Voorlichters van Kok zien grotere rol

De RVD wil de overheidsvoorlichting naar zich toetrekken, vrezen directeuren voorlichting van de vakministeries.

Voorlichtingsdiensten van diverse ministeries zijn beducht voor een te sterke greep van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) op de actuele mediavoorlichting. De hoofddirectie van de RVD spreekt binnenkort met de departementale directeuren voorlichting over verbetering van de onderlinge samenwerking.

De voorlichtingsdirecteuren hebben wekelijks een korte en maandelijks een langere bijeenkomst in de zogenoemde Voorlichtingsraad. Over het functioneren van deze raad heerst algemeen onvrede. De raad zou te veel bezig zijn met publieksvoorlichting, onder meer via Postbus 51, en te weinig toekomen aan het coördineren van mediavoorlichting.

De Rijksvoorlichtingsdienst is er voorstander van dat deze dienst een coördinerende rol krijgt bij de actuele mediavoorlichting. De hoofddirectie van de RVD onderschrijft hiermee een advies van het bureau Twijnstra Gudde, uitgebracht in opdracht van de RVD, waarin wordt geadviseerd ,,de coördinatie van actuele perscontacten te verwijderen uit het pakket van de Voorlichtingsraad en tot regulier onderdeel van het takenpakket van de RVD te maken''. De coördinatie van de persvoorlichting zou een `kerntaak' van de RVD moeten worden, aldus Twijnstra Gudde.

Het voorstel wordt dinsdag 19 oktober voor het eerst in de Voorlichtingsraad besproken. Directeuren voorlichting zeggen desgevraagd nog geen formele reactie op het voorstel te hebben. Wel geven zij aan niets te voelen voor een constructie waarbij alle departementen dagelijks met de RVD zouden moeten afstemmen hoe zij reageren op actuele ontwikkelingen.

Bewindslieden en voorlichters ervaren het opwellen en snel wegebben van `media-hypes' in toenemende mate als een probleem. Vooral het afgelopen parlementaire jaar is gedomineerd door een reeks incidenten, waardoor scheve beeldvorming zou zijn ontstaan, zo wordt in deze kringen teruggeblikt. Bij de behandeling van de begroting van Algemene Zaken, deze week, meldde premier Kok dat ,,nauwere samenwerking tussen directies voorlichting moet leiden tot een vroegtijdige signalering van opkomende golven van publiciteit, gevolgd door adequate woordvoering die (...) de nieuwsontwikkeling in een zo vroeg mogelijk stadium in alle volledigheid in de juiste context plaatst''.

Departementale voorlichtingsdiensten onderschrijven deze noodzaak, maar willen daarbij niet ondergeschikt worden gemaakt aan de Rijksvoorlichtingsdienst. Volgens de plaatsvervangend hoofddirecteur van de RVD, G. van der Wulp, is het ,,geenszins de bedoeling de departementen hun eigen verantwoordelijkheid te ontnemen''. Wel zouden er nieuwe vormen van onderling overleg moeten worden opgezet, buiten de Voorlichtingsraad, waarin de RVD nadrukkelijker een coördinerende rol krijgt, zo stelt Van der Wulp.

Het Tweede-Kamerlid Rehwinkel (PvdA), die premier Kok deze week vroeg om zijn mening over de wijze waarop het kabinet moet omgaan met `mediagolven', zegt voorstander te zijn van een sterkere rol van de RVD bij actuele mediavoorlichting. ,,Zoals van de premier nadrukkelijker een coördinerende rol speelt binnen het kabinet, zo zou de RVD zich explicieter moeten inzetten bij het coördineren van de mediavoorlichting'', aldus Rehwinkel. ,,Op die manier kun je tegenwicht bieden aan die voortdurende defensieve positie waarin je wordt gedwongen met voortdurende aandacht in de media voor incidenten.''

De departementale directeuren vrezen dat de RVD een vorm nastreeft als het Duitse Bundespresseamt, dat een zeer centrale rol vervult bij de regeringsvoorlichting. Van der Wulp ontkent dit. ,,We willen alleen meer afspraken over meer samenwerking, dat is alles.''