`Aardige mensen zijn het moeilijkst'

Als je te veel filmische technieken gebruikt, doe je onrecht aan de mogelijkheden die strips te bieden hebben, zegt de Amerikaanse stripmaker Chris Ware (1967). Hij is bekend geworden met zijn vernieuwend getekende verhalen over een superheld op leeftijd en een zielig jongetje in het Amerika van de vorige eeuw. Ware is dit weekend een van de eregasten op de Stripdagen in Den Bosch.

``Het spijt me heel erg dat ik niet een grappiger persoon ben'', zegt Chris Ware. Een extreme bescheidenheid karakteriseert deze introverte en sombere striptekenaar, die door velen als een van de belangrijkste vernieuwers van de strip wordt gezien. In zijn albums, waarin platen van diverse formaten door dikke kaders worden omsloten, probeert hij door een opvallende beeldtaal – matte kleuren, nostalgische decors – de overmaat aan begeleidende tekst die veel andere strips kenmerkt, te beperken.

Vanaf 1993 wordt Chris Wares werk in zijn eigen, inmiddels dertien delen tellende, `ACME Novelty Library' uitgegeven. Zowel qua formaat als qua inhoud verschillen de delen sterk van elkaar, omdat Ware beschikt over een heel leger aan personages, die ieder een eigen vormgeving afdwingen. De ene keer heeft een boek een posterformaat en staat het vol met ingewikkelde grafische constructies waarvoor je als lezer moet puzzelen om de volgorde en leesrichting te bepalen. Dit is vooral het geval bij de belevenissen van het muisje Quimby, een soort persiflage op Mickey Mouse die Ware vooral in de eerste ACME-uitgaves gebruikte. Een andere keer bevat een boek bouwpakketten van gebouwen en objecten, zoals de raket van de uitgebluste superheld-met-buikje Sam the Rocketman. Tijdens de Stripdagen in Haarlem in 1998 konden bezoekers deze raket op bijna ware grootte aanschouwen.

Maar het personage waaraan Ware de meeste aandacht besteedt is het jongetje Jimmy Corrigan. In een negentiende-eeuwse wereld die wordt bevolkt door allerlei gemene `grote mensen' sleept Jimmy zich door zijn trieste jeugd. Het formaat van de albums wordt aangepast aan de beklemmende en claustrofobische wereld van dit eenzame jongetje. In het laatste Corriganboek kiest Ware voor het eerst voor een verhaal met een wat langere adem (80 pagina's), zonder dat dit door een optreden van andere personages wordt onderbroken. Dan blijkt dat Ware niet alleen verbluffend goed kan tekenen, maar ook een spannend verhaal kan vertellen.

De deprimerende wereld waarin Jimmy Corrigan leeft, bevat alleen nare mensen. In hoeverre zijn de belevenissen van Jimmy autobiografisch en weerspiegelen de personages Wares eigen persoonlijkheid?

``Bedoel je dat ik een engerd ben? Ik geef toe dat er weinig aardige mensen in Jimmy's wereld rondlopen, maar dat is vooral te wijten aan mijn eigen gebrekkige schrijverschap. Het is namelijk vreselijk moeilijk om ronde en warme personages te creëren. Bovendien vraag ik me soms af of er iets mis is met me, omdat ik niet als andere schrijvers over mijn personages kan praten alsof het echte mensen zijn. Jimmy is in zoverre autobiografisch, dat hij ontzettend veel moeite heeft met zijn vader. Ik heb zelf mijn vader niet gekend, al heb ik onlangs wel een bijzonder teleurstellende eerste ontmoeting met hem gehad. Ik fantaseer veel over hoe het geweest zou zijn als ik een vader had gehad. Net als Jimmy was ik vroeger ook een eenzaam kind dat vooral binnen bleef en tv keek, superheldenstrips las of knutselde, terwijl andere kinderen buiten speelden.

``Ik denk nog elke dag aan mijn kindertijd. Ik zie dan hoe ik was, zeg maar in de derde persoon, maar ook hoe ik die dingen beleefde, vergelijkbaar met de eerste persoon. Die twee perspectieven wissel ik ook af in de verhalen van Jimmy Corrigan. Dat betekent dat Jimmy de ene keer als treurige man terugblikt op zijn jeugd, en de andere keer een klein jongetje is dat gepest wordt.''

Ware vertelt dat dit voorlopig het laatste Jimmy Corriganverhaal is, omdat het personage hem niet meer inspireert. `'Ik heb het gevoel dat ik klaar ben met Jimmy. Ik heb nog een paar losse pagina's gemaakt, maar net als bij andere oudere personages zoals Quimby of Sam the Rocketman kan ik me niet meer in hem verplaatsen. Als ik hem nu teken, schieten me niet meer direct verhalen te binnen. Wat ik nu ga doen, weet ik eigenlijk ook niet.''

ACME (Grieks voor `toppunt' of `volle kracht') is een woord dat in de negentiende eeuw door veel Amerikaanse bedrijven als naam werd gebruikt. De verhalen van Jimmy spelen zich ook af in die periode, die met veel gevoel voor sfeer en detail door Ware getekend wordt. Leeft hij in het verleden?

``Nee, zeker niet. Het is niet zo dat ik tegen het moderne ben. Mijn afkeer van bijvoorbeeld moderne architectuur is gebaseerd op een ongeschoolde mening, maar ik vind gewoon dat oude dingen er vaak mooier uit zien. Je ziet het vakmanschap er meer aan af. Neem nu deze saaie bruine cafétafel. Die tafel vind ik lelijk, wat niet wegneemt dat hij ingenieus in elkaar zit. Voor mensen die niets anders dan een rots hebben om op te zitten is dit een prachtige tafel, maar in het licht van de vormgeving van honderd jaar geleden stelt hij niets voor. Hetzelfde heb ik bij oude films. Ik vind zwijgende films er vaak beter uitzien dan nieuwe films. Ik gebruik ook filmische trucs uit die tijd, zoals tussentitels of nonverbale communicatie tussen personages, al vind ik wel dat je daar spaarzaam mee om moet gaan. Als je te veel filmische technieken gebruikt, doe je onrecht aan de mogelijkheden die strips te bieden hebben.''

De strips van Ware zitten vol originele vondsten en de experimenteerdrift spat vaak van de pagina's af. Het bekende filmadagium `don't tell them, show them' lijkt hij als uitgangspunt te hebben omarmd. Dit heeft als gevolg dat het de lezer vaak niet makkelijk wordt gemaakt en de aandacht van de verhalen wordt afgeleid, hoewel dit nooit de bedoeling is van de tekenaar.

``Ik wil de relaties tussen de beelden weergeven zonder woorden, maar ook zonder dat je de draad kwijtraakt. De puzzelachtige platen die ik soms teken moet je beschouwen als plattegronden: ze sturen je door de pagina van plaats A naar B. Net als een zin, die betekenis ontleent aan de combinatie van losse woorden, bevat zo'n pagina verschillende elementen die logisch met elkaar verbonden zijn. In strips moeten de tekeningen zo levenloos mogelijk zijn, alsof je woorden op een pagina zet.''

Door dit type uitspraken heeft Ware in Amerika het predikaat van `strip-intellectueel' gekregen. Zelf relativeert hij zijn ideeën over hoe je met strips verhalen kunt vertellen. ``Een theoretische achtergrond is bijna noodzakelijk omdat je als striptekenaar maar een beperkte hoeveelheid gereedschap – kleuren, vormen, tekst – tot je beschikking hebt. Maar je moet ook weer niet te veel over dit soort dingen nadenken, omdat je dan minder spontane of zelfs saaie strips gaat maken. Sommige mensen denken dat ik alleen maar stijloefeningen produceer, wat pertinent niet waar is. Ik begin gewoon te tekenen en verzin dan pas hoe ik iets het beste kan vertellen. Het is zeker niet zo dat ik pijprokend bij de open haard zit te filosoferen over wat ik nu weer eens voor briljante, stripvernieuwende vondst zal verzinnen. Ik wil gewoon een verhaal vertellen dat zo authentiek mogelijk is.''

Chris Ware: ACME Novelty Library nr.13, Autumn 1999. Fantagraphics,

80 blz. 37,25

De tekenaar zal tijdens de Stripdagen in Den Bosch (9 en 10 oktober) zijn werk signeren.