Stedelijke zwamtocht

Nooit geweten dat een hondendrol sprekend op een paddestoel kan lijken. Telkens als ik een paddestoel denk te ontwaren, blijkt het een kunstig gevormde drol te zijn. Met het boek `Champignons in de Jordaan' in de hand ben ik het Centraal Station van Amsterdam uit gekomen en blijmoedig richting Jordaan gelopen. Ondanks dreigende onweersbuien ben ik van plan om de zaak serieus en systematisch aan te pakken: ik zal bij de Brouwersgracht beginnen en langzaam, gracht voor gracht, naar het zuiden van de vroegere volkswijk afzakken. Ik kies de grachten, en niet de straten en de dwarsstraten, omdat langs de grachten bomen staan en ik daar het meeste kans maak op een paddestoelenvondst.

De meeste iepen langs de Brouwersgracht zijn jong en nog niet van een leeftijd waarop ze kans maken om door zwammen te worden aangetast, maar op de Herenmarkt staan een paar veelbelovende kastanjebomen van middelbare leeftijd. De zon breekt door en ik neem de tijd; grondig zoekt mijn oog de stammen af. Niets. En ook aan de voet van de bomen, in de boomspiegel, zoals dat stuk kale grond heet dat in het plaveisel is uitgespaard, is niets te vinden. Verder maar weer - de dag is nog lang. Palmgracht, Lindengracht, Egelantiersgracht; nog steeds geen zwam of paddestoel, laat staan een champignon. Wel veel gele helmbloemen in volle bloei - een feestelijk gezicht, maar daar ben ik niet voor gekomen.

Wonderlijk, wat er allemaal aan de voet van een boom te vinden is: kattenbakkorrels, rotte pruimen, een fietstrapper, condooms, stukken piepschuim, een zo te zien gloednieuwe molière, en een briefje met `schuur of berging gezocht'. En hondendrollen - grote, middelgrote en kleine; reusachtige bolussen en piepkleine, sierlijk gedraaide oppermannetjes.

Langzaam begint mijn concentratie te verminderen en dwalen mijn gedachten af: als iemand nu eens een hondenluier zou uitvinden. Op de Bloemgracht besluit ik tot een noodscenario, want ik ben niet vanuit Dieren naar Amsterdam gereisd om helemaal geen paddestoel te vinden en onverrichterzake weer naar huis te gaan. In het boek staat een prachtige foto van drie forse straatchampignons, aan de voet van een boom tegenover Bloemgracht 70 en met stevige pas ga ik op mijn doel af. Nummer 70 blijkt een fietsverhuurbedrijf te zijn en de boomspiegel van de bewuste iep wordt aan het oog onttrokken door een te huren bakfiets en een soort zelfontworpen tweepersoons riksja. Ik ga op mijn hurken zitten en loer door de spaken van de bakfietswielen. Uit mijn ooghoeken zie ik de eigenaar van de nering in de deuropening van nummer 70 achterdochtig naar mij kijken. Hij denkt zeker dat ik een kneedbom plaats. Die champignons zullen er ongetwijfeld ooit gestaan hebben, maar vandaag zijn ze er niet.

Verder maar weer, met de moed der wanhoop. Rozengracht, Lauriergracht. In het boek is sprake van een harslakzwam (Ganoderma resinaceum) op de stamvoet van een iep op het Johnny Jordaanplein, op de hoek van de Prinsengracht en de Elandsgracht. Minutieus onderzoek ik alle iepen op het Johnny Jordaanplein. Verbeeld ik het mij, of speelt er een spottend lachje rond de bronzen mond van het standbeeld van de volkszanger? Het wordt steeds moeilijker om mijn hoofd bij paddestoelen en zwammen te houden. Hoe ging dat hartverscheurende lied nu ook al weer - ,,Op die afgekeurde woning, in het hart van die ouwe Jordaan. Ja daar sleet ik mijn jeugd, had ik leed, had ik vreugd, in de strijd om een eerlijk bestaan.''

Binnensmonds zingend, om de moed erin te houden loop ik over de Elandsgracht. Wat doen al die punaises toch in de bomen. Toen ik hier vroeger in de buurt woonde waren die er nog niet. In de stam van een iep tegenover de Edah tel ik maar liefst zestien punaises. En geen boom is zonder. Looiersgracht, Passeerdersgracht. Ik ben aan het einde van de Jordaan. En geen paddestoel gevonden. Het is leuk om te lezen, `Champignons in de Jordaan', maar van de 1106 soorten paddestoelen die er volgens het boek binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam voorkomen, heb ik er geen een gezien. Misschien had ik naar Sloterdijk moeten gaan, of naar de Bijlmer.

Het is al donker als ik 's avonds weer uitstap op het stationnetje van Dieren. De volgende ochtend rijd ik de groene container naar de weg, langs een oprit van oude beukenbomen. Op de lindenbomen voor mijn huis groeit de honingzwam en achtereenvolgens passeer ik met mijn ratelende vuilnisbak de geweizwam, het elfenbankje, twee stuks eekhoorntjesbrood, een bundel zwavelkopjes en een russula die ik zo gauw niet kan thuisbrengen, omdat hij al in ontbinding verkeert. Dat alles op nog geen vijftig strekkende meter. Arme grachtengordel, arme Jordaan, arme randstad.

Om misverstanden te voorkomen: `Champignons in de Jordaan - de paddestoelen van Amsterdam' is boeiend, goed geschreven en informatief. En af en toe buitengewoon humoristisch, wat zelden het geval is bij boeken over de natuur. `Drie champignons in de Jordaan' was een meer accurate titel geweest.

Boek: Champignons in de Jordaan - de paddestoelen van Amsterdam. Rob Chrispijn e.a. Uitgeverij Schuyt & Co, Haarlem, ƒ39,50. ISBN 90 6097 537 5