Monopoliepositie van KPN moet aangepakt

De toezichthouder voor telecommunicatie (OPTA) moet het monopolie van KPN op het telefoonnet aanpakken en aldus een einde maken aan de kunstmatige schaarste voor concurrenten op het KPN-net, meent Egbert Dommering.

Nederland is in september platgewalst door advertenties van Internet Service Providers (ISP)'s die gratis toegang tot Internet aanboden. De aanbieders van concurrerende telecommunicatienetten en diensten hebben zich met name op deze markt gericht. Door hun inspanningen heeft deze markt zich in Nederland spectaculair ontwikkeld. De campagnes voor gratis toegang gaan erover dat de abonnee niet meer voor een abonnement betaalt, maar alleen voor het gebruik van het net. Aangezien de toegang tot Internet bij de gebruiker begint en via het telefoonlijntje loopt dat naar zijn huis is aangelegd (het zogenaamde telefoonaansluitnet) zijn de kosten van een Internetsessie voor de gebruiker gelijk aan gesprekskosten van een lokaal telefoongesprek. De aanbieders van de toegangsdiensten verdienen hun geld aan de gesprekskosten die via hun eigen net lopen of de vergoeding die zij van de netwerkaanbieder ontvangen in de vorm van een deling van de opbrengst van de telefoontikken (de zogenaamde kick back-vergoedingen).

KPN heeft zich nu met eigen aanbiedingen (Planet Internet, het Net) ook op deze markt gestort en biedt nu eveneens gratis Internettoegang aan. Ook KPN betaalt kick back-vergoedingen aan zijn dochteronderneming die Internetaanbiedingen doet. Men kan er over twisten of de advertenties over gratis toegang een juist beeld vormen van de kosten die de consument maakt voor het gebruik van Internet. Wat KPN doet kan echter niet door de beugel. Ik beperk mij tot de reden die van OPTA onvoldoende accent heeft gekregen.

Die reden heeft betrekking op de ongelijke toegang die KPN tot zijn net biedt. Iedere concurrerende netwerkaanbieder kan alleen bestaan bij de gratie van de toegang tot het net van KPN. Alleen dat net biedt immers de mogelijkheid om met alle eindgebruikers via de telefoonaansluitingen thuis te communiceren. Dit betekent dat concurrerende aanbieders met KPN zogenoemde interconnectie-overeenkomsten moeten sluiten om de netwerken door middel van interconnectiepoorten in de centrales met elkaar te verbinden. Omdat het de concurrenten zijn geweest die de Internetmarkt hebben ontsloten zijn er nogal veel ISP''s bij de concurrenten. Er moet dus steeds meer verkeer door die interconnectiepoorten. Al meer dan een jaar bestaat een capaciteitstekort op de interconnectiemarkt. De OPTA heeft KPN daarvoor herhaaldelijk in gebreke gesteld. Het wordt hoe langer hoe duidelijker dat de klanten van KPN (onder wie zijn eigen ISP's) niet dezelfde problemen ondervinden. Wie met een KPN-petje op de centrales van KPN binnenkomt, krijgt een betere behandeling dan wie met een petje van de concurrent op aan de poorten rammelt. Op haar persconferentie van 22 september heeft OPTA dat openlijk uitgedragen. KPN geeft het openlijk toe in de advertenties voor het Net en maakt er zelfs een aanprijzing van.

Arnbak van de OPTA beklaagt zich erover dat de OPTA niet voldoende bevoegdheden zou hebben. Toegegeven zij dat de explosieve ontwikkelingen van Internet geen adequaat antwoord vinden in de Europese en nationale telecommunicatiewetgeving. Er kan echter geen enkele twijfel over bestaan dat het creëren van schaarste op de interconnectiemarkt met die regels in strijd is en dat OPTA de wettelijke dwangmiddelen heeft om daartegen terstond en effectief op te treden. Uit de reactie van Arnbak en de uitlatingen van OPTA lijkt te volgen dat OPTA het thans zoekt in tariefmaatregelen om het verkeer af te remmen. Met name de geopperde tariefsdifferentiatie al naar gelang er via KPN of een concurrent wordt gebeld zal fnuikend zijn voor de totstandkoming van concurrentie op de markt van diensten over het vaste net. Tariefsdifferentiatie is overigens in strijd met de huidige wetgeving waarover Arnbak zich beklaagt, omdat niet goed valt in te zien waarom de wettelijke eis dat de telefoondienst in het hele land tegen gelijke tarieven aan de eindgebruiker wordt aangeboden, niet zou gelden voor dataverkeer dat via het telefoonaansluitnet wordt aangeboden. Toen het faxverkeer het telefoonnet vervuilde hebben we dat ook gewoon tot het telefoonverkeer gerekend.

Destijds is bij de liberalisatie van de telecommunicatie overwogen het netwerkbedrijf (het nutsbedrijf) van KPN af te splitsen van het commerciële bedrijf van KPN. Dat lag in de wet vast, maar is door de Kamer teruggedraaid. Daardoor is het probleem ontstaan van een verstrengeling van belangen tussen de nutsfunctie van het beheer van de infrastructuur en de concurrerende dienstverlening. Bij Internet wordt dat niet opgelost door het bestaan van een alternatieve toegang tot Internet via de kabelnetten. De meeste kabelnetten zijn nog niet aangepast, terwijl de consument het kabelnet voor dit soort diensten nog niet als een alternatief voor het telefoonnet ziet. Bovendien zal in de toekomst blijken dat de kabelexploitanten hetzelfde gedrag zullen gaan vertonen als KPN: zij zullen hun eigen ISP-diensten beter willen bedienen dan die van concurrenten.

OPTA zal eerst tegen het creëren van kunstmatige schaarste voor de concurrenten op het net van KPN moeten optreden, voordat het publiekelijk een lans kan breken voor tariefsdifferentiatie. Dàt had het hoofdpunt in haar publiciteit over Internet moeten zijn. Een Loverstrein met meer service, die maar een paar keer mag rijden over het net waarvoor de NS de dienstregeling opstellen, heeft geen kans gehad om zich tot de concurrent van de NS te ontwikkelen.

Mr. Egbert Dommering is hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam en advocaat.