Boek

Ze schreef: `Ik zie, als onder scherpe schijnwerpers, tienvoudig vergroot, de dagelijkse details van mijn onderdrukking, de details van andersvrouws pijn. Ik heb er geen verweer meer tegen.(...) Zelfbeklag? Zeker, ik kan zwemmen in zelfmedelijden. Rancuneus? Ook dat. Maar geen schaamte. De schaamte is voorbij.'

Het boek ging bij honderdduizenden door Europa. De moed om het seksisme van de `vrije' jaren zestig openhartig te beschrijven bracht een golf van herkenning bij talloze vrouwen. Het was een doorbraak, in 1976. ,,Voor mij was het minder leuk'', zei Huib Riethof. ,,Ik was namelijk in dat boek de voorbeeld-man. Ik had in 1972 een relatie met de schrijfster, korte juninachten in een naar katten stinkend huisje. Ik heb toen veel van haar feminisme geleerd. Vervolgens begon ze een verhouding met mijn toenmalige vrouw. Ik was net afgetreden als wethouder van Amsterdam, was bezig te scheiden, zat in een gat. En toen dit ongelofelijke publiciteitsgeweld. Zelfs de kinderen werden erop aangesproken. Het persoonlijke is politiek, ja, maar of het politieke zo persoonlijk moet worden... Je kunt ook geen amendementen indienen tegen een boek: ik wist wel waar de glazen stonden. En het bleef me achtervolgen. Toen ik weer een baan kreeg, zaten ook daar al gauw de secretaresses gnuivend met dat boek op schoot. (...) Uiteindelijk ben ik naar Brussel verhuisd – een bevrijding. Ik denk nu wel eens: onze revolutie geloofde niet zo in structuren en verbanden. We leefden vanuit begrippen als `vrijheid' en `geluk'. Maar daarmee werd die revolutie ook anders, ongekend, egocentrisch.''