Nieuw leven remt Palestijnse stenengooiers

Waar de Israelische bouw in nederzettingen niet lang geleden nog tot straatbetogingen leidde, blijft het nu bij verbaal protest. De `Amerikanisering' van het Palestijnse leven werkt door.

Het Palestijnse kabinet heeft vorige week krachtig geprotesteerd tegen de versnelling van de bouw in nederzettingen in bezet gebied tijdens het drie maanden geleden begonnen bewind van de premier Ehud Barak. Shalom Ahshav, de Israelische vredesbeweging, had een paar dagen eerder cijfers gepubliceerd waarop de Palestijnen zich baseerden. Volgens Shalom Ahshav staan meer dan 2.600 woningen in tientallen nederzettingen op papier of in werkelijkheid in de steigers. Wat voor rabbijn Yitzhak Levi, de minister van Bouwnijverheid van de Nationale Religieuze Partij, louter bouw is voor het huisvesten van de natuurlijke bevolkingsgroei in de nederzettingen, is voor de Palestijnen een grove provocatie. Het is echter bij verbaal Palestijns protest gebleven. Palestijnse arbeiders blijven bij gebrek aan andere werkgelegenheid in de Israelische bouw in de nederzettingen werken, zoals zij jarenlang huizen hebben gebouwd voor meer dan 150.000 kolonisten in ruim 150 nederzettingen.

Israels gezaghebbendste krant, Ha'arets, wijdde deze week een artikel op de opiniepagina aan het opvallende wegebben van het Palestijnse protest tegen de Israelische bouw in bezet gebied sedert Barak in Jeruzalem de lakens uitdeelt. Tijdens het premierschap van Benjamin Netanyahu was dat anders. De krant herinnert eraan dat Palestijns protest tegen Israelische bouw in Jeruzalem (Har Homa en bij Ras-al Amud) en elders in bezet gebied tot felle botsingen leidde met politie en leger. Heeft het Palestijnse leiderschap besloten dat de meest effectieve manier om de nederzettingenpolitiek te stoppen de versnelling is van het vredesproces met Israel? Op geweld uitlopende demonstraties zouden de onderhandelingen kunnen vertragen. Palestijnse parlementariërs die zich verbaasden over de huidige rust en bij hun superieuren naar de reden daarvan informeerden kregen volgens Ha'arets als antwoord dat rust aan het front nu in het voordeel van de Palestijnse zaak werkt.

Er zijn echter ook diepere oorzaken voor de Palestijnse zelfbeheersing. Met de overdracht van alle Palestijnse steden aan Arafat en het terugtrekken van de Israelische strijdkrachten daaruit is een nieuwe realiteit geschapen. Hoewel de Palestijnen dagelijks tot hun ergernis op de wegen naar en van hun steden stuiten op tientallen Israelische controleposten en kolonisten, is het wrijvingsvlak tussen Israeliërs en Palestijnen aanzienlijk verkleind.

Na de euforie van de bevrijding leven de Palestijnen in de Gazastrook en in hun steden op de Westelijke Jordaanoever uit het zicht van Israelische militairen nu al meer dan zes jaar een betrekkelijk normaal leven. Ramallah is een bruisende stad geworden met nieuwe winkels, restaurants, cafés en dancings waar ook Israeliërs graag komen. Bethlehem steekt zich met het millennium in het zicht in een nieuw pak. Het oude centrum van de geboortestad van Christus wordt geheel vernieuwd en gelijktijdig wordt de lang verwaarloosde infrastructuur van de stad aangepakt. Jericho ontwikkelt zich met een casino, hotels en kabelbaan naar een klooster tot een aantrekkelijke toeristenstad. Iedere avond vertrekken op drie verschillende tijdstippen bussen uit Tel Aviv vol met Israeliërs die in het casino in Jericho hun geluk zoeken. Ook de stad Gaza is met zijn schone hoofdstraten, een speelplaats hier en daar, hotels, hoogbouw en nieuwe visrestaurants aan de kust van de Middellandse Zee een veel aantrekkelijker stad geworden dan tijdens de lange Israelische bezetting het geval was. Dat `nieuwe leven' – de Amerikanisering: Palestijnse Internetcafés - ondermijnt de wil van de na-intifadahgeneratie om de Israeliërs op straat met stenen te confronteren.

Het is zelfs de vraag of in dit nieuwe klimaat en de verwarring wegens de vermenging van Israelisch en Palestijnse territoriaal gezag op de Westelijke Jordaanoever ooit weer een intifadah kan uitbreken. In de stegen van Nablus, Jenin, Tulkarem en Ramallah en elders zijn geen Israelische soldaten meer die met stenen kunnen worden bekogeld of in hinderlagen kunnen worden gelokt. In Oost-Jeruzalem en Hebron zijn de voorwaarden voor het uitbreken van intifadahachtige incidenten wèl nog aanwezig, omdat Israeliërs en Palestijnen elkaar daar op de huid zitten. De komst en vorming van een grote Palestijnse politiemacht (meer dan 30.000 man) heeft de kans op opleving van de intifadah echter tot een minimum verkleind. Incidenten tussen Israelische en Palestijnse burgers kunnen in het meest extreme geval tot botsingen leiden tussen Israelische troepen en de Palestijnse politie zoals in Nablus enkele jaren geleden gebeurde, waar een joods religieus opleidinginstituut bij het vermeende graf van Jozef een gevaarlijk wrijfpunt is.

Het Palestijnse nationalisme is beslist niet gedoofd. Maar na zo'n lange strijd en na zoveel ontberingen koesteren veel Palestijnen hun bevochten vrijheid, nog voordat de Palestijnse staat er is. Deze unieke historische paradox is ook een antwoord op de vraag waarom Palestijnse demonstraties uitblijven. Het is de magie van Oslo die deze realiteit heeft geschapen en magisch blijft zolang het Israelisch-Palestijns vredesproces duurt. De Israelisch-Palestijnse overeenkomst over de opening van een `veilige weg' tussen de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever is een nieuwe bouwsteen onder de opbouw van de Israelisch-Palestijnse coëxistentie.