Lot griffier Zuid-Holland in handen gedeputeerden

Het vertrek van commissaris van de koningin in Zuid-Holland Leemhuis-Stout en CDA-gedeputeerde Heijkoop is met instemming begroet door de Statenfracties.

De griffier van de provincie, A.J. Korff, ziet in de harde conclusies van het rapport van de onderzoekscommissie-Van Dijk over het bankieren van de provincie geen aanleiding om op te stappen.

Provinciale Staten plaatsten gisteren kritische kanttekeningen bij het handelen van de griffier. Dat gebeurde tijdens het debat dat volgde op de aankondiging van Leemhuis-Stout en Heijkoop om te vertrekken. Uiteindelijk kwamen Provinciale Staten tot de conclusie dat Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van de provincie, over Korffs toekomst moeten beslissen.

De commissie-Van Dijk oordeelde afgelopen vrijdag dat Gedeputeerde Staten in hun geheel verantwoordelijk zijn voor het besluit om te gaan bankieren, maar dat een bijzondere verantwoordelijkheid ligt bij de portefeuillehouder financiën en de griffier.

Zelf wees Korff er in zijn verweer op dat hij geen griffier was toen het besluit om te bankieren vier jaar geleden werd genomen. Ook zou een aantal aanbevelingen van de commissie al verwezenlijkt zijn, ,,zodat slordige besluitvorming zoals in 1995 niet meer kan voorkomen'', zei hij. Korff zou ook een einde hebben gemaakt aan de ingeslopen praktijk dat budgetoverschrijdingen werden gefinancierd door de opbrengsten van het `bankbedrijf'.

In VVD-kring circuleren intussen de namen van P. Winsemius (oud-minister) en H. Koning (oud-staatssecretaris, oud-president van de Rekenkamer) als waarnemer van Leemhuis. J. Kamminga (commissaris van de koningin in Gelderland), J. Franssen (burgemeester Zwolle, voorzitter van de VNG) en R. Linschoten (topman Interpolis, voormalig staatssecretaris) worden genoemd als mogelijk opvolger. Minister Peper (Binnenlandse Zaken) zei gisteren te denken aan een tijdelijke benoeming, voor een periode van hooguit zes maanden. ,,Ik heb nog geen kandidaten, maar wel enkele ideeën'', aldus Peper.

Voor Leemhuis-Stout wordt een aparte financiële regeling getroffen. Omdat het uniek is dat commissarissen van de koningin tussentijds vertrekken, zijn daar geen regels voor. Gedeputeerden die opstappen krijgen een wachtgeldregeling van twee tot maximaal acht jaar. In het eerste jaar geldt een uitkering van tachtig procent van het loon, daarna zeventig procent.