Schaakcomputers

Bijzonder aardig, die retrograde van Hans Ree in M-magazine van 25 september. Vooral dat elegante pionnen-vlechtwerkje rond de koning op b3. Een gat in de markt, retrogrades. In kranten, bladen, komt men deze nergens (?) meer tegen.

Actief schaken doe ik sinds midden jaren `80 niet meer, maar het blijft in je bloed zitten. Zo'n zes jaar geleden kwamen we terug uit het hooggebergte in Frankrijk. Ik kon de slaap niet vatten. Nog te veel adrenaline, denk ik. Ik reed mijn auto naar de stad. Naar het Gasthuisplein in Zwolle. Ik speelde mee in een simultaan tegen Loek van Wely en won. Ik reed naar huis en sliep tien uur als een roos. Rustiger slapen dan na een gewonnen schaakpartij bestaat niet.

Jammer dat schaken boven een bepaald niveau ontzettend veel studietijd kost. Te veel, voor mij. Ik realiseerde me dat eind jaren `70 al toen ik in een partij op de 21e met een `nieuwtje' kwam. `Onduidelijk' stond er destijds in de `Schachinformator' over de voorafgaande stelling. Ik vond iets, na twee avonden zwoegen. Ook in mijn pc zwerft het schaken nog rond, maar nu onder de directory `praktische filosofie'.

Ik haak hier in op het piekeren van Hans Ree over computers en schaken. Computers zullen gemiddeld nooit beter schaken dan, pakweg, de beste dertig grootmeesters.

Wie een beetje kan schaken; wie iets begrijpt van loepzuivere ideeën van Immanuel Kant óver het denken (die overigens door de moderne neuropsychologie bevestigd worden); wie heeft nagedacht over hoe `betekenis' tot stand komt; wie het Türing-principe begrijpt; wie een sterk vermoeden heeft waar het in de geheimzinnige contacten tussen topschakers en computerfabrikanten om gaat, kan niet anders dan tot dezelfde conclusie komen. Ik moet mijn filosofie toch eens uitwerken.