van Thijn, Aantjes, Wolffensperger, Netelenbos, Wallage –, en er waren ongetwijfeld ook veel ambtenaren en journalisten onder de aanwezigen, maar de gewone Amsterdammer was er niet of nauwelijks. En dat is toch eigenlijk nogal wrang als je beseft hoeveel Polak in een uiterst moeilijke periode voor Amsterdam betekend heeft.

Het zal misschien ook met de persoonlijkheid van Polak te maken hebben. Hij genoot respect, maar geen grote populariteit. Zijn zoon Menno wees er in zijn toespraak op hoe grondig Polak zich altijd op zijn taken voorbereidde. Alles moest zozeer tot in de details worden geregeld dat het ten koste ging van de spontaniteit van zijn optreden. Zijn perfectiedrang maakte hem degelijk, maar voor het grote publiek ook wat saai en kleurloos.

Hij toonde ook niet graag emoties. Als weer een van zijn kennissen was gestorven, zei hij alleen maar: ,,Ja... ja.'' Alleen als het een erg goede vriend was geweest, klonk een verbeten: ,,Godverdomme.''

,,Hij zal op velen een vriendelijk-afstandelijke indruk hebben gemaakt'', zei zijn vriend Hans Daudt 's avonds op de Amsterdamse televisie, ,,maar ik heb nooit iemand gekend die hem niet mocht.''

Gevoelens moesten getemd worden. Dat had Polak al vroeg in zijn leven geleerd. Een nicht vertelde in de aula van Westgaarde een aangrijpend verhaal over haar ervaringen met Polak. Haar ouders besloten in de oorlog onder te duiken. Ze hadden ook de ouders van Wim daartoe proberen over te halen, maar die wilden er, mede gelet op de financiële consequenties, nog eens goed over nadenken.

Wim ontsprong de dans, maar zijn ouders werden opgepakt. Wim dook onder bij zijn nicht en haar ouders. Ze moesten in een kleine ruimte samenleven en er waren dan ook veel spanningen, maar tussen haar en Polak was nooit iets voorgevallen. Verdriet was voor Polak niet iets dat je op andere mensen afreageerde.