`Verplichte toets op de basisschool'

De Onderwijsraad wil een verplicht examen rekenen en taal invoeren voor alle leerlingen van de basisschool op zowel acht- als twaalfjarige leeftijd. Zo kan de kwaliteit van de school beoordeeld worden.

Dit zegt de Onderwijsraad, de belangrijkste adviseur van de minister van Onderwijs, in het rapport `Zeker Weten'. De raad wil dat er wettelijk een minimum kennisniveau wordt vastgesteld dat kinderen aan het eind van groep vier (acht jaar oud) en van groep acht (twaalf jaar oud) ten minste moeten hebben. De huidige maatstaven waaraan het onderwijs moet voldoen zijn volgens de raad te ruim en vaag geformuleerd.

De Onderwijsinspectie moet vervolgens controleren of leerlingen het vereiste niveau halen en maatregelen nemen als de school in gebreke blijft. Vooral achterstandskinderen, veelal allochtonen, zijn gebaat bij de strengere richtlijnen, meent de raad. Uit onderzoek blijkt dat juist zij onvoldoende scoren bij taal en rekenen. Als kinderen niet het minimum onderwijsniveau halen, vormt dat een belemmering in hun verdere schoolcarrière, aldus de raad.

De test voor twaalfjarigen zou de Cito-toets aan het eind van de basisschool kunnen vervangen. De resultaten van de jaarlijkse toetsen moeten worden gepubliceerd in een schoolgids zodat ouders inzicht krijgen in de prestaties van de school. Tot nu toe is geen enkele toets op de basisschool verplicht. Zeventig procent van de basisscholen neemt aan het eind van de basisschool de Cito-toets af. Veel ouders zien die toets als een belangrijke indicatie voor de keuze van het type middelbare school waar hun kind heen kan gaan.

Een verplichte schooltoets is zeer omstreden. De vrijheid van onderwijs schrijft voor dat schoolbesturen zelf hun onderwijs inrichten. Katholieke en protestantse schoolbesturen, samen ongeveer tweederde van de basisscholen, vinden dat zij zelf moeten kunnen kiezen of ze wel of niet toetsen. Montessori- en Vrije scholen zijn tegenstander van een verplichte toets, omdat zij die te uniform vinden en bovendien slechts een momentopname. Daarnaast zegt het volgens veel scholen niets over de kwaliteit van de school, maar meer over de intelligentie en achtergrond van individuele leerlingen.

J. Leune, voorzitter van de Onderwijsraad, vindt het jammer dat de discussie zich toespitst op het verplichte examen. ,,Wij willen een bodem leggen in de onderwijskwaliteit. Bijzondere scholen houden het recht hun onderwijs op eigen wijze in te vullen. Maar dat mag nooit een vrijbrief zijn om zich niet te houden aan de eisen van kwaliteit.'' Ook de Algemene Onderwijsbond is tegen het verplichte examen. Voorzitter J. Tichelaar is bang dat de vrijheid van leraren zo wordt beperkt.

HOOFDARTIKELpagina 7