Animo groeit voor omstreden eindtoets

De Onderwijsraad wil dat alle 12-jarigen voldoen aan één standaard voor taal en rekenen. Die nationale toets is ook nodig om achterstanden te voorkomen.

Een vastgelegd minimum aan taal- en rekenvaardigheden waarover alle twaalfjarigen moeten beschikken om het te redden op de middelbare school. Dat bepleit de Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van de minister van Onderwijs. ,,We hebben de standaard nauwkeurig beschreven. De vorderingen van alle leerlingen worden getoetst als ze acht- en twaalf jaar oud zijn, zodat iedereen weet waar hij aan toe is: de leraar, de ouders, het kind en de Inspectie. Daar kan toch niemand tegen zijn?'', aldus de voorzitter van de Onderwijsraad, hoogleraar empirische sociologie H. Leune.

Dat kan wel. Het boegeroep klinkt aan alle kanten. De Algemene Onderwijsbond (74.000 leden) vindt dat de overheid leraren niet moet opzadelen met weer nieuwe eisen. Als de Tweede Kamer deze standaard invoert, dan zal de bond haar leden zelfs adviseren om hun best niet meer te doen op school. Ook de Algemene Vereniging van (basis-)Schoolleiders vindt het ,,een slecht plan'', aldus voorzitter T. Duif. ,,Het getuigt niet van vertrouwen in de basisscholen; wij doen al ons uiterste best om de kwaliteit van het onderwijs te meten en te verbeteren. Iedereen kent het handjevol scholen dat niet goed is, maar die durft de minister niet te sluiten. De rest doet zijn best, ook die scholen in achterstandswijken in grote steden, die amper leraren kunnen aantrekken.''

Feit is dat de Nederlandse wet geen harde eisen stelt aan basisscholen. Zij moeten wel `streven' naar een aantal `kerndoelen', maar ze hoeven die niet te halen, laat staan met alle leerlingen. Engeland kent sinds een paar jaar wel een wettelijke standaard: the national curriculum. In Nederland neemt zeventig procent van de basisscholen vrijwillig de CITO-eindtoets af, maar de overige vinden de toets te rigide. Een momentopname, volgens de Montessori- en vrije scholen, die bovendien geen rekening houdt met kwaliteiten zoals creativiteit of sociale vaardigheden.

Feit is ook dat ondanks de gemiddeld goede resultaten van Nederlandse basisscholen, zo'n vijftien procent van de leerlingen een onnodige achterstand heeft op zijn twaalfde jaar, volgens zowel de Onderwijsinspectie als de Onderwijsraad. Het gaat met name om allochtone leerlingen, die gemiddeld op hun vierde jaar een taalachterstand hebben van 2.000 Nederlandse woorden op hun autochtone leeftijdgenoten. Acht jaar later verlaten ze de basisschool met een gemiddelde achterstand van 8.000 woorden. De meeste basisscholen lukt het niet om die achterstand weg te werken.

In de praktijk blijkt dat veel ouders geïnteresseerd zijn in de gemiddelde CITO-resultaten van een school omdat ze geen ander ijkpunt hebben om te beoordelen of een school sterk is in cognitieve vakken. Op het individuele niveau vinden ouders een eindtoets voor 12-jarigen vaak ook belangrijk omdat ze het kunnen leggen naast het advies (vbo, mavo havo of vwo) van de basisschool.

Maar volgens schoolleider Duif hebben `de samenleving en de politiek' uitsluitend nog oog voor de output van scholen, terwijl het proces op de scholen volgens hem veel belangrijker is: ,,Anders gaan scholen hun leerlingen uitsluitend klaarstomen voor de toets.'' Hij vreest, net als de vakbonden, dat scholen worden `afgerekend' op `kille cijfers', terwijl ze niet de enige zijn die de schoolloopbaan van een kind bepalen. Daar zijn immers ook de ouders voor verantwoordelijk. ,,Je kunt een school met leerlingen uit Haarlem-Zuid niet vergelijken met een school in de Schilderswijk.'' De christelijke en katholieke schoolbesturen hebben op hun beurt bezwaren, omdat zij hechten aan de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. Niet de overheid maar zijzelf bepalen hoe ze het onderwijs inrichten.

,De overheid wil scholen ook niet voorschrijven hóé ze resultaten halen – met welke boeken, welke soort leraren, in welke volgorde'', reageert Leune van de Onderwijsraad. ,,Maar wel wát ze bereiken. Er moet een bodem worden gelegd, zodat ook die leerlingen die nu met een achterstand van de basisschool komen, mee kunnen op de middelbare school.'' De Inspectie moet volgens hem een handvat hebben om scholen die langdurig tekortschieten, aan te pakken. Leune wil af van alle emoties rondom dit onderwerp. ,,We willen alleen een standaard die aangeeft wat de samenleving verwacht van het basisonderwijs.'

Minister Hermans en staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) willen geen centraal beleid voeren maar scholen zo veel mogelijk vrijheid geven, zeggen zij. Juist omdat zij de kwaliteit van het onderwijs willen garanderen door alleen de resultaten te controleren, zullen zij dit voorstel waarderen, verwacht Leune. Het maakt dan ook kans om te worden overgenomen door de Tweede Kamer en de bewindslieden. Waar de kritiek en het verzet op een verplichte toets vorig jaar nog de boventoon voerden, blijken Kamerleden van alle grote partijen dat nu te steunen.