Beethoven zou het afschuwelijk vinden

Op zijn tiende maakte Peter-Jan Wagemans op het harmonium zijn eerste muziekstuk. Volgende week gaat zijn zevende symfonie in première.

,,Een gelukkig mens schrijft geen symfonieën.'' Componist Peter–Jan Wagemans (Den Haag, 1952) lacht een opgeruimde lach. Gezeten aan een felgekleurde tuintafel in zijn Dordrechtse woonhuis, oogt hij als het levende bewijs van zijn eigen ongelijk. Maar achter zijn ironie gaat ernst schuil. Bij een eentonig leven zonder conflicten en prikkels grijpt de componist naar de fles, waarin vervolgens ook de geest van zijn muziek verdwijnt. ,,Hoe meer problemen, hoe prettiger ik me voel.''

In zijn muziek streeft Wagemans naar uitbundigheid, gevoel en communicatie. Hij staat daarin alleen binnen het scheppend Nederlands muziekleven, waar `hoekige, afstandelijke muziek' overheerst. ,,Noem mij een Rabelais in het land van Descartes. Ik kook ook liever tien gangen voor veel mensen dan één hapje voor één gast. Die uitbundigheid hoort gewoon bij me."

Peter-Jan Wagemans' muziekopvatting gaat gepaard met boze woorden voor John Cage en diens navolgers, en met vriendelijke en liefdevolle woorden voor Alban Berg, Beethoven en Richard Wagner. Theatraliteit en dramatiek zijn de pijlers van Wagemans' idioom - al vanaf zijn opus 1 Spaans Landschap bij ondergaande zon, dat hij als tienjarige componeerde achter het harmonium van tante Treesje. Hij studeerde orgel en compositie in Den Haag, maar liet het orgel na het behalen van zijn einddiploma in de steek. ,,Ik voelde me niet thuis in de kerk.'' Het waarom houdt hem nog steeds bezig. `Het zwijgen van God' is het thema van zijn Zevende symfonie, die komende week in première gaat bij het Residentie Orkest onder leiding van Reinbert de Leeuw.

Zo filosofisch als Wagemans is in zijn muzikale thema's, zo eenvoudig is het doel dat hij nastreeft. ,,Mijn muziek moet menselijk zijn, navoelbaar voor de luisteraar.'' Aan het conservatorium in Den Haag groeide hij op met de muziek van Boulez, Stockhausen en Cage - de Drie Grote Componisten van toen, maar hij voelde zich in die muziek niet thuis. ,,Pli selon Pli van Boulez, Gruppen van Stockhausen - er is een veelvoud aan fantastische muziek ontstaan tijdens het modernisme. Maar ík had er als componist niets aan toe te voegen.''

Een belangrijk inzicht volgde eind jaren zeventig op het muziekfestival in Donaueschingen. Daar werd een hoorspel over Beethoven besloten met het draaien van een opname van diens Vijfde symfonie. ,,Een openbaring! Beethovens Vijfde was het enige stuk werkelijke avant-garde dat ik op het festival hoorde - zo direct in zijn uitdrukkingskracht, zo hecht in de verbinding tussen structuur en emotie. Na avonden vol ingewikkeld geneuzel waar ik me steeds eenzamer bij ging voelen, kwam ik in Beethoven opeens een goede vriend tegen.''

Maar wat moet een twintigste-eeuws componist met Beethoven? ,,Niets. Ik bevond me in een veld vol neergehaalde telefoonpalen. Beethoven zou mijn muziek heel afschuwelijk hebben gevonden, maar de Gideonsbende van het avant-gardisme minachtte me óók, en zei: Jouw muziek is Beethoven.''

Misstap

,,Als je geen goed componist bent, is het verleidelijk om te zwichten voor een taal die de jouwe niet is. Het is een misstap die veel componisten maken, en die je alleen maar steeds verder afdrijft van je eigen ideaal. Je moet je eerst een voorstelling maken van wat je wilt zeggen met je muziek, dan pas kun je erover denken hoe je die abstracte klankvoorstelling vertaalt in klinkende noten. Zelf streef ik naar muziek waarin structuur en affect even belangrijk zijn, en wil ik me bij het componeren ook kunnen laten leiden door de improvisaties die me invallen achter de piano. Die wisselwerking, de inspiratie van het moment versus het nadenken over het hele stuk, bepaalt voor mij mede de kwaliteit van mijn werk.'' Het kostte Peter-Jan Wagemans jaren om te komen tot een idioom met de gewenste directheid en fijnzinnigheid. Fel: ,,De fijnzinnigheid van toonhoogtes ten opzichte van elkaar vormt het meest wezenlijke bestanddeel van de westerse kunstmuziek. Een melodie van Bach, het Vioolconcert van Alban Berg. Wanneer je die muzikale taal afbreekt, zoals John Cage deed, verdwijnt de kunst. De aanname dat ruis zomaar kunst kan zijn, betekende de grootste devaluatie van het begrip muziek in de geschiedenis van de mensheid. Een ronkende stofzuiger op een podium ís geen kunst.''

Neoromantisch of neoklassiek componeren dan maar? ,,Oh nee, absoluut niet! Dat betekent in feite dat je op je rug gaat liggen en met je pootjes in de lucht uitroept `Traditie, kom in mij'.'' Peter Schat deed dat in zijn Eerste symfonie, waarin hij uitgaat van het grondplan van de Eerste symfonie van Brahms. ,,Ik vind dat zo oncreatief. Niet voor niets ook heeft het heel lang geduurd voordat ik mijn orkestwerken `symfonie' durfde te noemen. Ik wilde eerst het hele idee symfonie voor mezelf opnieuw invullen. En ik ben ook zeker geen navolger van Sjostakovitsj of Schnittke. Integendeel, ik heb weinig sympathie voor die lijn van het symfonisch componeren. Sjostakovitsj schreef zijn symfonieën zo voor de grote massa, dat de resultaten soms wel erg lawaaierig en oppervlakkig zijn. Ik heb echt mijn eigen vorm moeten vinden.''

Wagemans brengt zijn leerproces schertsend in kaart. ,,Ik ben een chroniqueur, de ideale buitenstaander.'' Terugkijkend op de ontwikkeling van zijn muziek: ,,Ik wilde aanvankelijk iets anders dan eruit kwam. In mijn eerste `periode' wilde ik iets doen met elementen van het expressionisme. Maar het was me uiteindelijk toch te ernstig, te heftig; kortom: te Duits. De manier waarop het postmodernisme in de architectuur reageerde op het modernisme, dáár herkende ik me uiteindelijk in. Spelen met het verleden op een burleske, ironiserende en extreem beweeglijke manier. In muziek betekende dat: kunnen componeren zonder angst voor al gebruikte bouwstenen. Wat is er mis met muziek waar een keer een drieklank in voorkomt, of met een lyrische melodie? Ik wil uitgaan van een taal die zo rijk is, dat je in muziek kunt komen tot een afspiegeling van wat je om je heen ziet en hoort. Op die manier wil ik als componist communiceren met muziek uit het verleden en met de luisteraar nu."

Vieze vlek

Met een oeuvrelijst die zeven grote orkestwerken telt, is Wagemans de symfonicus onder de Nederlandse componisten. Hij begon als achttienjarige met een orkestwerk dat luisterde naar de voorzichtige titel Muziek 1. Hij schatert even, terugdenkend aan de ambitieuze opzet van wat zijn symfonisch oeuvre zou hebben moeten worden. Veertien `Muzieken' zouden er komen, analoog aan veertien bergen met een hoogte van meer dan 8000 meter. Na ruim dertig jaar componeren heeft hij dat streven opgegeven. Hij is aangeland bij de zevende van zijn orkestwerken, die hij vanaf nummer vijf `symfonie' durft te noemen. De symfonieën 3 en 5 wachten nog op voltooiing. ,,Alles moet perfect zijn, elke noot. Wat dat betreft ben ik een afgrijselijke perfectionist, tot grote wanhoop van mijn uitgever. Er is geen luisteraar die die ene `foute' noot opmerkt, zeggen ze dan. Maar míj valt het op, als een vieze vlek die verwijderd dient te worden. Je moet wel trouw blijven aan je eigen idealen.''

Aan zijn Zevende symfonie werkte Wagemans anderhalf jaar. ,,Is dat snel? Wagner schreef zijn Tristan und Isolde in tweeënhalf jaar - dàt is discipline. Bij het zien van zo'n talent kun je je óf voor je kop schieten, of proberen er wat van te leren. Ik heb maar voor het laatste gekozen.'' Net als Wagner wil Wagemans met zijn muziek een verhaal vertellen dat een onbevangen luisteraar kan navoelen door zich te verbinden met de klank. Muziek als tekstschildering zonder tekst.

Over de Zevende symfonie: ,,Wat doe je als je weet dat God niet bestaat, dat alles uit elkaar zal knallen, dat het hele heelal niet eens weet dat wij mensen bestaan? Je schrijft muziek die zulke melancholie een plaats geeft. In mijn Zevende symfonie klinkt een tumultueuze strijd tussen licht en donker, een breekbaar lijntje van hoop, een parodiërende verbastering van materiaal uit het werk van Webern en Boulez. En tenslotte één grote melodie om het leven te omvatten.''

Criticus Ernst Vermeulen schreef vorig jaar in deze krant over een voorproefje uit de Zevende symfonie: `Het is muziek als een niet te stuiten woedende menigte, een wagneriaans pandemonium, een corybantische orgie, raspend, schurend, pompend.' Verklarend wijst Wagemans op het citaat uit Dood op krediet van Céline, dat hij tot het motto van zijn symfonie maakte. `Er is geen zachtheid in deze wereld, alleen legende. Alle koninkrijken eindigen in een droom.' Wagemans: ,,Zachtheid en poëzie bestaan niet in het heelal. Je kunt op een mooie zomerdag het gras ruiken en verzaligd wegdromen, maar in werkelijkheid bestaat de wereld uit vergankelijk materiaal. Daarom proberen wij de werkelijkheid te vatten in legendes - ideologieën als het communisme en het fascisme die doorgaans eindigen in een zwarte droom. Waar welvaart ophoudt, zijn mensen bereid elkaar te verscheuren.''

,,En daarmee raak je aan het wezen van de klassieke kunst. Als tegenwicht tegen de hardheid van het dagelijks leven, moet kunst een soort gevoeligheid bij mensen creëren. Dat is mijn taak. Of ik daarin slaag is vers twee. Ik ben al trots als ze op mijn graf beitelen: `Wagemans heeft het in elk geval geprobeerd'.''

Het Residentie Orkest speelt de wereldpremière van de Zevende symfonie van Peter-Jan Wagemans op 15/10 in de Dr. Anton Philips Zaal, Den Haag.

Aanvang 20.15 uur.

Reserveren: 070 - 360 9810

Je moet niet op je rug gaan liggen roepen: `Traditie,kom in mij!'

`John Cage heeft de muziektaal afgebroken. Een ronkende stofzuiger ís geen kunst'