Kleiner en homogener

Universiteiten buiten de Randstad zijn bij studenten populairder dan oude bolwerken als Amsterdam, Leiden en Utrecht.

`SSSSSSSSSST.'' In de tot de nok toe gevulde universiteitsbibliotheek van de Katholieke Universiteit Brabant (KUB) kun je rond lunchtijd een speld horen vallen. Er hangen nog net geen bordjes met `Stiltegebied', maar de vermanende blik van de bibliothecaris spreekt boekdelen. ,,Je kent de regels'', werpt hij parttime voorlichter Marinus Weijerman (25) toe. De tweedejaars student bedrijfseconomie haalt zijn schouders op en vervolgt – buiten het zicht van de bibliothecaris – vrolijk zijn `promopraatje'.

De hypermoderne bibliotheek telt duizend studieplaatsen waarvan 450 met computer, aangesloten op het KUB-netwerk. Studenten hebben hun eigen e-mailadres en kunnen gratis surfen op Internet – om boeken aan te vragen, roosters te raadplegen of de door docenten opgestelde sheets met behandelde lesstof door te nemen (,,handig als je een college gemist hebt''). Voor de diehards is er in de kelder een studiebunker - zonder computers of asbakken. Werkgroepen kunnen terecht in de Spartaans ingerichte en toch vriendelijk aandoende werkruimtes. Op een steenworp afstand van de bibliotheek ligt een trendy Grand Café; wie meer vertier zoekt, trekt Tilburg in.

Compact, modern, van hoge kwaliteit – wat wenst een student nog meer van zijn onderwijsinstelling? Weinig, zo blijkt uit de Keuzegids Hoger Onderwijs van dit jaar. Relatief kleine, vooruitstrevende regionale universiteiten stijgen steeds hoger op de ranglijst die de voorkeur van Nederlandse studenten weergeeft ten koste van de oude universiteitsbolwerken in Amsterdam, Utrecht en Leiden. De top-vijf van de hitlijst in de Keuzegids wordt dit jaar aangevoerd door de Tilburgse universiteit, op de voet gevolgd door de Universiteit Maastricht (vorig jaar koploper), de Landbouw Universiteit Wageningen, de Universiteit Twente en de Technische Universiteit Eindhoven.

Randstedelijke universiteitsbestuurders tonen zich slechte verliezers. ,,Wij hebben nu eenmaal kritische studenten'', luidde vorig jaar de reactie van Amsterdamse en Leidse universiteitsbestuurders op de gunstige beoordeling in het oosten en zuiden des lands. Volgens de samenstellers van de Keuzegids ,,een handige truc om de boot af te houden''. Maar belangrijker: een argument dat weinig hout snijdt, want ook de onafhankelijke visitatiecommissies zwaaien regionale universiteiten alle lof toe. In december 1998 werd de Tilburgse letterenfaculteit beoordeeld als ,,een faculteit waar het voor studenten, docenten, onderzoekers en ondersteunende staf goed toeven is''. Een maand eerder werd de opleiding Toegepaste Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente bestempeld als ,,een opleiding die er in korte tijd in geslaagd is om onderwijs van niveau aan te bieden''. Ook de faculteit Scheikundige Technologie in Eindhoven gooide bij de laatste visitatieronde hoge ogen. Het onderwijs aan de klassieke universiteiten steekt er wat bleekjes bij af.

De TU Eindhoven – sinds twee jaar de snelst groeiende universiteit van Nederland – verstrekt een plausibele verklaring voor de toenemende populariteit van regionale opleidingsinstituten. Rector magnificus Martin Rems: ,,Regionale universiteiten zijn kleiner en homogener dan de breed geschakeerde randstedelijke universiteiten. Faculteiten zitten doorgaans op één lijn, waardoor onderwijsvernieuwing sneller doorgang vindt.''

In navolging van de Universiteit Maastricht, die eind jaren zeventig als eerste Nederlandse universiteit brak met de diep verankerde traditie van kennisoverdracht via hoorcolleges, voerde de TU Eindhoven twee jaar geleden een nieuw onderwijssysteem in, waarbij de student centraler kwam te staan. In dit `ontwerp gericht onderwijs' werken studenten van verschillende opleidingen in kleine groepjes samen om oplossingen te vinden voor praktische vraagstukken. Het aantal hoorcolleges werd ingeperkt, het contact met docenten en mentoren juist opgeschroefd. Rems: ,,Ingenieurs werken niet in het luchtledige. Ons doel is studenten in een vroeg stadium vertrouwd te maken met de maatschappij die zij straks van producten en systemen gaan voorzien.''

De samenhang van de opleidingen is in Eindhoven zelfs letterlijk zichtbaar: diverse faculteitsgebouwen werden de afgelopen jaren door loopbruggen met elkaar verbonden.

In december 1997 begon het notebookproject; tegen betaling van tweeduizend gulden ontvangen eerstejaars studenten een geavanceerde laptopcomputer, inclusief software. De campus telt vierduizend contactpunten – voor gratis toegang tot Internet – en het Notebook Service Centrum garandeert vijf jaar lang gratis reparatie en onderhoud. In de enquête van de Keuzegids scoren vooral deze nieuwe faciliteiten zeer hoog.

Dat neemt niet weg dat het studieaanbod ten minste zo belangrijk is. In Eindhoven werden de afgelopen jaren twee studies ingevoerd die elders niet te volgen zijn: biomedische technologie en techniek en maatschappij; reden voor een op de vijf TU-studenten om na het VWO of HBO voor Eindhoven te kiezen, zo wees een recente steekproef uit. De Katholieke Universiteit Brabant voerde drie jaar geleden een Engelstalige opleiding international business in; dit jaar staat voor het eerst een opleiding international economics op het programma. ,,Eenderde van de studenten die zich voor deze opleidingen aanmelden, komt uit het buitenland'', meldt rector magnificus Frank van der Duyn Schouten niet zonder trots. Alhoewel nog altijd tweederde van `zijn' studenten afkomstig is uit de provincie Brabant, spreekt hij steevast van `mondiaal keuzegedrag'. Tilburg thinks big? Hij knikt. ,,Over een paar jaar hebben we het niet meer over Maastricht, Tilburg, Eindhoven, maar Engeland, China, Amerika.''

Alle investeringen en inspanningen ten spijt, het keuzegedrag van de Nederlandse student is volgens onderzoeksbureau NIPO nog altijd redelijk arbitrair. Bijna de helft van de studenten kiest op basis van de reistijd naar het ouderlijk huis en de aantrekkelijkheid van de stad. Voor slechts een kwart van de geënquêteerden is de reputatie van de universiteit doorslaggevend; 8 procent gaat uit van (de uniciteit van) het keuzeaanbod. Een verrassende uitkomst? ,,Nee'', vindt eerstejaars natuurkundestudent Thijs Knaapen (18). ,,Als je natuurkunde wilt gaan studeren, heb je vier mogelijkheden: Delft, Enschede, Groningen en Eindhoven. Ik woon vlakbij Eindhoven, dus waarom zou ik in Groningen op kamers gaan?'' De Fries Laurens Blackenborg (23, rechten) koos voor Tilburg wegens de goedkope studentenkamers. Het alternatief Groningen ,,lag te veel voor de hand''. De Zaanse studente bedrijfseconomie Hinke Lier (23) vond de rondleidingen aan de Erasmus ,,te laidback'' en de brochures van de UvA ,,te rommelig''. De KUB daarentegen maakte een degelijke indruk.

Hoogleraren hanteren een maatstaf van geheel andere orde: de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek. Staat een gemoderniseerd onderwijsmodel ook garant voor wetenschappelijke toppers? Niet altijd, zo wees onderzoek (1998) van de Akademie van Wetenschappen uit. Een kijkje in de keuken van diverse geneeskundefaculteiten leverde een verrassend beeld op: zowel in het kankeronderzoek, de genetica als de epidemiologie laten de `ouderwetse' faculteiten van Utrecht, Leiden en Rotterdam de `moderne' faculteiten van Maastricht en Groningen ver achter zich.

Logische vraag: gaat de modernisering van het onderwijs ten koste van het wetenschappelijke gehalte van universitaire studies? Ja, zeggen randstedelijke bestuurders, want je kunt niet in alles uitblinken. Nee, zeggen de provincialen, onze wetenschappers houden zich netjes aan de norm dat 50 procent van hun tijd aan onderwijs moet worden besteed; meer tijd en geld en het komt allemaal goed.