Column

Studeren? Dat doe je erbij!

Toen ik vierhonderd jaar geleden voor het eerst optrad in de grote schouwburg van Enschede, stond ik voor aanvang even met de directeur te praten. Hij vertelde mij dat de zaal uitverkocht was en ik vroeg hem of er veel studenten in de zaal zaten, waarop hij antwoordde: ,,Enschede heeft geen studenten, uitsluitend jongens en meisjes die goed kunnen leren. Studenten zitten op een universiteit en dit is een hogeschool.''

Ondertussen is de hogeschool Twente omgedoopt in universiteit, net als Tilburg en het schijnt dat ook de Mavo van Emmeloord wilde toekomstplannen heeft. Ik ben benieuwd.

Zelf heb ik nooit gestudeerd. Na mijn achtjarige Mavo schreef ik reclameteksten voor een wijnhandel en bouwde aan mijn cabaretje. Vrij vlug kon ik daar redelijk van leven. Na nog wat ambachten en ongelukken ben ik me fulltime op het toneel en mijn pen gaan concentreren en hou me al jaren gemakkelijk staande in een wereld, waarvan een deel wel gestudeerd heeft en een deel niet.

Kortom: studeren is maar een beetje belangrijk. Als je maar een tijdje op en rond een universiteit hebt gebivakkeerd en heel veel hebt geleerd van de oh zo belangrijke bijzaken. Als je later maar gelukkig wordt in welk ander vak dan ook. Deze theorie klopt natuurlijk maar ten dele, omdat er nou eenmaal vakken zijn waar je echt voor gestudeerd moet hebben. Ik wil niet dat in het ziekenhuis een econoom mijn blindedarm komt verwijderen. Een bevriende chirurg vertelde mij laatst dat dat niet veel meer scheelt tegenwoordig. Veel specialisten zijn volgens hem medische economen.

Wat mij wel opvalt is dat er de laatste tijd zo'n verontrustend hoog studie-ethos rond de studentjes hangt en dan heb ik het vooral over de jongens en meisjes, die goed kunnen leren. Vaak melden zij met enige trots dat je voor hun opleiding keihard moet werken en dat je in je praktijkstage goed wordt uitgeknepen. Bijna sadomasochistisch glunderen ze dit standpunt jouw kant uit. Daarna vertellen ze dat dat de enige manier is om je later in het internationale bedrijfsleven staande te houden. Werken, werken en nog eens werken. En het wordt vooral op zo'n stellige toon beweerd. Ik sta daar altijd een beetje appelig bij te kijken, informeer daarna onmiddellijk naar het aantal gelezen boeken, bezochte theaterstukken, geziene films, bevreeën partners, gedronken nachten en gemaakte reizen.

Meestal stuit ik op een blik vol onbegrip en een vreemde stamelstilte. Genieten doe je later maar. Na je pensioen. Eerst hard studeren en werken voor Unilever of Aegon. Ik werp dan altijd voorzichtig tegen dat er geen later is, je voor je pensioen kan sterven en dat juist je jeugd de periode is waarin je tot op je vezels moet genieten van alles en vooral van nog wat. Maar mijn boodschap komt niet meer aan. Ze zijn gehersenspoeld en hebben het er over dat je geen slampamper moet worden, maar uren moet maken. Ik opper dan dat een bundel poëzie je wijzer kan maken en een stevige huilbui na een mislukte relatie goed is voor je fundamenten, net als de gereisde reis naar een land waar werkelijk niks is. Goed voor je relativeringsvermogen. Maar ik verlies de discussie. Ze komen met tabellen en getallen en vertellen hoe gemakkelijk je de boot mist. Welke boot? De boot.

Het gevolg is dat een heel groot grijs leger afgestudeerde jongens en meisjes de kantoren van Nederland bezet. Allemaal keurig in het pak, gsm aan hun oor, druk, druk, druk en ze slaan allemaal dezelfde yuppentaal uit. Alleen weinig boek, film en/of theater. Ze zijn zo grauw met hun laptopje en hun zouteloze praatjes over gaten in de markt en het halen van je target. Vakkundig, maar geen levenservaring, dus geen ontwikkeld gevoel voor humor. En wat ik zo jammer vind: het leger wordt groter en groter. Laatst werd een vriendinnetje van mij verlaten door haar saaie HBO-man. Eerst was ze verdrietig, maar ik vertelde haar dat er vast wel weer een gozer zou komen. En hij kwam. Exact dezelfde. Uit hetzelfde rek van hetzelfde magazijn. Hij skeelert op zaterdag. Geen lanterfanter dus.

En volgens mij is dat wat er aan veel moderne studenten ontbreekt. Het categorisch lanterfanten. Plaatje draaien, biertje drinken. Heerlijk! Gelukkig ken ik nog genoeg studenten, onder wie veel neefjes en nichtjes, die nog heel goed weten hoe het moet en altijd tijd hebben als ik ze bel voor iets leuks. Zij weten als geen ander: Studeren? Dat doe je er maar bij!