`Kwart boeren leeft onder armoedegrens'

Een kwart van alle agrarische gezinnen leeft onder de armoedegrens. Van de 96.000 Nederlandse boerengezinnen verdiende 23 procent tussen 1995 en 1997 minder dan 42.172 gulden bruto per jaar. Tien procent, vooral akkerbouwers, verdiende zelfs minder dan de helft hiervan.

Dat blijkt uit onderzoek van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in opdracht van het Kritisch Landbouw Beraad (KLB), Steunpunt Landelijke Boerinnen Belangen (LBB) en de Raad van Kerken.

Volgens het onderzoek bezuinigen slechtverdienende boeren vooral op luxe goederen en niet zozeer op de alledaagse consumptie. Bovendien lenen ze steeds meer geld van de banken. Boeren hebben soms wel veel waardevolle grond, maar die kunnen ze pas verkopen als ze hun bedrijf stoppen.

Het onderzoek toont verder dat het overgrote deel van de agrarische gezinnen tussen de 40 en 100.000 gulden bruto verdient. Aan de top bevinden zich enkele hoge uitschieters. In Zuidwest-Nederland zijn relatief de meeste gezinnen (15 procent) met een totaal inkomen dat structureel onder de grens ligt. Vooral in Oost- en Noord-Nederland blijken veel gezinnen met neveninkomsten het bedrijfsinkomen op te krikken.

Onderzoek over armoede is vooral gericht op uitkeringsgerechtigden. Over armoede bij zelfstandigen is weinig bekend. (ANP)