Regie van Albee zonder poespas

Hij werd niet moe het in de vele interviews van de afgelopen dagen keer op keer te herhalen: eerst is er het stuk, dan pas de regisseur. De Amerikaanse toneelschrijver Edward Albee eist respect voor de tekst, bij opvoeringen ziet hij er streng op toe dat regisseurs niet aan zijn stukken morrelen. Het liefst regisseert hij zijn eigen werk zelf, in binnen- en buitenland. Zo is hij op uitnodiging van impresariaat Gislebert Thierens naar Nederland gekomen om hier The Zoo Story te ensceneren, zijn toneeldebuut uit 1961.

De eenakter wordt in Albee's voorstelling vooraf gegaan door Old Friends, een tekst van zijn vriend en leerling Earl Douglas Mitchell die op zestigjarige leeftijd debuteerde als toneelschrijver en wiens eenakter uit 1996 nu zijn wereldpremière beleeft. Het is een kort stuk met net als The Zoo Story slechts twee rollen, gespeeld door Victor Löw en Leslie de Gruyter.

Beide stukken zijn buiten gesitueerd. In het geval van Old Friends betreft het een haast abstract niemandsland met een rode houten bank als enig decorstuk. Het is de plaats waar Joe (Victor Löw) en Cliff (Leslie de Gruyter) elkaar op een dag toevallig ontmoeten. Ze zijn oude vrienden, zo valt op te maken uit de opmerkingen van Cliff, een sjofel geklede figuur met grijze piekharen. Joe, decadent, hooghartig, goed in het pak, doet echter alsof hij de man die hem zo enthousiast begroet niet herkent. Er ontstaat een wonderlijk gesprek dat maar niet op gang wil komen. Joe omzeilt alle vragen van Cliff met platitudes en vage algemeenheden en de herinneringen aan hun gedeelde verleden die Cliff ophaalt vinden bij hem geen weerklank.

Isolement, verstoorde communicatie, het onvermogen van mensen elkaar werkelijk te kennen - Mitchell heeft het allemaal in zijn stuk gestopt maar de uitwerking is nergens echt dramatisch en de humor is niet humoristisch genoeg. Zo is deze voorstelling voor de pauze nogal onbevredigend. Ondanks de zorgvuldige regie van Edward Albee begreep ik niet wat hij met het spel van Victor Löw aanwilde. Vanwaar die opgelegde kunstmatigheid, dat overdreven kakkineuze, het nadrukkelijke articuleren? Leslie de Gruyter, die weliswaar flink op dreef was, werd er te veel door op de achtergrond gedrongen.

In The Zoo Story, is het spel van Löw evenwichtiger en suggestiever. Er is het vermoeden van een onderhuidse explosieve kracht die soms even aan de oppervlakte komt. Löw is hier Jerry, een vreemde vogel die op zijn wandeling door Central Park in New York een man aanspreekt die op een bankje een boek leest. Deze Peter, toonbeeld van burgerlijke deugdzaamheid, raakt zijns ondanks gehypnotiseerd door Jerry's onvoorspelbaarheid en bizarre verhalen.

De gevolgen zijn desastreus, maar het mooie van de regie is dat de fatale steekpartij aan het slot toch nog als een schok komt.

The Zoo Story/Old Friends is als een repeterende droom in een surrealistisch heden, tegelijk herkenbaar en vervreemdend door de combinatie van verwijzingen naar een bekende wereld (New-Yorkse straatnamen), de aard van het gesprek en de artificiële ruimte (na de pauze aangekleed met twee banken en een prullenbak).

The Zoo Story laat op een intrigerende manier zien hoe mensen plotseling kunnen veranderen in elkaars hel op aarde. In de regie van de meester zelf, degelijk en zonder poespas, komt het stuk optimaal tot zijn recht.

Morgen interview met Edward Albee en Douglas Mitchell in CS