`Overschot is positief tekort'

De financiële beschouwingen stonden in het teken van het onafwendbare financieringsoverschot.

,,Er is geen groot nieuws op economisch gebied'', zo typeerde minister Zalm (Financiën) het belang van de algemene financiële beschouwingen gisteren en dinsdag. Economische verrassingen zijn volgens hem binnen afzienbare tijd niet te verwachten, net zo min als een structureel begrotingsoverschot.

Niettemin stonden wat de Tweede Kamer betreft de beschouwingen in het teken van het onafwendbare financieringsoverschot. Om de vreugde daarover zoveel mogelijk te temperen spreekt Zalm overigens liever van een ,,positief tekort''.

De financiële beschouwingen concentreerden zich op de vraag wat te doen na het moment dat de begroting volledig in evenwicht is en een bestendig overschot laat zien. Het in 1998 gesloten regeerakkoord voorziet niet in zo'n situatie. Om die reden stelden vooral D66 en de PvdA een mid-term review voor zodra een overschot dreigt. Vastliggende afspraken over de uitgaven zouden opengebroken moeten worden. Aan dit uitgavenkader, beter bekend als de Zalm-norm, wil de naamgever van die norm niet tornen. ,,Het uitgavenkader is mijn arbeidsvoorwaarde'', zegt Zalm keer op keer.

In plaats van het verhogen van de uitgaven willen Zalm, de VVD en het CDA de staatsschuld verlagen. Daar is geen wijziging van het regeerakkoord voor nodig, alleen een andere interpretatie van de afspraak in dat akkoord dat financiële meevallers voor de helft worden gebruikt voor lastenverlichting en deels voor de terugdringing van het EMU-tekort. Lees voor `EMU-tekort' `staatsschuld' en de afspraak tot staatsschuldreductie is een feit.

Waar gaan, kortom, extra inkomsten naar toe? De staatsschuld of de trits onderwijs, zorg en infrastructuur. Het Kamerlid Van Beek (VVD) ziet een duidelijke volgorde: als eerst de staatsschuld van 530 miljard omlaag wordt gebracht, dalen de rente-uitgaven die nu met ruim 33 miljard uitgavenpost nummer twee vormen op de begroting na de onderwijsuitgaven. En als minder uitgegeven hoeft te worden aan rente, kunnen zaken als zorg en infrastructuur aan bod komen.

Echter, honderd miljoen gulden kan een stevige impuls zijn voor het onderwijs met resultaat op de korte termijn. Honderd miljoen minder staatsschuld levert aan minder rente-uitgaven evenwel slechts zo'n 6 miljoen gulden per jaar op. Het duurt dan ruim vier kabinetsperiodes voordat 100 miljoen in het onderwijs kan worden gestoken.

De staatsschuld hoeft wat Zalm betreft niet helemaal te worden afgelost. Premier Kok zei daar op Prinsjesdag over dat de schuld als vanzelf onder de 50 procent van het nationaal inkomen zal komen. Vijftig procent (nu zo'n 450 miljard gulden) lijkt veel, maar is internationaal niet bijzonder. De schulden van de grote euro-landen schommelen rond dat percentage. Italië, Griekenland en België hebben een andere staatsschuldfilosofie en hebben een grotere schuld uitstaan dan de natie jaarlijks verdient.

Die macro-situatie komt in vrijwel alle Nederlandse huishoudens met een eigen woning voor. De hypothecaire schuld is immers vaak een veelvoud van het jaarlijkse inkomen. Zo kan de `staatsschuld' van een huishouden 200, 300 of zelfs 1000 procent van het `bruto binnenlands product' bedragen.