Last Tango in Den Haag

Sweder van Wijnbergen is een aardige, innemende, scherpzinnige, veeleisende man met een brede blik op de wereld. Hij kan ook arrogant zijn, vernietigend in het debat, bot tegen wanpresteerders en bij vlagen ondiplomatiek in de omgang. Deze combinatie komt weinig voor onder de Haagse ambtelijke en politieke kaasstolp. Toen minister Wijers hem indertijd benoemde als secretaris-generaal op het ministerie van Economische Zaken, vroeg menigeen zich dan ook af hoe lang deze antithese van de poldercultuur het daar zou uithouden.

Larry Summers, de Amerikaanse minister van Financiën en een oude vriend van Van Wijnbergen uit de tijden dat ze beiden op MIT studeerden en doceerden en later bij de Wereldbank werkten, gaf als spontane reactie toen hij vorige week van het ontslag hoorde: ,,Wat jammer. Maar het verbaast me niet.''

De directe aanleiding voor het vertrek van Van Wijnbergen was een praatje van hem over het nieuwe belastingstelsel van het dynamische duo Zalm en Vermeend. Voor een gezelschap accountants gaf Van Wijnbergen zijn kritische analyse over die plannen. Toen dat uitlekte en de zoveelste politieke rel ontstond, niet over de inhoud maar over de vorm, hield hij de eer aan zichzelf.

President Wellink van De Nederlandsche Bank maakte vorige week ook een paar kanttekeningen bij de belastingplannen. Die spoorden met een deel van de kritiek van Van Wijnbergen. Ze trokken niet veel aandacht, maar leverden Wellink wel een verbeten reactie op van Kok en Zalm.

Al bij de presentatie van de `verkenning' van het belastingplan voor de 21ste eeuw, december 1997, luchtte Van Wijnbergen zijn kritiek op de voornemens van Zalm/Vermeend. Sindsdien heeft hij herhaaldelijk zijn mening gegeven. Wat hij twee weken geleden in besloten kring zei en wat uitlekte naar De Telegraaf, was voor insiders oud nieuws.

Volgens Van Wijnbergen heeft het in Nederland aan een behoorlijke discussie over de nieuwe belastingplannen ontbroken omdat Vermeend en Zalm als een stoomwals hun plannen hebben doorgezet. Hij staat in deze opvattingen niet alleen. Deze kritiek komt ook uit de hoek van academische belastingexperts.

Nu heeft de ex-secretaris-generaal enige ervaring met belastingplannen. Niet in Nederland, maar in Mexico, Polen en de Oekraïne, landen waar hij als Wereldbank-deskundige en later als consultant heeft gewerkt. Dergelijke ervaringen leren hoe het moet, en vooral ook hoe het niet moet. Toen Wijers nog op Economische Zaken zat, vond Van Wijnbergen aandacht voor zijn analytische inzichten over de valkuilen in het nieuwe stelsel. Wijers bracht ze ter sprake in het kabinetsberaad. Bij zijn opvolger Jorritsma was dat niet het geval. Jorritsma voelde zich overspeeld door haar SG en deed niets met zijn suggesties. Waar Wijers weerwerk leverde tegen de bewindslieden op Financiën, liet Jorritsma zich inpakken.

Van Wijnbergens kritiek is drievoudig. Ten eerste wordt het nieuwe stelsel volgens hem niet eenvoudiger maar ingewikkelder met het systeem van `drie boxen' (aparte belasting voor inkomen uit arbeid, aanmerkelijk belang en vermogen). Zo'n systeem met drie verschillende tarieven lokt arbitrage uit naar de gunstigste fiscale behandeling. Belastingadviseurs, voorspelt hij, zullen slimme manieren bedenken om de aftrek in de ene box te laten plaatsvinden en de inkomsten onder te brengen in een andere box.

Het tweede bezwaar van Van Wijnbergen gaat over box twee, de heffing op inkomen uit een aanmerkelijk belang, zeg maar de fiscale behandeling van de zelfstandige ondernemer/directeur-grootaandeelhouder. Dit heeft helemaal geen aandacht gekregen bij de presentatie van het nieuwe plan. Hierop willen Zalm/Vermeend een tarief van 30 procent toepassen op de uitgekeerde winst, na de heffing van de vennootschapsbelasting van 35 procent. Het gevolg is een totale belastingheffing van 54,5 procent, hoger dan het nieuwe toptarief van de inkomstenbelasting (wordt: 52 procent). Van Wijnbergens stelling is dat zelfstandig ondernemen de zwaarst belaste activiteit in Nederland wordt en hij vindt het onbegrijpelijk dat de minister van Economische Zaken hiermee heeft ingestemd.

Kritiekpunt drie is dat het onzin is om de inkomstenbelasting te verlagen en de BTW en energieheffingen te verhogen. Burgers zijn niet gek: netto verdienen ze meer, maar in de winkel moeten ze meer betalen.

Door deze verschuiving van de belasting op arbeid naar belasting op consumptie en energie zullen de prijzen stijgen. Hogere inflatie kan vervolgens leiden tot hogere looneisen. Deze waarschuwing kwam vorige week uit onverdachte hoek: van de president van De Nederlandsche bank in een gesprek met het Financieele Dagblad. Wellink waarschuwde dat de belastingplannen een inflatie-opdrijvend effect kunnen hebben. ,,Wees voorzichtig met kostprijsverhogende heffingen'', zei Wellink. Minister Zalm en premier Kok reageerden een dag later in hetzelfde FD als door een adder gebeten. Zalm zei dat de koopkracht gelijk blijft omdat de inkomstenbelasting omlaag gaat, dus er is volgens hem geen enkele reden om hogere looneisen te stellen. Ook Kok zag geen reden om `de stormbal' te hijsen. Dat valt nog te bezien. Nederland heeft al de hoogste inflatie in euroland en de vraag is of de vakbeweging zal vasthouden aan loonmatiging als de leden klagen over de gestegen prijzen in de winkels. Er klaagt nooit iemand dat het netto-inkomen tegelijkertijd is gestegen.

De oud-SG hoeft niet op alle punten achteraf gelijk te krijgen, maar het minste dat moet gebeuren is dat het parlement bij de behandeling van de belastingvoorstellen de bewindslieden Zalm/Vermeend het nodige weerwerk geeft. Want met het vertrek van Sweder van Wijnbergen uit Den Haag is zijn kritiek allesbehalve verdwenen.

rjanssen@nrc.nl